2.1.1 Plaatsgebonden risico (PR)
De eerstgenoemde risicomaat betreft het plaatsgebonden risico (afgekort PR):
Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar, die één persoon loopt om op een bepaalde plek dodelijk getroffen te worden door een ongeluk met gevaarlijke stoffen in een bedrijf of langs een transportas. Deze maat is bedoeld om te bepalen welke afstand nodig is tussen de risicodragende activiteit en de bebouwde omgeving van de burgers.2 Zie voor de officiële definitie art 1, lid p (Bevi)
Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar, die één persoon loopt om op een bepaalde plek dodelijk getroffen te worden door een ongeluk met gevaarlijke stoffen in een bedrijf of langs een transportas. Deze maat is bedoeld om te bepalen welke afstand nodig is tussen de risicodragende activiteit en de bebouwde omgeving van de burgers.
Er moet voor kwetsbare objecten ‘(woningen, scholen, et cetera) en beperkt kwetsbare objecten’ (verspreid liggende woningen, kleine kantoren, et cetera) onderscheidt gemaakt worden tussen bestaande en nieuwe situaties.
Kwetsbare objecten
Het plaatsgebonden risico (de 10-6/jaar contour)3 Binnen de 10-6/jaar contour mogen geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn. is een wettelijke en daarmee harde grenswaarde. Daaraan zal in alle gevallen moeten worden voldaan. Dat betekent concreet dat binnen een bepaalde afstand rondom een risicobron (de 10-6/jaar contour) dergelijke objecten niet mogen worden gebouwd en bestaande objecten moeten (eventueel) worden gesaneerd.
Beperkt kwetsbare objecten
Voor beperkt kwetsbare bestemmingen, is de 10-6/jaar contour niet altijd hard. Voor bestaande objecten is het een richtwaarde waarbij een grenswaarde 10-5/jaar geldt. Voor nieuwe objecten dient voldaan te worden aan de 10-6/jaar contour tenzij er zwaarwegende motieven gelden.
Figuur 2: Voorbeeld contouren van plaatsgebonden risico (PR)waarbij de rode de 10-6/jaar voorstelt
Invulling gemeentelijke basisveiligheid
Kwetsbare objecten
Voor kwetsbare objecten geldt de harde grenswaarde van 10-6/jaar. Daarnaast is het aan te bevelen een extra onderscheidt te maken voor objecten waar verminderd zelfredzame personen verblijven (= zeer kwetsbare objecten). Bij deze categorie moet gedacht worden aan kinderdagverblijven, tehuizen, et cetera. Algemeen wordt gesteld dat hiervoor de norm van 10-6/jaar onvoldoende is. Hierbij dient dan gekeken te worden naar de letale concentraties (LC). Het advies van de veiligheidsregio hierbij is dat binnen de LC100 (contour waarbinnen iedereen overlijdt) dergelijke objecten niet zouden mogen gerealiseerd of aanwezig zouden mogen zijn.
Beperkt kwetsbare objecten
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt een nuancering. Voor bestaande objecten geldt een grenswaarde van 10-5/jaar contour (de richtwaarde is 10-6/jaar); voor nieuwe geldt 10-6/jaar (tenzij er zwaarwegende redenen zijn). Geldt een 10-5/jaar contour dan wordt het een aandachtslocatie.
2.1.2 Groepsrisico (GR)
Het groepsrisico (afgekort GR) is bedoeld om een gemeente zich bewust te laten zijn van de gevolgen van een ramp met gevaarlijke stoffen en deze af te wegen tegen andere aspecten.
Het groepsrisico kan als volgt worden gedefinieerd:
Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR houdt rekening met de
dichtheid van het daadwerkelijke aantal personen per hectare rondom een risicovolle inrichting of transportas.4 Zie voor de officiële definitie artikel 1, lid k (Bevi)
Het groepsrisico is een moeilijk begrip. Dit komt omdat ze niet zoals het plaatsgebonden risico als contour op een kaart kan worden weergegeven, maar slechts als grafiek. Verder geldt hierbij een algemene richtwaarde (oriëntatiewaarde) ten aanzien waarvan elke individuele gemeente haar eigen afwegingen en keuzes kan maken (via de verantwoording van het groepsrisico).
