Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1.

Cluster A

Onderdeel van Beeldkwaliteitsplan centrale lint

Stedebouwkundig bijzondere stedebouwkundige ruimtes: Ruimte R1: verbreed profiel/driehoekige ruimte door splitsing doorgaande weg; Ruimte R2: verbreed profiel ter plaatse van monumentale villa "Huize Lindenhof" en kruispunt wegen. Verhard winkelgebied; doordat het profiel van de Van Weedestraat zich hier verbreedt en vervolgens weer versmalt, vormt de omsloten ruimte R1 een overgang tussen het winkelgebied (met een besloten sfeer) naar het woongebied (met een meer open sfeer). Fraai zijn de twee grote bomen; het hoekpand ter plekke van de splitsing is zeer beeldbepalend. De groene ruimte met de grote bomen doorbreekt de sfeer van verharding. Daarnaast wordt de monumentale villa niet alleen benadrukt doordat ze teruggelegd is ten opzichte van de rooilijn, maar tevens doordat de hoekbebouwing aan weerszijden van het pand de ruimte sterk begrenst. Het tegenovergestelde geldt voor de overzijde van de weg. Hier valt een gat in de straatwand. rooilijn bebouwing: Op dit schaalniveau kan geconcludeerd worden dat de rooilijnen aan weerszijden van de straat globaal in een lijn liggen. De bebouwing is vrijwel direct aan de weg gesitueerd. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De bebouwing is aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten. Het eerste geldt met name voor de straatwand op begane grondniveau. Op verdiepingsniveau sluit de bebouwing op meerdere plaatsen niet op elkaar aan, waardoor er "gaten" in de wand ontstaan. Over het algemeen heeft de bebouwing forse fronten aan de straat. De korrelgrootte van de panden is afwisselend, maar wordt gedomineerd door panden met een grotere korrel. profielen: De vrijwel aaneengesloten bebouwing bestaat gemiddeld uit twee lagen en een kap, of uit drie lagen. Dit levert, tezamen met de situering van de rooilijnen vrijwel direct aan de weg, een besloten sfeer in vergelijking tot de overige clusters. inrichting buitenruimte: Het wegprofiel bestaat uit een grijze asfaltweg, met aan weerszijden een rood betegeld fietspad. Tussen de weg en het fietspad bevindt zich een strook met rode klinkers afgewisseld met grijze tegels, waar geparkeerd kan worden. Hier en daar blijft er ruimte over voor een "groen-bak met boom ". Deze is omrand met gele betonelementen. Dezelfde betonelementen scheiden de parkeerstrook van het fietspad. Door de aaneengesloten rijen auto's die aan weerszijden van de weg geparkeerd staan, is er geen ruimte voor een rij bomen (structuurgroen). De asfaltweg heeft enkele verbijzonderde oversteekplaatsen. Deze worden gemarkeerd door gemetselde muurtjes, en het grondvlak bestaat uit rode en gele klinkers in een diagonaal patroon. Tussen het fietspad en de gevels bevindt zich een stoep met gele tegels. Hoewel inrichtingselementen, zoals straatverlichting, afval­ bakken en fietsenrekken qua vormgeving en kleurgebruik op elkaar zijn afgestemd, is het straatbeeld vrij onrustig. Dit komt doordat er bij de verharding een grote verscheidenheid aan materialen en kleuren is toegepast. Architektonisch stijlen: Er is een mix aan stijlen: van traditionele dorpsbebouwing (1 laag met kap), via zakelijke jaren '30 panden, naar functionalistische en modernistische panden van na de oorlog. Cluster A is het enige cluster waar, naast de hoofdzakelijk voor­ komende "baksteenarchitektuur", incidenteel tevens de "plaatmaterialenarchitektuur" voorkomt. korrelgrootte: Bij de gevelindeling van de grotere (later gebouwde) panden is niet getracht deze af te stemmen op de kleinere korrelgrootte van de oorspronkelijke bebouwing. materiaal- en kleurgebruik: Baksteen: diverse schakeringen geel, bruin en rood; grijs; wit gestuct of geschilderd. Plaatmaterialen/puivullingen: wit, beige, mosgroen, zwart (glas). invloed functie op architektuur: Bij bestaande panden, wordt vaak de gevelindeling aangetast, doordat de relatie tussen de gevel op begane grond- en verdiepingsniveau verbroken is. Deze