De toegang tot jeugdhulp van de gemeente Stede Broec geschiedt via Ons Stede Broec. De jeugdige en/of ouder(s) kan op verschillende manieren contact opnemen met Ons Stede Broec voor informatie en advies over jeugdhulp. Ook een hulpvraag kan gesteld worden bij Ons Stede Broec. Dit kan telefonisch, via een contactformulier op de website of via het e-mailadres van Ons Stede Broec.
Het is mogelijk dat de ouder of jeugdige direct antwoord heeft gekregen op de vraag of wordt doorverwezen naar een algemene of voorliggende voorziening, zoals (school) maatschappelijk werk, het consultatiebureau, school etc. (zie hoofdstuk 4). Indien de hulpvraag nader onderzocht moet worden, wordt er een aantal stappen genomen om tot een besluit op de hulpvraag te komen.
Stappenplan aanvraag jeugdwet
Stap 1 Aanvraag
In de Jeugdwet is niets geregeld over de procedure rondom het aanvragen van jeugdhulp. Dat betekent dat de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Binnen deze systematiek begint de procedure met het indienen van een aanvraag (artikel 1:3 lid 3 Awb). Hierbij moet een aanvraag schriftelijk worden ingediend (artikel 4:1 Awb). Het indienen van deel 1 van het perspectiefplan wordt beschouwd als een aanvraag.
Een aanvraag is een verzoek van belanghebbende om een besluit te nemen. Iedere belanghebbende kan een aanvraag indienen voor jeugdhulp (artikel 1:3 lid 3 Awb). Op de eerste plaats zijn dat jeugdigen of ouders zelf. Het begrip 'belanghebbende' is ruimer dan enkel jeugdigen of ouders. Ook een pleegouder kan een aanvraag in dienen voor noodzakelijke hulp aan de jeugdige.
Belanghebbenden bij jeugdhulpbesluiten voor jeugdigen tot 16 jaar
ouder met gezag
Het belang van de ouder met gezag is rechtstreeks bij het jeugdhulpbesluit betrokken omdat het besluit de opvoeding(situatie) en de gezagspositie raakt. De ouder met gezag is op grond daarvan een belanghebbende.
NB: ouders met gezag dienen in te stemmen met het verlenen van de jeugdhulp voor de jeugdige tot 16 jaar.
ouder zonder gezag, zijnde de opvoeder
Het belang van de ouder zonder gezag die het kind verzorgt en opvoedt is rechtstreeks bij het besluit betrokken omdat het jeugdhulpbesluit de opvoeding(situatie) raakt. Deze ouder zonder gezag is daarom een belanghebbende voor zover hij/zij de opvoeder van de jeugdige is.
een ander dan de ouder die de jeugdige verzorgt en opvoedt
Het belang van degene die het kind als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, is rechtstreeks bij het besluit betrokken omdat het jeugdhulpbesluit de opvoeding(situatie) raakt. Deze persoon is daarom een belanghebbende. Dit kan bijvoorbeeld een pleegouder zijn of een ander die het kind opvoedt. Het gaat dus om de persoon bij wie de jeugdige woont. Als een jeugdige bij een ouder en zijn/haar nieuwe partner woont, kan ook deze nieuwe partner als belanghebbende worden aangemerkt. Er moet dan wel sprake zijn van een duurzame relatie.
de jeugdige die in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen
Het belang van de jeugdige zelf is altijd rechtstreeks bij het besluit betrokken, omdat het besluit zich tot die jeugdige richt. Jeugdigen zijn belanghebbenden voor zover zij in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen. In de praktijk wordt er vanuit gegaan dat kinderen van 12 jaar of ouder daartoe in staat zijn. Het is belangrijk dat gemeenten per individueel geval beoordelen of het betreffende kind in staat is om een eigen mening te vormen. Dat kan ook het geval zijn bij kinderen die jonger dan 12 jaar zijn.
NB: Als het college jeugdhulp verleent voor een jeugdige van 12 jaar of ouder dan is diens instemming daarvoor vereist.
Belanghebbenden bij jeugdhulpbesluiten voor jeugdigen van 16 tot 23 jaar
de jeugdige
Het belang van een jeugdige is altijd rechtstreeks bij het besluit betrokken, omdat het besluit zich tot die jeugdige richt. De jeugdige is daarom een belanghebbende.
