• - In aanvulling op het bepaalde van artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien
    • - de vestiging of exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan;
    • - niet voldaan is aan de ingevolge deze afdeling voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen.
  • - De burgemeester weigert de vergunning eveneens indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
  • - In aanvulling op artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
  • - Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met
    • - het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
    • - de aard van de inrichting;
    • - de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie en
    • - de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant en/of leidinggevenden in deze of in andere inrichtingen,
    • - alsmede hun antecedenten.