panden hebben veel gebruiksoppervlak op de begane grond, grote glasoppervlakken in de gevel op de begane grondniveau, een expressiever en vaak afwijkend kleur- en materiaalgebruik, luifels, en veel grote reclame-uitingen. Conclusie sfeer cluster A Dit winkelgebied is vrijwel geheel verhard. In vergelijking tot de andere clusters is de bebouwing grootschaliger (grove korrel), meer aaneengesloten en staan de panden op kortere afstand van elkaar en de weg. Hierdoor is de sfeer meer stedelijk en besloten. Er zijn nog enkele panden aanwezig met een kleinere korrelgrootte, die refereren aan de oorspronkelijke karakteristiek. Ze vormen in de huidige situatie echter een minderheid op de nieuwe, meer grootschalige karakteristiek. De beeldkwaliteit van deze cluster kan sterk verbeterd worden omdat deze relatief onsamenhangend en onrustig is door het verschil in korrelgrootte, de grote diversiteit aan architektonische vormgeving, en de vele verschillen in materiaal- en kleurgebruik. Het parkeren is nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld en vormt tezamen met het verkeer een barrière bij het oversteken. Omdat de oorspronkelijke bomenrij aan weerszijden van de weg geheel verdwenen is, zijn er nieuwe bomen met een eigen patroon/ritme aangeplant. Ensemble 1 Stedenbouwkundig dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De bebouwing oogt minder aaneengesloten dan die van ensemble 2, omdat er een kleine afstand is tussen de panden onderling. Dit wordt versterkt doordat de afzonderlijke panden verschillende hoogtes en hoofdvormen hebben. De korrelgrootte van de panden die later gebouwd zijn, is niet afgestemd op de oorspronkelijke korrelgrootte, zoals die van het pand met een laag en een kap. In de huidige situatie is het echter zo dat dit pand juist de samenhang onderbreekt, omdat het een te kleine korrelgrootte heeft ten opzichte van de overige panden. Wanneer het onderscheid in korrelgrootte tussen dit pand en het jaren '30 pand ernaast (grote korrel vanwege hogelsteile dakvlak) verkleind zou warden, dan ontstaat er een sterkere en meer samenhangende begrenzing van de ruimte. profielen van de straat: Doordat ensemble 1 wijkt ten opzichte van ensemble 2 en 3, verbreedt het profiel zich hier. Dit vindt zijn oorsprong in het splitsen van de doorgaande weg. De sfeer is hier minder besloten dan die ter plaatse van het winkelgebied ten oosten ervan. Omdat het profiel zich weer vernauwt aan de westzijde vormt het een overgang naar de woonbebouwing daar. Omdat dit profiel echter nog iets westelijker onderbroken wordt door de rotonde, wordt dit effect weer teniet gedaan. Architektonisch stijlen: Het pandje met de mansarde kap heeft een dorpsarchitektuur, het hoge pand uit de jaren '30 heeft stijlinvloeden van de Zakelijkheid. De twee naoorlogse gebouwen met een plat dak hebben een meer modernistische vormgeving. korrelgrootte: Bij het pand uit de jaren '30 is niet geprobeerd om de korrelgrootte architektonisch aan te passen op de oorspronkelijke kleine korrelgrootte van de dorpsarchitektuur. Bij het HEMAgebouw is wel getracht de grote korrel optisch te verkleinen door een verticaal ritme in de gevel te brengen. materiaal- en kleurgebruik: Alle panden zijn - met uitzondering van het pandje met de mansardekap - uit baksteen opgebouwd, maar het kleurgebruik is niet op elkaar afgestemd. De lichte kleur van de gevels heeft de overhand genomen, waardoor het donkere jaren '30 pand een uitzondering vormt. Wanneer deze tevens een lichte kleur zou hebben wordt de samenhang vergroot en ontstaat een rustiger beeld. invloed functie op architektuur : Hoewel er bij de middelste twee winkelpanden een zonwering en een luifel voor de gevels is geplaatst, is de verticale relatie tussen het begane grand- en het verdiepingsniveau nog redelijk aanwezig. Dit geldt in mindere mate voor het jaren ' 30-pand . De verticale relatie wordt hier met name verbroken door de grote reclame-uitingen aan de gevel. In de openbare ruimte zijn geen vrijstaande reclame-uitingen