Gemeentelijke ambitie
Wij hebben de ambitie voor een samenhangende ecologische structuur, die onder andere is vastgelegd in de Natuurvisie 2040. De polderlinten kunnen daarbij een rol vervullen voor de ecologische dooradering en als verbindingen tussen natuurterreinen. Dat vraagt om een beplantingsconcept met variatie in soorten.
Dit concept zien we als een volgende stap in de reeks van beplantingsconcepten van de Haarlemmermeerpolder. Op dit moment staan er in het buitengebied populieren en in de bebouwde kom essen. Dat is niet altijd zo geweest. Zo waren tot begin vorige eeuw de beplantingen in eigendom van particulieren die experimenteerden met verschillende boomsoorten en plantafstanden.
Rijen van iepen, populieren, wilgen, eiken en essen wisselden elkaar af. Daarna was er een periode waarin veel iepen langs de dwarslinten en langslinten zijn geplant.
Passend bij het tijdsbeeld van de 21ste eeuw kunnen de polderlinten aanjagers zijn voor biodiversiteit.
Daarin doen ook natuurvriendelijke oevers langs erfsloten en tochten mee. De beplanting kan verschillen per lint, maar steeds zal er sprake moeten zijn van een lineaire opzet en heldere trajecten die aansluiten op de grootschalige opbouw van de Haarlemmermeerpolder.
Zowel in de Haarlemmermeerpolder als de noordelijke veenpolders kunnen de erfbeplantingen hotspots zijn voor biodiversiteit.
De ambitie voor meer biodiversiteit werken we uit in de volgende ontwikkelprincipes voor de polderlinten.
Natuurvisie Haarlemmermeer 2040(gemeente Haarlemmermeer, 2021)
Ontwikkelprincipes voor meer biodiversiteit
Versterk de laanbeplanting door toevoeging van extra bomenrijen/vegetatie en meer variatie in soorten. Zorg voor lange rijen, passend bij de maat en schaal van de polder. Stem soortenkeuze af op smalle bermen, steile taluds en veel windvang. Hou rekening met de betekenis van bomenrijen voor de oriëntatie van vleermuizen.
Ontwikkel water- en moerasvegetaties langs de tochten, rekening houdend met het opbarstingsrisico.
Vorm de bosranden langs de polderlinten om naar gevarieerde bosranden of zones met voedselbossen. Zorg ervoor dat het polderlint als continue lijn zichtbaar blijft.
Versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen. Zie bijlage II voor inspiratie over gebiedseigen erfbeplanting.
Ontwikkel kruidenrijke zones in de linten.
Noordelijke dijken: ontwikkel gradiënten in de vegetaties op en langs de dijktaluds, van hoog naar laag en van droog naar nat.
Langzaam netwerk