Stedebouwkundig
verbijzonderde stedebouwkundige ruimtes:
Ruimte R3: het Kerkplein langs Steenhoffstraat;
Ruimte R4: verbreed profiel ter hoogte van Museum Oud Soest.
Het Kerkplein accentueert de status van de Roomskatholieke kerk en versterkt de relatie tussen het aan de rand van de Eng gelegen Kerkpad, de Steenhoffstraat, de kerk en de begraafplaats.
Ten opzichte van de rooilijn van de bebouwing langs dit deel van de Steenhoffstraat is het pand van Mu seum Oud Soest een stuk teruggelegen. De bijzondere stedebouwkundige ruimte die hierdoor is ontstaan, past bij het monumentale karakter van het gebouw.
De ruimte voor en rond het gebouw heeft een groene inrichting.
rooilijn bebouwing:
Op dit schaalniveau kan geconcludeerd worden dat de rooilijnen aan weerszijden van de straat globaal in een lijn liggen.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande of twee onder-een-kap-woonbebouwing . Doordat de meeste bebouwing vrijstaat en uit een of twee lagen met een kap bestaat, is het verschil in korrelgrootte over het geheel genomen niet storend.
profielen:
Doordat er vrijwel overal aan weerszijden van de straat voorerven aanwezig zijn, ontstaat een relatief breed profiel. Aan weerszijden van de straat bestaat de bebouwing voornamelijk uit twee lagen met kap. Met name aan de zuidzijde zijn echter ook geregeld panden bestaande uit een laag met kap te vinden. Het brede profiel zorgt in combinatie met de over het algemeen beperkte bouwhoogte en korrelgrootte voor een open en ruim straatbeeld in vergelijking tot cluster A, B en G.
inrichting buitenruimte:
Het profiel komt overeen met dat van cluster C, met het verschil dat de gehele tussenstrook bestraat is met rood/bruine klinkers. Wanneer de breedte van deze strook het toestaat, wordt er geparkeerd. De straat wordt op relatief veel plaatsen nog aan weerszijden geflankeerd door een bomenrij, waaronder sommige zeer oude monumentale bomen. De voorerven van de bebouwing worden gedomineerd door
groen ingerichte voortuinen. De panden met een commerciële bestemming hebben meestal een verhard voorerf, dat vaak bij de openbare ruimte is getrokken.
Architektonisch
stijlen:
De bebouwing bestaat grotendeels uit traditionele baksteenarchitektuur uit de eerste helft van deze eeuw. De stijl hier van varieert van neo-classicistische luxe villabebouwing van rond de eeuwwisseling en de meer sober vormgegeven dorpswoningen uit begin deze eeuw tot de robuuste 'tuin dorp-achtige' bebouwing uit de jaren '20 en '30 in zakelijke en soms expressionistische stijl. Na de oorlog is het lint op verschillende plekken verdicht met twee-onder-een-kappers en enkele vrijstaande villa's, veelal met stijlinvloeden van het Traditionalisme.
materiaal en kleurgebruik:
De meerderheid van de gevels van de panden bestaat uit rood/bruine baksteen. Een minderheid - maar wel zeer frequent voorkomend - bestaat uit wit gekeimde of gepleisterde gevels. De panden hebben over het algemeen een rood of grijs pannendak. Enkele panden zijn afgedekt met een rieten dak.
invloed functie op architektuur
De gevels van de woonhuizen die tot winkelpanden verbouwd zijn, zijn over het algemeen in een vrij oorspronkelijke staat gehandhaafd.
Conclusie cluster D
Dit cluster bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande woonbebouwing en twee-onder-een-kap-woningen met groene voortuinen. De inrichting van de openbare ruimte is rustig. De bomen in het straatbeeld dragen bij aan de groene dorpssfeer. Bijna overal langs het lint is zowel incidenteel als geconcentreerd tussen de woonbebouwing, kleinschalige bedrijvigheid gekomen. De sfeer is echter over het geheel genomen "dorps" gebleven, hoewel hier en daar de bedrijvigheid de samenhang en de rustieke, groene dorpssfeer heeft aangetast. Omdat de dorpse en groene sfeer zo karakteristiek is voor het centrale lint en bijdraagt aan de belevingskwaliteit, is het in dit woongebied van belang om bij nieuw- en ver bouw zo optimaal mogelijk hierop aan te sluiten.