geplaatst en er wordt vrijwel geen koopwaar in de openbare ruimte gestald. Ensemble 2 Stedebouwkundig bijzondere stedebouwkundige ruimtes: Ruimte R2 wordt aan de zijde van de Van Weedestraat omsloten door de bebouwing van drie ensembles: het betreft delen van ensemble 2, 3(b), 4(a) en 5(a). Doordat de hoekbebouwing van ensemble 2 stevige fronten heeft aan de openbare ruimte en zover mogelijk in de hoek gepositioneerd is, zorgt het voor een sterke begrenzing van de ruimte rondom de villa. De villa "Huize Lindenhof" en de stedebouwkundige ruimte eromheen vormen samen een waardevolle stedebouwkundige verbijzondering. rooilijn bebouwing: Op een pand na, ligt de bebouwing in een lijn. Het kleine pandje, dat uit een laag en een mansardekap bestaat, vormt de uitzondering. Dit pandje verwijst, als laatste in dit ensemble, naar de oorspronkelijke dorpse karakteristiek. Het straatbeeld zou evenwel een rustiger beeld opleveren, wanneer het in dezelfde rooilijn zou liggen als de belendende panden. De rooilijn en de straatwand maken een knik op de plaats waar de Korte Brinkweg oorspronkelijk ongeveer op de Van Weedestraat heeft aangetakt. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De panden van ensemble 2 sluiten vrijwel overal direct op elkaar aan, en hebben globaal dezelfde hoogte en hoofdvorm. Het kleine pandje (een laag en een kap) vormt ook hierop een uitzondering. Wanneer op deze plek nieuw gebouwd wordt, kan de samenhang vergroot worden, door de korrelgrootte aan te laten sluiten bij die van de belendende panden. Dit houdt in dat het nieuwe pand ongeveer 3 lagen hoog moet worden, en vrijwel moet aansluiten op de belendende panden. Architektonisch stijlen: Op twee panden na, is de stijl van de panden functionalistisch: platte daken, horizontale gevelindeling, toepassing van grote gevelelementen en grote raamopeningen. De gemetselde vlakken zijn van een meer ondergeschikte betekenis in vergelijking tot de "baksteenarchitektuur". Het pandje met de mansarde kap is van rond 1900, het pand met twee lagen en een kap uit de jaren '30. architektonische korrelgrootte: De naoorlogse panden zijn niet alleen dominant in het straatbeeld aanwezig doordat ze bijna alle oorspronkelijke bebouwing hebben vervangen, maar tevens door hun grotere korrelgrootte. Er is bij de vormgeving van de naoorlogse panden niet getracht om de korrelgrootte af te stemmen op de oorspronkelijke bebouwing met een kleine korrelgrootte. materiaal - en kleurgebruik: Naast baksteen, zijn er bij de functionalistische bebouwing tevens grote gevelelementen van beton en beplatingen van trespa en/of kunststof toegepast. Zowel de bakstenen als de beplating en gevelelementen variëren in kleur. Globaal genomen geldt hier dat de bouwvolumes een donkere tint hebben met lichte accenten. Ook op dit punt vormen de twee oudere panden een uitzondering. Zij vallen op in het geheel, vanwege hun lichte kleur (de gevels zijn wit geschilderd). invloed functie op architektuur : Omdat de panden een meer horizontale gevelindeling hebben, is hier vrijwel geen sprake van een onderbroken relatie tussen het begane grond - en het verdiepingsniveau. De karakteristiek van het pandje van rond 1900 wordt aangetast door de grote puien op begane grondniveau, die er qua stijl niet bij passen. Ensemble 3a en 3b Stedebouwkundig bijzondere stedebouwkundige ruimtes: Ruimte R2 wordt aan de zijde van de Van Weedestraat omsloten door delen van de bebouwing van ensemble 2, 3b, 4a en 5a. De bebouwing op de hoek van ensemble 3b vormt geen stevig front, omdat de bouwhoogte te laag is, en omdat ze te ver van de Stadhouderslaan is geplaatst. rooilijn bebouwing: De bebouwing van ensemble 3a ligt in een rooilijn. Bij ensemble 3b zijn de panden net iets gedraaid ten opzichte van de doorgaande weg. Door deze 'historische' situatie bij de nieuwbouw te handhaven, wordt een speels effect gegeven aan de lange wand met nieuwbouw. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De bebouwing vormt een lang gesloten bouwvlak. De oude bebouwing van ensemble 3a heeft een grote korrel. Met deze bebouwing is al vroeg langs dit deel van het lint de aanzet gegeven tot een hogere bebouwingsdichtheid en een grotere korrelgrootte dan de oorspronkelijke bebouwing. De nieuw­ bouw van ensemble 3b sluit qua bouwhoogte (twee lagen met kap) en korrelgrootte goed aan bij de bestaande bebouwing van het ensemble. Architektonisch stijlen: De vooroorlogse bebouwing van ensemble 3a heeft stijlinvloeden van de Zakelijkheid. De nieuwbouw heeft een traditionalistische architektuur, die doet denken aan de Neo-stijlen uit de 19e eeuw. Deze bouwstijl reageert daarmee op de villa Huize Lindenhof - gelegen aan de overzijde de straat - die gebouwd is met stijlinvloeden van het Neoclassicisme. architektonische korrelgrootte: De zakelijke jaren '20 bebouwing van ensemble 3a heeft een sterke horizontaliteit. De nieuwbouw van ensemble 3b oogt door de verspringende rooilijn niet als een gebouw. De toepassing van erkers en hoge, smalle ramen versterkt nog verder de verticale geleding in de panden. De architektonische korrelgrootte wordt zo verkleind. materiaal- en kleurgebruik: De gevels zijn alien van baksteen: witgekeimd, wit gepleisterd, oranje/geel of rood/bruin van kleur. Gezien het overwegend donkere gevelbeeld binnen het cluster, wordt geadviseerd hierop aan te sluiten. Ensemble 4a en 4b Stedebouwkundig bijzondere stedebouwkundige ruimtes: Hoewel het pand op de hoek van ensemble 4a een stevig front vormt naar de Stadhouderslaan, wordt deze straat ervaren als een stedenbouwkundig gat in de straatwand van de Van Weedestraat, omdat de afstand van het pand tot de Stadhouderslaan te groot is. rooilijn bebouwing: De bebouwing van ensemble 4 ligt in een lijn. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De bebouwing van ensemble 4 is vrijwel geheel aaneengesloten. De F.C. Kuyperstraat vormt ruimtelijk een onderbreking van deze straat wand, maar is niet dusdanig breed dat het de relatie tussen ensemble 4a en 4b verbreekt. De afzonderlijke panden sluiten vrijwel overal direct op elkaar aan, en hebben globaal dezelfde hoogte (2 lagen met kap of 3 lagen/met kap). Ter plekke van de Etos (2 lagen zonder kap) valt er echter een gat in de straat wand. Dit kan voorkomen worden door op de bouwhoogte van belendende panden aan te sluiten. Ensemble 4a is een goed voorbeeld van hoe een pand met een nieuwe stijl, ten opzichte van de bestaande panden, goed ingepast kan worden. Er is een rustig en samenhangend beeld ontstaan, doordat enerzijds de korrelgrootte van de panden goed op elkaar is afgestemd (3 lagen met kap, goot in een lijn), en anderzijds doordat het materiaal en kleurgebruik goed op elkaar is afgestemd. De samenhang bij ensemble 4b is minder sterk aanwezig. De korrelgrootte, die groter is dan bij 4a, komt voor het grootste deel overeen, maar wordt onderbroken door een aantal uitzonderingen; zo is het pand van de Etos te laag en het oude pand op de hoek (Livera/Colitico) te smal ten opzichte van het ING-bankgebouw en te laag ten opzichte van het belendende appartementengebouw. Het moderne pand van de herenmodezaak Hilton sluit daarentegen qua korrelgrootte goed aan bij het oude belendende pand. Om een samenhangender straatbeeld te krijgen kan er in de toekomst beter naar gestreefd worden om aan te sluiten op de nieuwe karakteristiek met de grote korrel. Architektonisch stijlen: Ensemble 4a is een goed voorbeeld van hoe er met een traditionalistische en tegelijkertijd eigentijdse stijl goed kan worden aangesloten op de stijl van rond 1900. Bij ensemble 4b heeft de functionalistische bouwstijl de overhand gekregen. De panden van rond 1900 met de meer dorpse karakteristiek vormen hier nu de uitzondering. Omdat het hier geen monumenten betreft hoeven deze panden niet per se behouden te worden, maar kunnen ze eventueel op termijn vervangen worden voor bebouwing, die beter aansluit bij de nieuwe karakteristiek. architektonische korrelgrootte: Er is bij de vormgeving van de later gebouwde panden niet getracht om de