1. De commissie brengt jaarlijks voor 15 februari verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde:
a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet;
b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;
c. de aard van de beoordeelde plannen.
3. De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk beleid.