Gemeentelijke ambitie
De polderlinten vallen in diverse wegcategorieën. De meeste linten zijn een erftoegangsweg, wat betekent dat zij vooral de erven ontsluiten. Verder is een groot deel gebiedsontsluitingsweg (zowel in als buiten de bebouwde kom). Een klein deel is een stroomweg, de drukste categorie.
Als gemeente hebben we de ambitie om de polderlinten zo veel mogelijk af te waarderen en hier meer ruimte te geven voor (recreatief) fietsverkeer.
Daarbij is er een verschil tussen de langslinten en de dwarslinten. Uit de verkeersprognose (2021) blijkt dat de langslinten kansrijk zijn om af te waarderen voor autoverkeer (als de verkeersafwikkeling geborgd is), maar dat dit voor de dwarslinten lastiger is. In de ontwikkelprincipes onderscheiden we twee hoofdtype voor de Haarlemmermeerpolder: de ‘fietsstraat’ voor de langslinten en vrijliggende fietspaden langs de dwarslinten. Beide zijn zij belangrijke bouwstenen voor de ontwikkeling van een langzaam netwerk in de Haarlemmermeerpolder. De Hoofdvaart heeft aan twee zijden een weg, een rustige oostzijde en een drukkere westzijde, die geen deel uitmaakt van het recreatieve langzame netwerk.
Ook de polderlinten in de noordelijke veenweidepolders spelen een belangrijke rol in het (recreatieve) fietsverkeer. De verkeerskundige inrichting vraagt hier om maatwerk. Zo kan bij dijken een in de verharding afwijkende middenstrook het slingerende verloop accentueren en kan op de plattelandswegen een afwijkende tint van de middenrijloper zorgen voor een visuele versmalling. De ambitie voor de ontwikkeling van een langzaam netwerk werken we uit in de volgende ontwikkelprincipes voor de polderlinten.
Ontwikkelprincipes voor een langzaam netwerk
Hoofdvaart; de herkenbaarheid van de Hoofdvaart als autonoom element behouden en vergroten, de Hoofdvaart niet versmallen. Wegen rechtdoor laten lopen, continue oevers, bermen, fietsstroken en bomenrijen. Bomen zoveel mogelijke door laten lopen tot aan bruggen en/of viaducten. De westzijde is de rustige zijde die deel uitmaakt van het langzame netwerk.
De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Langslinten; ontwikkelen als fietsstraat, met medegebruik van bestemmingsverkeer.
De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Dwarslinten; ontwikkelen als doorgaande wegen voor auto- en agrarisch verkeer met vrijliggende fietspaden en een haag of bomenrij tussen rijweg en vrijliggend fietspad.
Polderdijken; rijweg met aanliggende fietsstroken met rode tint op de dijk.
De inrichting van het lint is altijd afhankelijk van het aantal voertuigen dat er gebruik van maakt.
Bij nieuwe ongelijkvloerse kruisingen blijven de polderlinten op maaiveld en gaan zij in hun geheel onder de kruisingen door. Sterke versmallingen moeten hierbij voorkomen worden.Het gaat niet alleen om de weg, maar ook om de waterlopen, de begeleidende beplantingen en langzaam verkeersroutes. De lange lijn van het oudsher aanwezige lint moet zichtbaar blijven.
Nieuwe kruisende lijnen worden niet met bomen geaccentueerd en leuningen en stijlen van viaducten (en bruggen bij de Hoofdvaart) zijn ondergeschikt aan het lint en transparant in uitstraling.
Wanneer de verkeersafwikkeling op maaiveld kan worden geregeld heeft dit de voorkeur.
Een erf mag alleen op een erfontsluitingsweg worden aangesloten. Elk erf heeft maar één toegang en de hoeveelheid verharding wordt zo veel mogelijk beperkt. Daar waar van oudsher twee toegangen zijn, kunnen dit er twee blijven.
Belangrijke ontmoetingsruimtes kunnen aanleiding zijn voor een verbijzondering van de verharding en beplanting.
Aantrekkelijke woon- en werkmilieus
De polderlinten als drager van aantrekkelijke woon- en werkmilieus.
De exacte begrenzing van de gebiedscontexten is te vinden in de Geoviewer van de gemeente Haarlemmermeer.
*Bestaande gebiedscontexten: bij transformatie kan de gebiedscontextwijzigen. Zie hiervoor de kaart op pagina 12.