Gemeentelijke ambitie
In de polderlinten komen verschillende typen bebouwing voor. In de eerste plaats zijn er de prachtige cultuurhistorische erven, waaraan in de loop van de tijd (agrarische) productie-erven en andere bebouwing zijn toegevoegd.
Rond de bebouwing in de polderlinten spelen vele ontwikkelingen en initiatieven, waar wij richting aan wil geven. Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie voor de omgang met historische boerderijen, geeft houvast voor de omgang met verschillende typen boerderijen. Ook werken wij aan een Verdichtingsvisie voor de Haarlemmermeerpolder waarin de polderlinten worden aangemerkt als XS-stedelijk milieu. Dat betekent dat op de erven in een stedelijke context (blz.30) in bescheiden mate ruimte is voor verdichting.
Deze ontwikkelprincipes zijn te beschouwen als het beeldkwaliteitsplan voor de erven aan de polderlinten.
Versterking van de opbouw van het bebouwingslint
Randvoorwaarde voor de transformatie- en verdichtingsopgave is dat de opbouw van het polderlint wordt behouden of versterkt. Dat betekent dat er voldoende lucht moet blijven in de polderlinten. Net als een muziekpartituur met noten en stilten gaat het om een ritmische afwisseling van bebouwde erven en open kavels. Daarvoor geven we de volgende algemene uitgangspunten mee.
In de toekomst staat de transformatie en ontwikkeling van erven centraal en willen we geen nieuwe rijtjeswoningen in de polderlinten. Open ruimtes tussen de erven moeten zorgen voor doorzichten naar het achterland. Ook in de kernen zijn deze karakteristieke ‘groene spaties’ van belang.
De waterstructuur wordt hersteld of versterkt.
De voorkanten van de erven hebben een representatieve uitstraling en het parkeren wordt zoveel mogelijk geclusterd en een plek gegeven achter de bebouwing.
Deze algemene punten werken we in dit hoofdstuk uit in principes voor de verschillende typen erven. We onderscheiden:
traditioneel erf,
agrarisch productie-erf,
erf met verbreding agrarische functies,
erf met nieuwe woon- en werkfuncties (met of zonder behoud van de bestaande boerderij), in stedelijke context,
innovatief erf met nieuwe bebouwingscluster, in stedelijke context,
erf veenweidegebied.
woonbuurt langs het lint
centrum knoop
Het onderscheid van acht typen erven en de daarbij horende principes onderschrijft dat de transformatie of ontwikkeling van ieder erf een specifieke ontwerpopgave is. Bovendien kunnen de principes in de verschillende delen van de polderlinten anders uitpakken, wat we in hoofdstuk 4 uitwerken.
Polder Music. De transformatie- en verdichtingsopgave van de polderlinten is als een muziekcompositie. Net als een muziekpartituur met noten en stilten, gaat het om een ritmische afwisseling van bebouwde erven en open kavels.
Ontwikkelprincipes voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Traditioneel erf
De traditionele erven komen verspreid in de polderlinten voor. Ter inspiratie wordt ook verwezen naar Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie voor de omgang met historische boerderijen. We geven de volgende principes voor de omgang van deze erven.
Doe geen afbreuk aan het karakter van waardevolle boerderijen.
Zorg voor hiërarchie in de bebouwing; één hoofdgebouw met bijgebouwen die ondergeschikt zijn en een ingetogen vormgeving hebben.
Zorg dat nieuwe functies van de bebouwing passen bij het landelijke karakter van het traditionele erf.
Pas zonnepanelen bij voorkeur toe op daken van de bijgebouwen en niet op de daken van de authentieke boerderijen.
Behoud of herstel (indien mogelijk) het oorspronkelijke waterpatroon met een watergang tussen het erf en de weg.
Geef het erf aan de voorzijde een representatieve, groene uitstraling.
Pas in de inrichting van het erf inheemse beplanting toe en houd daarbij het zicht op de historische boerderij vrij (zie Bijlage 2; Inspiratie voor de Ontwikkelingsrichting “versterk de erfbeplantingen met gebiedseigen beplantingen”)
Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
Plant langs de randen van het erf opgaande beplantingen zoals singels en bomenrijen.
Realiseer een zichtlijn over het erf naar achteren.
Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Agrarisch productie-erf
Dit erftype komt met name in de agrarische context voor (blz. 30). We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
Maak 1 oprit naar het erf en minimaliseer de verharding.
Behoud en versterk in het polderlint de continuïteit van de begeleidende beplanting en het water langs de weg.
Zorg voor een representatieve uitstraling van het erf aan de voorkant, met aan de achterkant ruimte voor productieprocessen.
Zorg voor erfinrichting met inheemse beplanting die bijdraagt aan biodiversiteit en een stapsteen is in de ecologische structuur.
