Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie.
Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, niet in staat zijn met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen dan wel daaraan gerelateerd met deeltijdarbeid het minimum uurloon te verdienen en mogelijkheden hebben tot arbeidsparticipatie, of
een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid van de wet.
Voor personen die behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie en waarbij sprake is van een arbeidsovereenkomst of een voornemen tot een arbeidsovereenkomst met een werkgever stelt het college de loonwaarde vast met gebruikmaking van een methodiek voor loonwaardebepaling.
Deze methodiek voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
het meet de arbeidsprestatie van de werknemer;
de loonwaarde hangt niet af van degene die de methode hanteert;
het is transparant voor iedere betrokkene hoe tot de loonwaarde is gekomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.6.
Loonkostensubsidie en Loonwaardebepaling
Onderdeel van VERORDENING WERK EN INKOMEN GEMEENTE ZWIJNDRECHT