Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Wijze van verwerving

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2022 Aa en Hunze

Er staan de gemeente een aantal wettelijke middelen ter beschikking die de (minnelijke) verwerving van eigendommen van particulieren ondersteunt. Hiermee wordt gedoeld op de vestiging van voorkeursrechten en onteigening. In alle gevallen echter speelt de minnelijke verwerving van percelen een rol. Minnelijke verwerving houdt in dat de gemeente in onderling overleg met de grondeigenaar van een perceel tot overeenstemming probeert te komen over de ver- en aankoop van een perceel alsmede over de voorwaarden ervan. Wanneer de gemeente in de gelegenheid komt om strategisch onroerend goed te verwerven is accuraat handelen van belang. Dit vereist duidelijkheid binnen de gemeentelijke organisatie over taken en verantwoordelijkheden, de wijze van verantwoording, de inzet en mogelijke reservering van financiële middelen en afspraken tussen de raad en het college. Bij de beoordeling van een situatie moet rekening worden gehouden met de termijn waarop een voorgenomen bestemming kan worden gerealiseerd. Verder moet het risico worden geschat, dat een ontwikkeling wordt vertraagd of zelfs niet doorgaat. Daarnaast is de hoogte van de verwervingsprijs van belang in relatie tot de financiële middelen van de gemeente. De combinatie van realiseringstermijn, risico en kosten en de verwachte haalbaarheid bepalen in onderlinge samenhang de noodzaak, wenselijkheid en tenslotte de prioritering om tot een aankoop te komen. Per situatie wordt beoordeeld in welke mate en op welke wijze tot verwerving kan en zal worden overgegaan. Uitgangspunt bij verwerving is dat de gemeente zo lang mogelijk probeert om de gronden minnelijk te verwerven, mogelijk voorafgegaan door vestiging van voorkeursrecht. Het vestigen van een voorkeursrecht ondersteunt het traject van vrijwillige verwerving. Door de vestiging van het voorkeursrecht wordt de gemeente in staat gesteld, vooruitlopend op een actieve planontwikkeling van een locatie, bij voorrang in te gaan op aanbiedingen tot koop van gronden en opstallen waarvoor het voorkeursrecht geldt. Het voorkeursrecht is een passief instrument, dat met name betekenis heeft in combinatie met het onteigeningsinstrument. De essentie van de combinatie is dat door de vestiging van het voorkeurecht wordt voorkomen dat de grond wordt overgedragen aan marktpartijen die zich kunnen beroepen op het zelfrealisatiebeginsel. Onteigening is een instrument waartoe in principe pas op het laatste moment wordt overgegaan. Om als gemeente het onteigeningsinstrument in te kunnen zetten dient er een nut, noodzaak, belang en urgentie te zijn. Onteigening moet veel meer als stok achter de deur worden gezien, om de onderhandelingspositie van de gemeente te versterken en zo nodig om tijdig te kunnen schakelen, indien de minnelijke onderhandelingen vastlopen. Uitgangspunt bij iedere particuliere verwerving is en blijft de minnelijke verwerving. Want of de gemeente nu een actieve of passieve rol inneemt, of er nu een voorkeursrecht of onteigening wordt ingezet, elke verwerving kent een fase waarin getracht wordt op minnelijke wijze tot overeenstemming te komen met de eigenaar van een perceel. Beleidsuitgangspunt Uitgangspunt bij iedere particuliere verwerving is de minnelijke verwerving en in beginsel op basis van een taxatierapport van een beëdigd taxateur; De combinatie van realiseringstermijn, risico en kosten en de verwachte haalbaarheid bepalen in onderlinge samenhang de noodzaak, wenselijkheid en uiteindelijk het besluit om tot een aankoop over te gaan. De gemeente Aa en Hunze zal per ontwikkeling afwegen of de gemeente voorkeursrechten zal vestigen op de percelen die nodig zijn voor de realisatie van een plan.

Rechtspraak bij dit artikel