Om actief grondbeleid te kunnen voeren is het zaak gronden, die niet in eigendom zijn van de gemeente, te verwerven. Hierbij kunnen de volgende soorten verwervingen worden onderscheiden:
De planmatige verwervingen;
De strategische verwervingen.
Het uitgangspunt is het minnelijk verwerven van gronden. Daarnaast heeft de gemeente nog twee wettelijke instrumenten, te weten de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet. Verder is het essentieel om gronden, waarop een ruimtelijke ontwikkeling is voorzien, in een vroeg stadium te verwerven, de zogenaamde strategische verwerving.
De hiervoor genoemde instrumentarium van grondbeleid worden doorgaans ingezet bij een actief grondbeleid. Echter, ze zijn ook inzetbaar bij een (actief-) faciliterende rol van de gemeente. Daarnaast is er een nieuw instrumentarium van grondbeleid, namelijk ‘Stedelijke Herverkaveling’. Dit is het is het herschikken van de zakelijke rechten binnen een bepaald (plan)gebied.
Tenslotte dienen de gronden die zijn verworven door de gemeente, tijdelijk te worden beheerd tot aan het moment waarop een aanvang wordt gemaakt met het bouwrijp maken van de gronden.
Met betrekking tot de verwerving en het beheer van gronden in het kader van actief grondbeleid gelden de volgende uitgangspunten van beleid:
Planmatige verwerving van gronden vindt plaats voor zover deze past binnen de vastgestelde exploitaties van de gemeente.
Strategische aankopen worden verantwoord op basis van het afwegingskader uit paragraaf 5.2.2. Aan de hand van deze afwegingen wordt door het college van B&W bepaald of de aankoop verantwoord is.
Indien nodig en mogelijk maakt de gemeente gebruik van de bevoegdheden die de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Onteigeningswet biedt.
Het college van B&W is bevoegd om strategische aankopen van gronden en / of opstallen te doen, voor zover deze passen binnen artikel 7 van de Financiële Verordening waarbij het college van B&W de gemeenteraad vooraf informeert en de aankoop achteraf verantwoordt aan de gemeenteraad.
Bij tijdelijk beheer van gronden en / of opstallen stelt de gemeente per exploitatiegebied een beheerplan op, waarbij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling het uitgangspunt is.
De verantwoordelijkheid van het beheer van gemeentelijke gronden en opstallen ligt bij de afdeling die de betreffende accommodatie exploiteert.
Wanneer de ontwikkeling van een accommodatie binnen de bestaande bestemming niet mogelijk of wenselijk is, worden de grond en accommodatie tegen boekwaarde opgenomen in een grondexploitatie.
Hoofdstuk
Artikel 5.
Verwerven en beheer van (bouw)gronden
Onderdeel van Geactualiseerde nota grondbeleid 2016