NB: Jeugdigen van 16 jaar en ouder kunnen zelf - zonder toestemming van de ouders met gezag - jeugdhulp aangaan. De jeugdigen zijn op dit punt dus vanaf 16 jaar handelingsbekwaam. Hoewel ouders nog belast zijn met het gezag totdat de jeugdige 18 jaar is, kunnen zij dat gezag - zodra de jeugdige 16 jaar is - niet meer uitoefenen als het gaat om het aangaan van jeugdhulp. Daarom zijn ouders in principe geen belanghebbenden bij jeugdhulpbesluiten voor jeugdigen vanaf 16 jaar. Deze regel geldt niet als de jeugdhulp betrekking heeft op de verblijfplaats van de jeugdige of de zorg- of omgangregeling.
Vanaf de leeftijd van 12 jaar mag de jeugdige zelf jeugdhulp aanvragen. Voor een rechtsgeldige aanvraag (artikel 1:2 lid 3 Awb) moet de jeugdige zijn handtekening zetten.
Voor het verlenen van de jeugdhulp is toestemming van de jeugdige (vanaf 12 jaar) nodig en toestemming van de ouder(s) met gezag.
Vanaf 16 jaar is geen toestemming van ouders noodzakelijk om de jeugdhulp te verlenen.
Toestemming van ouders is wel noodzakelijk als het om verblijf gaat.
De handtekening van beide ouders met gezag is niet vereist, de gemeente Stede Broec vindt dit wel wenselijk en zal om die reden beide ouders verzoeken te tekenen in het kader van een zorgvuldig proces.
Stap 2 Jeugdwet onderzoek
Na het indienen van een aanvraag- vanwege opvoed- en opgroeiproblemen, problemen in de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie bij een jeugdige - wordt er door een medewerker van Ons Stede Broec en/of jeugdconsulent een afspraak gemaakt.
De medewerker van Ons Stede Broec en/of de jeugdconsulent zal samen met de jeugdige en/of ouders in gesprek gaan om de ondersteuningsbehoefte en de mogelijke oplossingen in kaart brengen. In het kader van een zorgvuldig proces zullen beide gezaghebbende ouders betrokken worden in het onderzoek. De jeugdige wordt – waar mogelijk- ook gesproken. Een gesprek vindt bij voorkeur plaats middels een huisbezoek.
Het staat een jeugdige en/of ouder(s) vrij om iemand uit het eigen netwerk aanwezig te laten zijn ter ondersteuning bij het gesprek. Ook kan er gebruik gemaakt worden van onafhankelijke cliëntondersteuning. (zie artikel 35)
Uit artikel 3:2 van de Awb in samenhang met artikel 2.3 van de Jeugdwet volgen de voorwaarden waaraan een goed onderzoek (na de hulpvraag) ten minste moet voldoen (CRVB:2017:1477). Het onderzoek behoort tot de voorbereiding van het besluit (artikel 3:2 Awb).
Onderzoeksverplichting en- criteria
De Jeugdwet schrijft voor dat het college onderzoek moet doen naar de behoefte en noodzaak tot jeugdhulp, indien een ouder of jeugdige een hulpvraag stelt. Uit de jurisprudentie blijkt dat het college niet altijd alleen kan uitgaan van de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Het gaat er om dat het college een volledig beeld krijgt van de situatie (RBOBR:2018:469, RBGEL:2017:3439).
Het onderzoek
De medewerker van Ons Stede Broec en/of de jeugdconsulent gaat bij de jeugdige en/of ouders op huisbezoek. Naast het huisbezoek kan het zijn dat er toestemming gevraagd wordt informatie op te vragen bij derden. Dit is afhankelijk van de hulpvraag en de inschatting van de medewerker/jeugdconsulent welke informatie noodzakelijk is om tot een besluit te komen. In het kader van de aanvraag mag de consulent zonder toestemming informatie opvragen bij onderwijs
Voorbeelden van derden kunnen zijn: (eerder) betrokken hulpverlening, onderwijs, kinderopvang, consultatiebureau e.d.
Indien er geen toestemming wordt gegeven, kan dit tot gevolg hebben dat de consulent onvoldoende informatie heeft om tot een beoordeling van de aanvraag te komen. De aanvraag wordt dan mogelijk formeel afgewezen.
Aan Informatie uitvraag bij (eerder) betrokken hulpverlening dient wel toestemming aan vooraf te gaan van ouders (tot 12 jaar, jeugdigen en ouders (van 12 jaar-16) en vanaf 16 jaar (jeugdigen.