Plaatsing van windmolen (ashoogte niet hoger dan 15 m) aan de achterkant van het erf.
Ruimte voor zonnepanelen op de daken.
Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Erf met verbreding agrarische functies
Dit erftype komt voor in de parkcontext, energiecontext en veenweidecontext (blz.30).
De verbreding van de agrarische functie kan het recreatieve karakter van het polderlint versterken. We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
De nieuwe bouwvolumes voegen zich in de opbouw van het erf.
Zorg voor hiërarchie in de bebouwing; één hoofdgebouw met ondergeschikte bijgebouwen.
Nieuwe functies in de bestaande en nieuwe gebouwen (woning, kantoor, horeca, e.d.) doen geen afbreuk aan het landelijke karakter en hebben geen verkeersaantrekkende werking.
Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
Erven zijn een schakel in het fiets- en wandelnetwerk, door een aansluiting vanaf de polderweg over het erf (veldpad) of route op de kavelgrens (onderhoudspad).
Erfbeplanting is inheems en heeft betekenis als stapsteen in de ecologische structuur.
Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Erf met nieuwe woon- en werkfuncties
Dit erftype is relevant voor de stedelijke context (blz.30). Ter inspiratie wordt verwezen naar Bijlage 1; boerderijtypes, inspiratie voor de omgang met historische boerderijen. We geven naast de algemene principes zoals aangegeven op pagina 31 de volgende principes voor de omgang met deze erven.
Zie Bijlage 1;
Refereer aan de karakteristieke indeling van een erf met een hiërarchie tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen.
Plaats het hoofdgebouw aan de voorzijde en maak de bijgebouwen ondergeschikt in maat, kleur en materiaal.
De breedte van de erven varieert tussen de 50 en 200 meter. Tussen de erven bevinden zich open ruimtes (‘groene spaties).
Het erf heeft een vrije voorzone van minimaal 20 meter.
Laat in nieuwbouw of herbouw het landelijke karakter terugkomen in de architectuur.
Geef de voorgevel van het hoofdgebouw een representatieve uitstraling.
Plaats parkeergelegenheden zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw (wanneer dit niet mogelijk is, beperk dan met beplanting het zicht op de auto’s).
Richt het onbebouwde gebied collectief of openbaar in. Het percentage privé buitenruimte is laag, waardoor het open karakter van het erf geborgd blijft.
Geef het terrein een landschappelijke inrichting door karakteristieke erfbeplanting, windsingels en sloten.
Hou de randen van het plan zo veel mogelijk openbaar, bijvoorbeeld door het toepassen van een windsingel.
Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Erf met collectieve woonclusters in stedelijke context
Dit erftype is relevant voor de stedelijke context waar van oudsher geen boerderijen aanwezig waren (blz.30). In dit type is er ruimte voor een eigentijdse vertaling van een klassiek erf in de polderlinten. We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
Geef een eigentijdse vertaling van een klassiek erf in de polderlinten.
Zorg voor een eigentijdse architectuur van het bouwcluster.
Besteed veel aandacht aan een groene inrichting van het erf en de samenhang tussen architectuur en groen.
Geef het erf een representatieve uitstraling naar het polderlint toe en plaats de parkeerplekken uit het zicht.
Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Erf in het veenweidegebied
Dit erftype is relevant voor de context van het veenweidegebied (blz.30). We geven de volgende principes voor de omgang met deze erven.
Geef het erf een verzorgde uitstraling aan alle zijden, rekening houdend met de alzijdige zichtbaarheid.
Geef de bouwvolumes een losse plaatsing op het erf, met verschillende richtingen.
De erven kunnen nieuwe functies krijgen die samenhangen met de ecologische of de recreatieve betekenis van de veenweidepolders (natuureducatie, verkoop lokale producten, kampeerboerderij, boerengolf e.d.).
Behoud en terugbrengen van watergangen wordt nagestreefd.
Woonbuurt langs het lint - bestaande situatie
Herstel de bomenrij aan het lint, maak het lint continu.
Maak voldoende afstand tussen bebouwing en lint met voortuinen.
Geen bouwkundige erfafscheidingen (schuttingen) maar landschappelijke (hagen).
Bouw bescheiden en niet te hoog aan het lint (max. 2 lagen + kap).
Minimaliseer parkeren aan het lint en stimuleer parkeren op eigen terrein.
Centrum knoop
Kruising hoofdvaart en dwarslint
Brug over de Hoofdvaart is belangrijke publieke ruimte (plein).
Bebouwing en programma zijn georiënteerd naar de Hoofdvaart en het dwarslint.
Hoofdvaart en dwarslint hebben een continue opbouw tot het knooppunt.
Bomenrijen zo continu mogelijk voor het beeld en ondersteuning vleermuisroute.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Hulplijnen voor aantrekkelijke woon- en werkmilieus
Onderdeel van Visie Polderlinten