Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3.

Artikel 5.3.1.

Grond van verdachte locaties of bekende bodemkwaliteit

Onderdeel van Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021

Hergebruik van grond mag zonder keuring alleen indien de locatie van herkomst onverdacht is voor bodemverontreiniging van een puntbron. Om te bepalen of een locatie verdacht danwel onverdacht is, moet altijd een BIS-toets uitgevoerd. De BIS-toets is een controle op enkele essentiële gegevens in het Bodem Informatie Systeem. Hierbij wordt de volgende informatie geraadpleegd: voormalige bedrijven; gedempte sloten; ondergrondse tanks; huidige bedrijven; bodemonderzoekslocaties; toepassingslocaties. Ad. 1 t/m 4: bodembedreigende activiteit Indien uit de BIS-toets blijkt dat er op de onderzoekslocatie een bodembedreigende activiteit aanwezig is of aanwezig is geweest dienst eerst een gedetailleerder vooronderzoek uitgevoerd te worden: het Vooronderzoek Basisniveau conform de NEN 5725. Dit zal leiden tot een nauwkeuriger beeld van de bodembedreigende activiteit(en). Het vooronderzoek wordt beoordeeld door het bevoegd gezag Bbk: Indien uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie verdacht is, zal een bodemonderzoek of partijkeuring dienen te worden uitgevoerd. Blijkt hieruit dat de verdachte omstandigheid niet heeft geleid tot een afwijkende bodemkwaliteit (toetsing aan de generieke klassegrens, bijlage 3), dan kan men de vrijkomende grond gebruiken conform onderhavige Nota. Indien uit deze beoordeling blijkt dat de locatie onverdacht is, gelden de regels uit deze Nota. Ad. 5: bodemonderzoekslocaties Indien uit de BIS-toets blijkt dat er op de locatie reeds een bodemonderzoek is uitgevoerd, dienen de bekende gegevens meegenomen te worden bij de beschouwing of grondverzet geoorloofd is. De bruikbaarheid van het onderzoek dient echter wel altijd door het bevoegd gezag Bbk te worden gecontroleerd. Een bodemonderzoek is geen wettelijk erkend bewijsmiddel, een bodemkwaliteitskaart wel. Toch kan een bodemonderzoek meer inzicht geven in de bodemkwaliteit van een locatie dan de bodemkwaliteitskaart. Dit inzicht kan worden gebruikt om te bepalen of grondverzet kan plaatsvinden. Het bodemonderzoek moet dan wel zijn uitgevoerd conform de NEN 5740, CROW307 of vergelijkbaar (aantal boringen en aantal geanalyseerde monsters). De waarden uit het bodemonderzoek worden gemiddeld. Op basis van dit gemiddelde wordt het vervolg bepaald volgens navolgende tabel. Tabel 5.2: toetsing kwaliteit vrijkomende grond bij aanwezigheid bodemonderzoek Ontgravingskwaliteit BKK Resultaat bodemonderzoek Vrijkomende grond wordt beschouwd als AW AW AW Wonen AW Industrie Wonen Wonen AW Wonen Wonen Wonen Industrie Wonen Industrie AW Wonen Wonen Industrie Industrie Industrie De resultaten van een bodemonderzoek kunnen weliswaar een betrouwbaarder beeld geven van de kwaliteit dan de BKK, ze moeten echter ook worden beschouwd in het licht van de totale verzameling aan gehalten die in een gebied kunnen voorkomen. Het achtergrondgehalte van een zone wordt immers gevormd door de totale dataset aan gehalten; lagere en hogere gehalten horen daar ook bij. Daarom wordt er voor gekozen een bodemonderzoek beperkte zwaarte te geven bij de beoordeling van de kwaliteit van vrijkomende grond: het bodemonderzoek kan niet meer dan één klasse verandering geven ten opzicht van de ontgravingskwaliteit uit de BKK. Indien uit het bodemonderzoek blijkt dat op de locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient afstemming plaats te vinden met het bevoegd gezag Wbb. Sterk verontreinigde grond kan in principe niet worden hergebruikt, maar in sommige gevallen mag `herschikken binnen het geval`. Raadpleeg hiervoor de Nota VTH van de provincie Zuid-Holland [21]. Ad. 6: toepassingslocaties Alle grond- en baggertoepassingen worden geregistreerd. Ten tijde van het Bouwstoffenbesluit zijn ook alle ophogingen van de bodem met categorie 1-grond geregistreerd. De bodemkwaliteit van deze toepassingen kan afwijken van de bodemkwaliteit van de omliggende zone. Voorbeeld: er wordt Industrie-grond toegepast op een perceel op een recent bedrijfsterrein in zone 15. Zone 15 heeft de kwaliteit “Achtergrondwaarde”. Na enkele jaren komt er op hetzelfde perceel grond vrij. Op basis van de grondstromenmatrix is deze grond vrij toepasbaar in het landelijk gebied. Uiteraard is dit grondverzet niet toegestaan aangezien het Industrie-grond betreft die niet mag worden toegepast in het landelijk gebied. Naast bovenstaande punten zijn er andere zaken waar bij grondverzet rekening mee moet worden gehouden. Bijvoorbeeld locaties met aardkundige of archeologische waarden. Het valt buiten de scope van dit bodembeheerplan alle bij grondverzet gerelateerde zaken te behandelen. Er zijn ook locaties waar juist een betere kwaliteit kan worden verwacht dan de kwaliteit van de betreffende zone. Een voorbeeld hiervan zijn saneringslocaties of recent opgehoogde locaties. Deze betere kwaliteit dient echter altijd eerst bewezen te worden middels voldoende recent onderzoek of certificaat. Dit is ter beoordeling van het bevoegd gezag Bbk.

Rechtspraak bij dit artikel