Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1.2

Randvoorwaarden

Onderdeel van Nota bescherming en kap van bomen 2012

Voor openbare monumentale en waardevolle bomen geldt dat compensatie plaatsvindt op basis van de waarde van de te verwijderen bomen (aan de hand van de meest recente versie van de taxatiemethode van de Nederlandse Vereniging Taxateurs Bomen (NVTB)); Voor openbare structuurdragende bomen geldt dat de compensatie van een complete bomenstructuur / laan plaatsvindt met minimaal de plantmaat 20/25 (stamomtrek). Het gaat hierbij niet om het aantal bomen, maar om het maken van een (nieuwe) structuur. Voor de vervanging van enkele bomen die deel uitmaken van (gemeentelijke) boomstructuren / -lanen is herplant met een minimale plantmaat van 20/25 cm van toepassing; Voor projectontwikkelaars en bedrijven (zakelijk opererende instanties) geldt dat compensatie van monumentale bomen plaatsvindt op basis van de waarde van de te verwijderen bomen (aan de hand van de meest recente versie van methode NVTB). Voor bomen in de parkwijken (categorie 1) geldt compensatie met een minimale plantmaat van 20/25 cm; Voor burgers (privépersonen) wordt herplantplicht opgelegd ter grootte van het aantal verwijderde bomen. De nieuwe bomen hebben minimaal de plantmaat 20/25 (stamomtrek); Als blijkt dat niet voldoende ruimte (minimaal boombeschermingzone = kroonprojectie + 5 m.) beschikbaar is om een nieuwe boom te planten / om aan de gehele compensatie te voldoen (onderbouwen / aantonen), kan het college van B&W besluiten geen herplantplicht op te leggen, maar in plaats daarvan aan de vergunning het voorschrift te verbinden dat een financiële bijdrage wordt gestort in het gemeentelijke Bomenfonds. Hiertoe kan het college van B&W besluiten wanneer het de realisatie van het initiatief belangrijker acht dan de nadelige gevolgen voor de bomen en wanneer het college van B&W bereid is om de verplichting van de aanvrager over te nemen om te zorgen voor compensatie in de nabijheid van het plangebied. De bevoegdheid om te beslissen over het gebruik van het Bomenfonds ligt bij het college van B&W. Een aanvrager kan geen rechten ontlenen aan het bestaan van het fonds; Binnen één jaar na het vellen van de boom moet de herplant zijn uitgevoerd. Er kan afgeweken worden van deze termijn indien sprake is van bijvoorbeeld een langere bouwperiode bij een ruimtelijke ontwikkeling en herplant binnen één jaar niet mogelijk is. Ten aanzien van de boomsoort en vorm, kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Onder meer: Indien een duidelijke cultuurhistorische relatie bestaat tussen boomsoort en het gebouw/object dat ernaast staat, dan dient de herplant uit dezelfde boomsoort of een beter op de locatie passende cultuurvariëteit van de soort te bestaan. In alle andere gevallen bestaat de mogelijkheid een andere boom uit dezelfde grootteklasse11ste grootte boomhoogte > 15 meter; 2de grootte boomhoogte 8-12 meter; 3de grootte < 8 meter (1ste, 2de of 3de) als de te kappen boom te herplanten; Bij het kappen van een boom met een natuurlijke vorm geldt dat de herplant ook bestaat uit een boom met een natuurlijke boomvorm (dus geen knot-, bol-, leiboom of anderszins kunstmatig in vorm gehouden boom); Voor de herplant van een verwijderde knot- of leiboom geldt dat, indien de situatie dit toelaat, ook gekozen mag worden voor een natuurlijke groeivorm; Daarnaast kan geadviseerd worden zowel ondergronds als bovengronds voldoende maatregelen te nemen om de boom duurzaam in stand te houden en de kans te geven uit te groeien tot een volwaardige volwassen boom.

Rechtspraak bij dit artikel