Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.3

Stimuleren van semipubliek laden

Onderdeel van Integrale visie laadinfrastructuur

Door de realisatie van semipublieke laadvoorzieningen kan de noodzaak voor openbare laadinfrastructuur worden verkleind. Daar waar mogelijk zullen partijen (denk hierbij aan winkelcentra, bouwmarkt, wegrestaurant, etc.) die beschikken over een parkeervoorziening de ruimte krijgen om daar laadvoorzieningen aan te leggen. Semipublieke laadvoorzieningen zijn met name van belang voor bezoekers. Bij het faciliteren van semipublieke laadinfrastructuur hanteren wij de volgende beleidsmatige uitgangspunten: Het basisprincipe is dat de verantwoordelijkheid voor het realiseren van laadinfrastructuur bij semipublieke laadinfrastructuur ligt bij de grondeigenaar zelf. De grondeigenaar is nu eenmaal diegene die bepaalt wat er op zijn/haar eigendom gebeurt. De gemeente stimuleert dat particulieren, bedrijven en organisaties laadpunten faciliteren op eigen terrein en deze waar mogelijk ook publiekelijk toegankelijk te maken. Hierbij zetten wij met name in op communicatie. Wanneer particulieren een parkeerplaats op eigen terrein, die voor het openbaar verkeer toegankelijk is, willen reserveren voor het opladen van elektrische voertuigen moet daarvoor op basis van de Wegenverkeerswet een verkeersbesluit door de gemeente worden genomen. Op verzoek verlenen wij hieraan onze medewerking door het voorbereiden van een verkeersbesluit en dit in procedure te brengen. In het geval van een maatschappelijk belang of urgentie, kan de gemeente besluiten een samenwerking te organiseren om samen met de grondeigenaar een semipublieke laadoplossing te organiseren. Per situatie wordt hiervoor een afweging gemaakt. In de NAL is opgenomen dat in de samenwerkingsovereenkomsten met bedrijven aanvullende afspraken worden gemaakt over de minimale hoeveelheid laadinfrastructuur voor bedrijventerreinen en het openstellen voor uitrol en exploitatie ervan. Dit gaat over bestaande bouw met minder dan 20 parkeerplaatsen, die buiten de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD) vallen. Hiervoor wachten wij de landelijke lijn af. Vanaf maart 2020 is in het Bouwbesluit 2012 een afdeling toegevoegd over het aanleggen van laadinfrastructuur bij nieuwbouw en bestaande bouw. Zie kader 4. Kader 4: Bouwbesluit 2012(geldend vanaf 10 maart 2020 en op te nemen in de Omgevingswet) Bij nieuwe woningen en > 10 parkeerplaatsen op eigen terrein: leidingdoorvoeren op elk parkeervak Bij nieuwe gebouwen (geen woning zijnde) en > 10 parkeerplaatsen op eigen terrein: tenminste één oplaadpunt én elk 5e parkeervak leidingdoorvoeren voor oplaadpunten Vanaf 2025: elk bestaand gebouw (geen woning zijnde) en > 20 parkeerplaatsen op eigen terrein: tenminste één oplaadpunt Bovenstaande is ook van toepassing bij een ingrijpende renovatie van gebouwen, mits de renovatie ook betrekking heeft op de parkeervakken én de kosten voor de laadinfra < 7% bedragen van de totale renovatiekosten. Aanvullende eisen parkeernota 2020 Alphen aan den Rijn: Bij gezamenlijke parkeervoorzieningen op privé terrein moeten bij de bouw aansluitmogelijkheden voor oplaadpunten worden meegenomen: elektriciteitskabel + contactpunten voor laadpunten aanpassen capaciteit netaansluiting aan aantal laadpunten. Per 4 eigen parkeerplaatsen voor bewoners komt er 1 aansluitmogelijkheid. Zijn de parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers onderling uitwisselbaar dan kan worden volstaan met 1 aansluitmogelijkheid per 8 parkeerplaatsen. Voor aparte bezoekersplaatsen is er 1 aansluitmogelijkheid per 10 parkeerplaatsen.

Rechtspraak bij dit artikel