Elke verandering van het groepsrisico, feitelijk elke verandering van de risicobron en/of het aantal personen /kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied, moet worden verantwoord. Het doel hierbij is transparantie en inzichtelijkheid te verkrijgen. Ook wanneer risico’s afnemen.
De essentie van de verantwoordingsplicht is dat het de gemeente aanzet tot een discussie over de omvang en verandering van het lokale groepsrisico in relatie tot de oriëntatiewaarde. Maar ook over de veiligheid van de risicovolle situatie, de gevolgen voor de omgeving, de hulpverlening en de zelfredzaamheid van omwonenden.
Het verantwoorden is een wettelijke verplichting en geldt in het bijzonder wanneer het groepsrisico toeneemt.
Uitgangspunt is dat er altijd een beoordeling van het groepsrisico moet plaatsvinden indien er een besluit wordt genomen, waarbij (beperkt) kwetsbare objecten zijn gelegen binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen of transportroutes.
In deze beleidsvisie wordt ervoor gekozen om de verplichte verantwoording van het groepsrisico aan te grijpen om:
Externe veiligheidsrisico’s vroeg in het planproces en het vergunningproces te betrekken.
Hierdoor wordt een versnipperde/ad hoc aanpak en een last-minute oplossing voorkomen. Tevens krijgt het uiteindelijke besluit een kwalitatief hoger gehalte.
Het maken van bewuste keuzes en afwegingen.
De besluitvorming te verbreden tot een integrale afweging van nut en noodzaak.
Maatregelen op de agenda te krijgen om risico’s te beperken, de zelfredzaamheid te verhogen en de mogelijkheden van de hulpdiensten te bevorderen.
De laatstgenoemde reden heeft te maken met de taken die het bevoegd gezag en de
Veiligheidsregio hebben zoals genoemd in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010).
Verantwoording groepsrisico
Het bevoegde gezag moet hierin aangeven wanneer een risicovolle ontwikkeling wèl, en dan onder welke omstandigheden (randvoorwaarden en maatregelen), èn wanneer niét wordt toegestaan (acceptabel is). In de artikelen 12 en 13 van het Bevi is de verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag ten aanzien van de acceptatie van het groepsrisico wettelijk geregeld. Voor een overzicht van de negen onderdelen van de verantwoordingsplicht wordt verwezen naar bijlage 1.
Door specifieke- en/of lokale omstandigheden kunnen de onderdelen van de verantwoordingsplicht juist wèl of juist niét van toepassing zijn. Als gevolg van het doorlopen van dit verantwoordingsproces ontstaat vanzelf een onderscheid dat in de praktijk vaak wordt omschreven als een beperkte of uitgebreide, dan wel een lichte of zware verantwoording van het groepsrisico.
Bij een (significante) toename van het groepsrisico en/of overschrijding van de oriëntatiewaarde (richtwaarde, groepsrisico = 1) moet de gemeente de gemaakte keuzes verantwoorden en vastleggen in het bestemmingsplan of de milieuvergunning.
Bij de verantwoording wordt, aansluitend bij de regelgeving, in een vroeg stadium, zoals in het EV Protocol genoemde Initiatief of Voorontwerp, advies gevraagd aan de regionale brandweer. Dit advies weegt bij de verantwoording mee om te komen tot een besluit. Onder meer op basis van een kosten- batenanalyse van (door de brandweer) voorgestelde veiligheidsmaatregelen, maakt de gemeente daarna een afweging over te nemen veiligheidsmaatregelen binnen een besluit.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Richtinggevende risicomaten
Onderdeel van Beleidvisie Externe Veiligheid Gemeenten Hoeksche Waard (beleidsvisie en basisvisie)