In dit hoofdstuk geven we voor de vijf contexten die we in hoofdstuk 2 hebben onderscheiden gebiedsspecifieke uitwerkingen. De vijf uitwerkingen van de polderlinten zijn:
productie en pionieren, de polderlinten in een agrarische context
verbreden en verbinden, de polderlinten in een park-context
bijzonder bebouwclusters, de polderlinten in een stedelijke context
zonnecarré en zones, de polderlinten in een energielandschap
dijken en drassig land, de polderlinten in de veenweidepolders
Afhankelijk van de context krijgen de polderlinten een andere vorm. In het stedelijk gebied vormen de linten brede parkzones, in het agrarische gebied zijn ze smaller.
In de Haarlemmermeerpolder zorgt de lineaire opbouw voor eenheid. Altijd is er sprake van parallelle stroken die de karakteristieke lineaire opbouw van de linten versterken. In dwarsrichting zijn er altijd zichtlijnen die de schaal en openheid van de polders beleefbaar maken. De lineaire opbouw van weg, beplanting, water, vegetaties en routes voor langzaam verkeer maken van de polderlinten een soort ruimtelijke streepjescode.
De polderlinten in de noordelijke veenweidepolders zijn een ander verhaal. Deze linten zijn hier in de loop van de tijd gegroeid, samenhangend met de inpolderingsgeschiedenis. Soms zijn de polderlinten voormalige waterkerende dijken die boven het landschap liggen, soms zijn het ontsluitingswegen dwars door de polders. De zuidelijke IJdijk langs de rand van het voormalige IJ heeft een asymmetrisch profiel met aan de binnenzijde veenweidegebied en aan de buitenzijde waterrijke bos- en natuurgebieden.
Uitgangspunt voor de polderlinten in de Haarlemmermeerpolder is een lineaire opbouw. De bestaande linten worden opgedikt met stroken met extra water, gevarieerde vegetaties en langzaam-verkeersroutes. Samen zorgen zij voor een ruimtelijke ‘streepjescode’ in de Haarlemmermeerpolder.
Agrarische contextproduceren en pionieren
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1
Gebied specifieke uitwerkingen van de polderlinten
Onderdeel van Visie Polderlinten