1. Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.
2. De volgende werkafspraken over de afstemming tussen de commissie en supervisors gelden:
a. Ontwikkelingen in een supervisiegebied worden eerst ter beoordeling voorgelegd aan de supervisor en daarna aan de commissie;
b. Supervisors worden eens per kwartaal door de voorzitter van de commissie uitgenodigd om de bestaande en toekomstige ruimtelijke plannen in supervisiegebieden te bespreken met de commissie.
3. Een supervisor adviseert niet over erfgoedontwikkelingen, de advisering hierover vindt plaats door de erfgoedleden van de commissie.