De Wet ruimtelijke ordening (verder Wro) heeft invloed gehad op de kostenverhaalmogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het kostenverhaal, voornamelijk bij faciliterend grondbeleid, is met deze wet verbeterd en geeft de gemeente een sterkere positie. Uitgangspunt van de wet is dat de gemeente verplicht is kostenverhaal toe te passen.
De Wro onderscheidt een drietal sporen ten aanzien van het kostenverhaal bij ruimtelijke ontwikkelingen:
Privaatrechtelijk spoor (anterieure overeenkomst).
Publiekrechtelijk spoor (exploitatieplan).
Grondeigendom (gronduitgifte).
Om kosten daadwerkelijk op te nemen in het exploitatieplan, zullen de kosten echter ook een relatie moeten hebben met een exploitatiegebied. Er zijn drie criteria waaraan de gemeente moet toetsen: profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit.
Met betrekking tot de aan te leggen voorzieningen en te toerekening van de kosten van deze voorzieningen naar een exploitatiegebied zijn er een vijftal categorieën te onderscheiden. Deze categorieën zijn in tabel 1 (pagina 25 van deze nota) uiteengezet. Onderscheid maken tussen deze categorieën is van belang, aangezien het kostenverhaal per categorie verschillend is.
Ten aanzien van de plankosten is het uitgangspunt van de gemeente is om bij anterieur kostenverhaal de exploitatiebijdrage te baseren op de verwachte werkelijke plankosten die de gemeente zal maken. Aanvullend wordt bij grote (her)ontwikkelingen gebruik gemaakt van de regeling plankosten exploitatieplan als normatief toetsingskader.
Hoofdstuk
Artikel 4.
Wet ruimtelijke ordening - kostenverhaal
Onderdeel van Geactualiseerde nota grondbeleid 2016