In hoofdstuk 5 van de APV is een aantal bepalingen over parkeerexcessen opgenomen. Anders dan de verkeersregels in het RVV 1990 dienen deze bepalingen bijvoorbeeld ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente of het voorkomen van hinder en overlast. Deze beleidsregels beogen niet te bepalen onder welke voorwaarden hiervan ontheffing kan worden verleend, met uitzondering van artikel 5:11 vanwege de directe samenhang met artikel 10 RVV 1990.
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
Art 5:111Tekst zoals deze geldig is vanaf 1 januari 2014.
Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
Dit verbod is niet van toepassing:
op de weg;
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en
op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING (APV)
Onderdeel van Beleidsregels Verkeersontheffingen