Indien blijkt dat een partij grond in aanmerking komt om te kunnen worden hergebruikt, wil dit nog niet zeggen dat de partij ook zondermeer mag worden toegepast. Er blijft altijd een kans bestaan dat een partij grond afwijkt van de te verwachten kwaliteit. Dit dient te worden gecontroleerd aan de hand van zintuiglijke waarnemingen. Aandacht dient te worden besteed aan:
hoeveelheid bodemvreemd materiaal, zoals puin, stenen, glas, slakken, asfalt en asbest (zie voor asbest ook paragraaf 5.3.3);
geur, zoals olie, benzine en oplosmiddelen;
oliefilm.
Indien een partij grond één van bovenstaande kenmerken heeft, mag de partij niet zondermeer worden toegepast. Vastgesteld moet worden of het percentage bodemvreemd materiaal toelaatbaar is. De beoordeling van het percentage bodemvreemd materiaal blijkt in de praktijk nog wel eens een subjectieve aangelegenheid. Uitvoerende partijen hanteren soms andere maatstaven dan vanuit milieuhygiënisch oogpunt wenselijk is. Daarnaast besteden de bodemonderzoeken soms onvoldoende of geen aandacht aan de aanwezigheid van “fysische” vervuiling met bodemvreemd materiaal, zodat er vooraf niet altijd een juist beeld van de werkelijke hoeveelheid bodemvreemd materiaal bestaat. Om deze problemen met (te veel) bodemvreemd materiaal te voorkomen dient, zodra uit het partij-onderzoek of bij het ontgraven blijkt dat er bodemvreemd materiaal aanwezig is in de grond die men wil hergebruiken, contact op te worden genomen met het bevoegd gezag Bbk, alvorens men deze grond op welke manier dan ook toepast. Het bevoegd gezag Bbk bepaalt bij dergelijke meldingen of het beoogde hergebruik als bodem verantwoord is. Het bevoegd gezag Bbk kan voorschrijven dat degene die de grond als bodem wil toepassen, de grove delen eerst uit de partij verwijdert of een aanvullend onderzoek uitvoert8Zeven zonder dat een bodemkwaliteitsklasse-verbetering wordt beoogd, wordt in het kader van het Bbk niet beschouwd als een bewerking. Zeven bij tijdelijke uitname wordt ook niet als bewerking gezien. Uitzondering hierop is het (nat) zeven van asbesthoudende grond, wat namelijk als kwaliteitsverbetering wordt gezien..
Het Besluit bodemkwaliteit hanteert een maximum percentage van 20% aan bodemvreemde bijmengingen. Bevoegd gezag mag eisen stellen aan het maximum percentage bodemvreemd materiaal voor toepassingen volgens het gebiedsspecifiek regime. In de regio Midden-Holland en Zoetermeer wordt voor de oudere zones en bedrijfsterreinen aangesloten bij het maximumpercentage van 20%. Op bedrijfsterreinen is dit doorgaans geen belemmering en in vooroorlogse woonwijken is puinhoudende grond eerder regel dan uitzondering. In jongere woonwijken wordt echter een lager percentage van 10% gehanteerd en in het landelijk gebied 2%. Voor schone grond kunnen geen eisen gesteld worden9Artikel 39 Bbk.
Tabel 5.2: Maximale bijmengingen aan bodemvreemde materialen (gewichtspercentage).
Bodemkwaliteitszones
Percentage bijmenging
Historische zones van voor 1940: zones 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, en 15
20 %
Woonwijken na 1940: zones 5, 6 en 7
10 %
Landelijk gebied: zones 16 t/m 19
2%*
*niet voor schone grond
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.3.
Artikel 5.3.2.
Bijmengingen en afwijkingen
Onderdeel van Nota Bodembeheer Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021