Het college kan een persoon behorende tot de doelgroep begeleiden of laten begeleiden bij het zoeken naar en verwerven van arbeid naar vermogen, alsmede bij het wegnemen van belemmeringen voor de arbeidsinschakeling. Het college kan hiertoe op eigen initiatief, dan wel op verzoek van de persoon uit de doelgroep, een of meer voorzieningen aanbieden. De voorzieningen kunnen onder meer worden onderscheiden in:
ondersteuning bij een beroep op maatschappelijke opvang of medische zorg;
ondersteuning bij maatschappelijke participatie, waaronder vrijwilligerswerk en onbeloonde additionele werkzaamheden op grond van artikel 10a van de wet, artikel 38a IOAW of artikel 38a IOAZ;
arbeidsinpassing en toeleiding, waaronder begrepen voorbereiding op zelfstandig ondernemerschap;
activiteiten met behoud van uitkering;
stage waaraan een stagevergoeding kan worden verbonden;
gesubsidieerd werk, waaronder begrepen loonkostensubsidie zoals omschreven in artikel 2.6 van deze verordening;
begeleiding op de werkplek;
persoonsgebonden re-integratie budgetten;
nazorg bij arbeidsinschakeling;
opleiding en scholing als bedoeld in artikel 10a vijfde lid van de wet en artikel 8a eerste lid, onderdeel c en artikel 2.10 van deze verordening;
flankerende instrumenten, waaronder onderzoeken door deskundigen, schuldhulpverlening, kinderopvang, taalscholing en scholing die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.
Het college kan voor de uitvoering van voorzieningen als bedoeld in het eerste lid afspraken maken met derden, waaronder werkgevers en re-integratiebedrijven, alsmede subsidies verstrekken.
Het college kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels vaststellen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.5.
Voorzieningen
Onderdeel van VERORDENING WERK EN INKOMEN GEMEENTE ZWIJNDRECHT