Het kleur- en materiaalgebruik van rood/bruine baksteen en rode of grijze pannendaken is zeer kenmerkend. De minder frequent, maar toch zeer regelmatig, voorkomende wit geverfde of gekeimde bakstenen gevels en rieten daken, kunnen echter als 'verbijzondering' net zo karakteristiek voor het straatbeeld genoemd worden. Omdat er binnen dit cluster verschillende sferen te onderscheiden zijn, kan de inpassing het eenvoudigst geschieden op het schaalniveau van de ensembles. Bepaalde ensembles hebben een sterke meerwaarde, omdat ze naast de monumentale panden (Roomskatholieke kerk, Museum Oud Soest, de melkfabriek) veel beeldbepalende (MIP)-panden bevatten. Deze zijn van bijzondere betekenis voor Soest. Bij de betreffende ensembles dienen de richtlijnen ten aanzien van de beeldkwaliteit dan ook strikter toegepast te worden.
Ensemble 9
Stedebouwkundig
bijzondere stedebouwkundige ruimtes:
Er is hier geen sprake van een bijzondere, waardevolle stedebouwkundige ruimte. Wel zorgt de onderbreking van het bebouwingslint door de spoorlijn, ervoor dat de kopgevel van de aan het spoor grenzende woning beeldbepalend is. Bij eventuele uitbreidingen of nieuwbouw verdient deze gevel dan ook extra aandacht. Tussen ensemble 9 en 10 is een open ruimte aanwezig, waardoor de relatie met het Kerkpad
N.Z. en het landschap voelbaar is.
rooilijn bebouwing:
De panden liggen in een lijn, en zijn iets verder teruggerooid ten opzichte van ensemble 4, maar verder naar voren geplaatst ten opzichte van ensemble 6.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
Het straatbeeld van dit ensemble is informeel in vergelijking met ensemble 4, 5 en 10, doordat elk pand een eigen kapvorm en zijtuinen heeft en ze tezamen geen sterk front naar de straat vormen. Het meest oostelijke pand, het VVV-gebouw, onderbreekt de samenhang met de overige bebouwing van dit ensemble en zorgt tevens voor een slechte overgang met ensemble 10. Het VVV-gebouw bestaat slechts uit een laag en sluit niet aan bij de 'villa's' vaneen laag en kap.
Wanneer het pand verder teruggelegd was in de groene ruimte tussen ensemble 9 en 10, zouden de bovengenoemde effecten minder storend zijn geweest. Het straatbeeld zou sterk verbeteren als bij een toekomstige invulling de korrelgrootte van de aanpalende 'villa's' als uitgangspunt wordt genomen.
profielen van de straat:
Omdat het ensemble is teruggerooid ten opzichte van de ensembles in cluster A, is de sfeer hier minder besloten. De sfeer is tevens minder stedelijk, vanwege de informele straatwanden.
Architektonisch
stijlen:
De sfeer van het ensemble wordt bepaald door de drie vrijstaande 'villa's' uit het begin van deze eeuw in eclectische stijl. De goedkope, sobere uitstraling van het moderne VVV gebouw sluit hier slecht op aan.
materiaal- en kleurgebruik:
Als ensemble zou de samenhang Sterker zijn geweest, wanneer het pand dat aan het spoor grenst niet wit geschilderd zou zijn, maar nog de oorspronkelijke rode baksteen-kleur zou hebben. Het VVV-gebouw valt, niet alleen wat betreft korrelgrootte en bouwstijl, maar ook qua materiaal en kleurgebruik buiten de boot.
invloed functie(wijzigingen) op architectuur:
Wanneer de bestemming van een pand wijzigt van een woon naar een winkelfunctie, wordt er vaak gekozen voor een meer expressieve uitstraling. Dit is ook het geval bij het pand langs het spoor, dat een witte kleur heeft gekregen.
Ensemble 10
Stedebouwkundig
bijzondere stedebouwkundige ruimtes:
Er is hier geen sprake van een bijzondere, waardevolle stedebouwkundige ruimte, maar wel van een specifieke stedebouwkundige invulling. Deze invulling heeft op zich zowel stedebouwkundige als architektonische kwaliteit.
