Naar hoofdinhoud
De gemeente hoeft alleen een voorziening voor jeugdhulp te treffen als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is wegens opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen zoals omschreven in artikel 1.1. van de Jeugdwet. Eigen kracht Eén van de bekendste en belangrijkste uitgangspunten bij de introductie van de Jeugdwet is de eigen kracht, de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of ouder. Van de jeugdige en/of ouder(s) wordt verwacht dat zij kijken naar wat ze zelf kunnen doen om hun situatie te verbeteren. Hierbij wordt ook verwacht dat zij kijken naar wat hun sociale netwerk hierin kan betekenen. Het college neemt dit mee in haar onderzoek naar de noodzaak een voorziening in te zetten. (zie artikel 13) Als het onderzoek naar de behoefte en mogelijkheden van een jeugdige; de voor hem benodigde ondersteuningsintensiteit en de duur daarvan; de mogelijkheden, de draagkracht en de belastbaarheid van zijn ouders; de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen, tot de conclusie leidt dat ouders zelf de benodigde hulp kunnen bieden (probleemoplossend vermogen), dan hoeft het college geen jeugdhulp in te zetten vanwege voldoende eigen mogelijkheden. (CRvB 17-7-2019,ECLI:NL:CRVB:2019:2362) Verder hoeft geen voorziening getroffen te worden wanneer gebruik kan worden gemaakt van een wettelijk voorliggende voorziening (artikel. 1.2, 1ste lid Jeugdwet) of als een algemene voorziening voldoende hulp biedt. (zie hoofdstuk 4)

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel