In hoofdlijnen zijn er twee varianten voor het uitvoeren van het grondbeleid, te weten actief grondbeleid en facilitair (passief) grondbeleid.
Bij actief grondbeleid begeeft de overheid zich als ‘ondernemer’ op de grondmarkt, verwerft gronden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen, maakt deze bouwrijp en verkoopt bouwkavels.
Bij facilitair grondbeleid laat de overheid de aankoop van gronden, de exploitatie en de verkoop van bouwkavels over aan de marktsector. De taak van de overheid beperkt zich tot het stellen van de randvoorwaarden voor de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.
In de afgelopen jaren is door de crisis de situatie ten aanzien van het grondbeleid van de gemeente verder verandert. De gemeente zal veel meer moeten kijken naar gewenste ontwikkelingen in het licht van haar maatschappelijke doelstelling en visie op de gemeente.
Een vorm van actief-faciliteren kan in dit geval een goede manier zijn om ontwikkelingen te stimuleren. Actief-faciliteren betekent dan ook dat de gemeente de benodigde randvoorwaarden dan wel kader aangeeft op basis waarvan de ‘markt’ met initiatieven kan komen.
Tussen de genoemde vormen van grondbeleid zijn een viertal tussenvormen van grondbeleid te onderscheiden. Feitelijk betreffen het drie samenwerkingsvormen, te weten de bouwclaimovereenkomst, de joint venture en de concessieovereenkomst. Daarnaast kan de gemeente het exploitatieplan toepassen.
De gemeente kiest, ten aanzien van het te voeren grondbeleid, voor maatwerk en marktwerking. Per ontwikkellocatie wordt, conform het afwegingskader, afbeelding 1 (pagina 22 van deze nota), gezocht naar de meest adequate vorm van grondbeleid, actief of facilitair.
De Gemeente kiest ten aanzien van het te voeren grondbeleid voor maatwerk en marktwerking. Per locatie dan wel project wordt, conform het afwegingskader (afbeelding 1) gezocht naar de meest adequate vorm van grondbeleid, actief, actief-facilitair of facilitair.
De gemeente kiest op strategische wijze, conform het afwegingskader samenwerkingsvormen (bijlage 1), voor een vorm van samenwerking die past bij het project dat aan de orde is.