Het ensemble bestaat uit een aantal gebouwen, waarbij de gebouwen op de hoek qua positionering en architektuur als het ware reageren op de stedebouwkundige situatie. Zij vormen hierdoor een markante begeleiding van de routes die de Steenhoffstraat (en het voormalige gemeentehuis) met het Kerkpad N.Z. verbinden. Tezamen met het gemeentehuis, dat eveneens een tors front vormt aan de weg, zorgt deze bebouwing ervoor dat de voorzieningen stedebouwkundig verbijzonderd zijn tussen de woonbebouwing.
rooilijn bebouwing:
De panden liggen grotendeels in een lijn, en ongeveer even ver van de weg als de rooilijn van ensemble 9. De hoekpanden staan echter verdraaid in de richting van de routes tussen de Steenhoffstraat en het Kerkpad N.z.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
Dit ensemble vormt een afwijking op de beschrijving van cluster D, waarvan het deel uit maakt. De panden zijn aaneengesloten en hebben forse fronten (3 lagen of twee hoge lagen met kap) naar de straatzijde, waardoor er een meer stedelijk beeld ontstaat. De straatwand van het bouwblok lijkt als een geheel ontworpen te zijn, waarbij de korrelgrootte van de kopbebouwing kleiner is dan die van de bebouwing in het midden. De kopbebouwing aan de oostzijde van het blok vormt met het lagere deel tevens een overgang naar de woonbebouwing van ensemble 11.
profielen van de straat:
De afstand tot de weg komt ongeveer overeen met die van ensemble 9. Ten opzichte van ensemble 11 is de afstand tot de weg kleiner. Tezamen met de forse en aaneengesloten straatwanden levert dit een meer besloten en stedelijke sfeer op dan verderop bij cluster D het geval is.
Architektonisch
stijlen:
De panden zijn gebouwd in de periode van 1900 tot 1940. Het woonwinkelblok dat duidelijk beïnvloed is door stijlkenmerken van de Nieuwe Zakelijkheid is beeldbepalend volgens het MIP. Tezamen met het postkantoor levert de architektuur een waardevol straatbeeld, dat het behouden waard is.
architektonische korrelgrootte:
Het woon- winkelblok lijkt als een geheel ontworpen te zijn. Er is bij de bebouwing in het midden niet voor gekozen om de grote korrel architektonisch te verkleinen door de gevel te geleden en aan te laten sluiten bij het postkantoor aan de westzijde. Doordat echter de goot op een lijn gelegd is, en de korrelgrootte van de hoekpanden op elkaar afgestemd is, vormen de panden een samenhangend geheel.
materiaal- en kleurgebruik:
Doordat het kleur- en materiaalgebruik goed op elkaar is afgestemd en een rustig beeld geeft, wordt de genoemde samenhang in het ensemble nog verder versterkt.
invloed functie(wijzigingen) op architektuur:
Met uitzondering van het postkantoor, wordt de architektonische kwaliteit van de panden op begane grondniveau aangetast door wijzigingen in de gevels. Dit wordt versterkt door luifels en reclame-uitingen.
Ensemble 11
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De rooilijnen liggen in een lijn. De panden liggen iets verder terug ten opzichte van ensemble 8 en 12, waardoor de voortuinen iets dieper zijn.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
Doordat de woningen allemaal een vergelijkbare korrelgrootte hebben ontstaat, ondanks de verschillende bouwstijlen, toch een rustig en samenhangend straatbeeld.
profielen:
Doordat de voortuinen iets dieper zijn, en ook de bebouwing aan de overzijde van ensemble 8 grote voortuinen heeft, oogt het profiel van de straat breed en heeft de straat een groene uitstraling.
Architektonisch
stijlen:
De twee naoorlogse panden zijn gebouwd in een traditionalistische stijl, die qua materiaalgebruik en het rustige gevelbeeld goed aansluiten bij de twee vooroorlogse panden. Zowel het pand 'Huize Juliana' met de Jugendstilinvloeden als het 'land huistype' met rieten kap zijn als beeldbepalend gekarakteriseerd volgens het MIP.
materiaal en kleurgebruik:
Bij alle woningen is baksteen als basismateriaal toegepast. Op een woning na, is de gevelsteen rood/bruin. De witte woning verbreekt dan ook de samenhang binnen dit ensemble, maar dit wordt niet als storend ervaren.
Ensemble 12
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De panden liggen in een rooilijn. Het nieuwe Rabobankgebouw dat op de hoek ligt (ensemble 13), onderbreekt deze rooilijn. De oriëntatie van het Rabobankgebouw is sterk gericht op het Kerkplein en negeert de rooilijn van de belendende panden langs de Steenhoffstraat van ensemble 12.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De vrijstaande panden hebben geen zijtuinen, en staan relatief dicht op elkaar. De korrelgrootte komt geheel overeen, waardoor het straatbeeld een sterke samenhang vertoond.
profielen:
De bebouwing staat ongeveer op gelijke afstand van de weg als ensemble 9 en 10. Ten opzichte van ensemble 11 ligt de rooilijn iets dichter bij de weg. Doordat de panden tevens op kortere afstand van elkaar staan en forse fronten hebben aan de straatzijde (twee lagen en een kap), is de sfeer relatief besloten en stedelijk.
Architektonisch
stijlen:
De bebouwing bestaat uit traditionele baksteenarchitektuur uit de jaren '30, in de stijl van de Zakelijkheid.
materiaal en kleurgebruik:
De gevels bestaan uit rood/bruine baksteen. Het pand dat wit geschilderd/gekeimd is verbreekt de sterke samenhang tussen de panden van dit ensemble.
invloed functie op architektuur :
Vanwege de functiewijziging van woonhuis naar winkelbestemming, is de baksteenarchitektuur van het wit geschil derde pand aangetast. De relatie tussen de boven- en benedenverdieping is minimaal, door het grote gat in het gevelvlak op begane grondniveau. Daarnaast verbreken de kleur van het pand en de inrichting van het voorerf de samenhang binnen het ensemble.
Ensemble 13
Stedebouwkundig
verbijzonderde stedebouwkundige ruimtes:
Bij het Kerkplein (R3) zijn er verschillende stedebouwkundige richtingen die bij elkaar komen. Het belangrijkste is de Steenhoffstraat, aangezien dit de huidige hoofdroute is. De Korte Kerkstraat vormt als ontsluitingsroute dwars op het lint een verbinding tussen het Kerkpad en de Dalweg. Het Rabobankgebouw zou deze stedebouwkundige richtingen moeten ondersteunen. Dit gebeurt ook wat betreft het Kerkplein en de Korte Kerkstraat doordat het bankgebouw een tors front vormt aan het Kerkplein en duidelijk met de voorzijde op het plein is georiënteerd.
Een te stedelijke inrichting van het plein en de pleinwanden is vanuit de karakteristiek van het dorp ongewenst. Aan het Kerkplein zijn te weinig publiekstrekkende functies om dit te rechtvaardigen. Door het uitzicht op de bebouwing van het Kerkpad NZ zal het plein - ondanks het nieuwe Rabobankgebouw - de dorpse uitstraling behouden.
rooilijn bebouwing:
Het Rabobankgebouw volgt de oriëntatierichting van de bebouwing rond het Kerkplein. Het pand sluit echter niet aan op de rooilijn en oriëntatierichting van de belendende panden aan de Steenhoffstraat. Het belang van de Steenhoffstraat als hoofdroute door Soest wordt geen recht gedaan door het gebouw met een 'zijkant' hier langs te plaatsen.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
Het Rabobankgebouw probeert wat betreft korrelgrootte een tegenwicht te vormen tegen het forse front van de kerk en de pastorie aan de overzijde van de Korte Kerkstraat. Gezien de maat van het plein en de prominente plaats aan het kruispunt, is een forsere maat van het gebouw dan de woonbebouwing langs Steenhoffstraat of Kerkpad NZ gerechtvaardigd.
inrichting buitenruimte:
De groene terreininrichting van het Kerkplein sluit aan bij de oorspronkelijk groene en dorpse sfeer van het plein.
Architektonisch
stijlen:
Het Rabobankgebouw heeft stijlinvloeden van het Post-Modernisme.
materiaal en kleurgebruik:
De gevels bestaan uit een bont geheel van bruine/rode baksteen, kalkzandsteen, stucwerk en keramisch tegelwerk.
