In de oriëntatiefase van een planontwikkeling moet door de initiatiefnemer het aanwezige groen en de bomen/houtopstanden worden ingemeten, geïnventariseerd en gewaardeerd. Hierbij is het belangrijk om de behoudenswaardigheid van de bomen inzichtelijk te maken, maar ook de mogelijkheid tot verplanten. Op basis van deze inventarisatie beoordeeld de gemeente welke bomen behouden moeten blijven en worden randvoorwaarden (in een programma van eisen) gesteld. Bij het inventariseren is het van belang dat ook de kroonprojectie wordt ingemeten. Ook bomen binnen de directe invloedssfeer van de ontwikkeling (5 meter uit bouwwerk (rondom) of binnen 5 meter uit perceelsgrens) moeten geïnventariseerd worden, om mogelijke schade / noodzaak tot vellen vooraf in beeld te hebben en bepalend te laten zijn voor de vergunningverlening van het bouwwerk.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.1
Artikel 7.1.1
Oriëntatiefase - bomeninventarisatie
Onderdeel van Nota bescherming en kap van bomen 2012