korrelgrootte at te stemmen op de oorspronkelijke bebouwing met een kleine korrelgrootte. Bij nieuwbouw kan nu beter op de beeldbepalende grotere korrelgroot­ te worden afgestemd. materiaal- en kleurgebruik: De bebouwing van ensemble 4a is goed op elkaar afgestemd qua materiaal en kleurgebruik. Bij ensemble 4b kan de varieteit aan materialen en kleurgebruik beter teruggebracht worden. Omdat de lichtgekleurde steen-achtige materialen het sterkst het beeld bepalen, kan het beste hierop aangesloten worden. invloed functie (wijzigingen) op architektuur : Behalve bij ensemble 4a, vormt de gevel op begane grondniveau een lange plint van etalages. Op begane grondniveau zijn de afzonderlijke panden dan ook niet meer van elkaar te onderscheiden. Ensemble 5a, 5b en 5c Stedebouwkundig bijzondere stedebouwkundige ruimtes: De stevige fronten van de hoekbebouwing van ensemble 5 zorgen voor een duidelijke begrenzing van de ruimte (R2) rondom de monumentale "Huize Lindenhof". rooilijn bebouwing: De bebouwing ligt in een lijn, met uitzondering van het pand op de hoek aan de Stadhouderslaan. De begrenzing van de ruimte rondom de monumentale villa zou nog sterker geweest zijn, wanneer deze in dezelfde rooilijn had gelegen. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De bebouwing van ensemble 5 is op begane grondniveau vrijwel geheel aaneengesloten. Vanwege de verschillende hoofdvormen geldt dit niet op verdiepingsniveau. Op deze laag zijn de afzonderlijke panden te onderscheiden. Bij ensemble 5a zijn de fronten en de korrelgrootte van de afzonderlijke panden forser dan 5b en 5c: de voorgevel strekt zich vrijwel aaneengesloten uit over 3 verdiepingen. Een uit­ zondering hierop vormt de lijstenmakerij - het pand van 1 bouwlaag uit de jaren '30. Het gevelbeeld van ensemble 5a zou meer samenhang krijgen, wanneer bij dit pand zou worden aangesloten op de forse fronten van de belendende pan­ den. Ensemble 5b en 5c hebben een dorpse uitstraling door de kleinere korrelgrootte, de lagere dichtheid en de bouwhoogte. Omdat er elders langs het lint de dorpse karakteristiek beter bewaard is gebleven, is het hier vanzelfsprekender om op de huidige, meer grootschalige karakteristiek aan te sluit en. Het hoekpand van ensemble 5b is een monument en het daarom waard om als beeldbepalend object te behouden. Door in de toekomst de wand van ensemble 5a in twee bouwlagen aan te laten sluiten op dit markante pand, kan toch een grotere stedebouwkundige samenhang ontstaan in dit ensemble. De aansluiting op het monument stelt hoge eisen aan de architektuur van de nieuwbouw. Architektonisch stijlen: De naoorlogse bebouwing van ensemble 5a is in functionalistische en modernistische stijl gebouwd. De twee uitzonderingen in dit deel zijn jaren '30 panden met stijlinvloeden van de Zakelijkheid. Ensemble 5b wordt gevormd door twee panden met een eigen hoofdvorm van rond 1900 en een monumentaal pandje met art-deco invloeden. Ensemble 5c wordt gevormd door een modernistisch en een jaren '30 gebouw. architektonische korrelgrootte: Het modernistische pand van ensemble 5c (SNS-bank) is een voorbeeld hoe de korrelgrootte van de gevel architektonisch afgestemd kan worden op de korrelgrootte van het ernaast gelegen pand. Deze relatie was minder sterk geweest, wan­ neer dit vlak bijvoorbeeld was opgedeeld in twee kleinere vlakken met verschillende kleuren. materiaal- en kleurgebruik: Het kleurgebruik is vrijwel per pand verschillend, waardoor er op dat vlak weinig eenheid is in ensemble 5. Omdat er bij nieuwbouw lichte kleuren zijn toegepast, kan er in de t oe­ komst meer samenhang gecreëerd worden door hierop aan te sluit en. Dit sluit tevens goed aan bij de lichte kleurstellingen aan de overzijde van de straat (ensemble 4). Als hoofdmateriaal in het ensemble wordt overal baksteen gebruikt (met uitzondering van het pand op de hoek Stadhouderslaan, waarbij de gevel bestaat uit plaatmateriaal). Dit zorgt voor enige samenhang in het gevelbeeld. Cluster B: ensemble 6 - 7

Rechtspraak bij dit artikel