Het volledige onderzoek wordt vastgelegd in een perspectiefplan en doorloopt in ieder geval de volgende stappen: (Memorie van toelichting en CRVB:2017:1477)
Stel allereerst vast wat de eigenlijke hulpvraag van de jeugdige of ouders is;
Stel vervolgens de stoornissen, opgroei en opvoedingsproblemen of psychische problematiek vast en breng deze in kaart;
Stel vast welk aandeel de ouders of het sociale netwerk in de hulp kunnen hebben;
Stel vast of dit opgelost kan worden met een voorliggende of algemene voorziening;
Stel daarna vast of er een individuele voorziening nodig is, welke jeugdhulp ingezet wordt en in welke mate die nodig is.
Zijn die mogelijkheden ontoereikend, dan zal het college een maatwerkvoorziening moeten verlenen. Wanneer het onderzoek naar de nodige ondersteuning specifieke deskundigheid vereist, mag een specifiek deskundig oordeel en advies niet ontbreken (bijvoorbeeld een onafhankelijk sociaal medisch advies).
Voor het vaststellen van de concrete problematiek is deskundigheid vereist (zie artikel 2.14 Jeugdwet in samenhang met artikel 2.1 Besluit Jeugdwet). Daarnaast moet voor de jeugdige of ouder duidelijk zijn wie, wanneer met welke deskundigheid de hulpvraag heeft onderzocht. De gemeente heeft niet altijd de juiste deskundigheid in huis om de (specifieke) problematiek goed in kaart te kunnen brengen en te kunnen beoordelen wat nodig is. Dat hoeft ook niet, mits ze wel kunnen inschatten wanneer andere (externe) deskundigheid nodig is en die deskundigheid vervolgens ook worden ingeschakeld. De stappen die in dit proces wordt gezet, moeten voor de jeugdige en/of ouder transparant en controleerbaar zijn.
Stap 3 Perspectiefplan
Het perspectiefplan is het document waarin wordt vastgelegd welk perspectief de jeugdige en/of ouder(s) met behulp van de ondersteuning wil bereiken. (zie artikel 16)
Stap 4 Advies
Uit het onderzoek volgt een advies en besluit over het al dan niet inzetten van een vorm van jeugdhulp. Bij een positief advies en besluit wordt samen met de jeugdige en/of ouder(s) onderzocht welke zorgaanbieders de gemeente heeft gecontracteerd en passen bij de hulpvraag. Indien nodig wordt er vooraf, eventueel anoniem, overlegt met de zorgaanbieder. Het perspectiefplan wordt, met toestemming van de jeugdige en/of ouder(s) gedeeld met de gewenste zorgaanbieder.
Is het besluit dat de jeugdige en/of ouder(s) niet in aanmerking komen voor een vorm van jeugdhulp dan wordt stap 5 overgeslagen en wordt stap 6 genomen.
Stap 5 Intake na positief besluit
Het perspectiefplan wordt, met toestemming van de jeugdige en/of ouder(s) naar de gewenste zorgaanbieder gestuurd. De zorgaanbieder zal samen met de jeugdige en/of ouder(s) een intake hebben. De informatie uit de intake wordt toegevoegd aan het perspectiefplan.(zie artikel 24)
Indien de keuze wordt gemaakt de zorg via een pgb in te kopen, zal deze optie nader worden onderzocht, zoals beschreven in hoofdstuk 7.
Stap 6 Besluit over de aanvraag
De aanvraag voor ondersteuning via de jeugdwet wordt onderzocht in stap 2 en beschreven in het perspectiefplan – stap 3-. Vervolgens wordt samen met de jeugdige en/of ouder(s) bepaald welke zorgaanbieder passend is bij het behalen van de resultaten. Na de intake en ondertekening van het gehele perspectiefplan neemt het college een formeel besluit over de aanvraag. Dit gebeurt in de vorm van een beschikking. Hierin staat of de aanvraag wordt toegekend of (deels) wordt afgewezen. Deze beschikking krijgen de jeugdige en/of ouder(s) thuis gestuurd.
Doorlooptijd van aanvraag tot beschikking
Het college moet de beschikking binnen een redelijke termijn na ontvangst (datum van ontvangst door college) van de aanvraag geven. (artikel 4.13 lid 1 Awb) Dit betekent concreet dat dit in beginsel niet langer dan 8 weken mag zijn.
Het college heeft de mogelijkheid de beslistermijn eenmalig te verlengen voor de duur van maximaal 8 weken. De aanvrager wordt hierover schriftelijk geïnformeerd. Tegen dit besluit kan geen bezwaar worden gemaakt.
Hoofdstuk 5:
Artikel 13.
Ons Stede Broec
Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van Stede Broec houdende beleidsregels omtrent jeugdhulp