Ensemble 14
Stedebouwkundig
verbijzonderde stedebouwkundige ruimtes:
De stedebouwkundig ruimte R3 is ruimtelijk verzwakt in de loop der tijd onder invloed van een aantal stedebouwkundige en verkeerstechnische ingrepen. De oude dorpsbebouwing die grenst aan de Dalweg vormt een zwakke ruimtelijke begrenzing van zowel het plein als de Dalweg. Dit geldt ook voor de monumentale boerderij (ensemble 17) aan de overzijde van de Dalweg. Als er gesloopt gaat worden, dan zou het
stedebouwkundig gezien helder zijn de nieuwbouw op beide hoeken wat betreft bouwhoogte (drie a vier bouwlagen) en korrelgrootte goed op elkaar af te stemmen.
rooilijn bebouwing:
De rooilijn van de bebouwing is sterk wisselend. De westelijk gelegen panden liggen - aansluitend op ensemble 8 - ook iets gedraaid ten opzichte van de weg. Bij nieuwbouw op de hoek met de Dalweg wordt geadviseerd de teruggelegen rooilijn van "Visserstaete" aan te houden. Het Kerkplein wordt op deze wijze helderder begrensd.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De oorspronkelijke karakteristiek van het ensemble is een kleine korrelgrootte met vrijstaande dorpswoningen van Mn laag met kap. Deze karakteristiek werd al vroeg doorbroken door de brede gevel van het verenigingsgebouw "St. Joseph". Doordat hier echter sprake was van een gebouw met Mn bouwlaag met kap, was dit niet storend. De enorme schaalsprong die het huidige appartementencomplex "Visserstaete" maakt ten opzichte van de woningen is buiten proportie. Doordat het (brede) gebouw opgetrokken is tot vier bouwlagen op een halfverdiepte garage, staat de korrelgrootte van het gebouw in geen enkele verhouding tot haar omgeving.
Architektonisch
stijlen:
De oorspronkelijke bebouwing valt onder de noemer: "dorpsarchitektuur" . De nieuwbouw heeft een modernistische uitstraling.
materiaal en kleurgebruik:
De bebouwing heeft overal bakstenen gevels. Bij de oorspronkelijke bebouwing is deze witgekeimd of heeft deze nog z'n oorspronkelijke donkerrode kleur. De nieuwbouw heeft een zeer lichte zandkleur. Gezien de overwegend rode kleur baksteen in dit deel van het cluster, wordt geadviseerd hier in de toekomst ook op aan te sluiten.
Ensemble 15
Stedebouwkundig
verbijzonderde stedebouwkundige ruimtes:
Bij het Kerkplein (R3) komen verschillende stedebouwkundige richtingen bij elkaar. Het belangrijkste is de Steenhoffstraat, aangezien dit de huidige hoofdroute is. De Korte Kerkstraat vormt als ontsluitingsroute, dwars op het lint, een verbinding tussen het Kerkpad en de Dalweg. De Roomskatholieke kerk is het belangrijkste bouwwerk aan het Kerkplein. De pastorie die zich op de hoek bevindt, vormt een sterke begrenzing van de ruimte. Vanwege de relatie met de kerk is het logisch dat de entree van het pand aan het plein gesitueerd is. Omdat het pand qua vormgeving tweezijdig georiënteerd is (gevel vrijwel gelijkwaardig aan de "voorgevel"), vormt het tevens een goede overgang naar de bebouwing van ensemble 16 en ondersteunt het architektonisch de hoofdroute.
rooilijn bebouwing:
Kerk en pastorie liggen in een rooilijn.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De korrelgrootte van beide gebouwen is beduidend groter dan de meeste bebouwing langs het centrale lint. De bijzondere functie van de kerk in het dorp, de prominente zichtlocatie langs dit kruispunt van routes en het ruime profiel van het Kerkplein, rechtvaardigen echter de grootschaligheid van de gebouwen op deze plek.
inrichting buitenruimte:
De groene terreininrichting van het Kerkplein sluit aan bij de oorspronkelijk groene en dorpse sfeer van het plein.
De verkeerstechnische inrichting van de Korte Kerkstraat doorbreekt sterk de relatie tussen de kerk en het grotendeels aan de overzijde van de straat gelegen Kerkplein. Om deze relatie te verbeteren en tegelijkertijd de verblijfswaarde van het Kerkplein te verbeteren, zou de beleving van een echt plein vergroot moeten worden. Dit zou kunnen door de bestrating en de groenstructuur over het hele plein - van de Kerk tot aan het nieuwe bankgebouw - door te zetten, waar bij de auto 'te gast' is op het Kerkplein.
Architektonisch
stijlen:
Zowel de Roomskatholieke kerk als de pastorie zijn gebouwd in de stijl van het Neoclassicisme.
materiaal en kleurgebruik:
De toren en voorgevel zijn nog origineel en met natuursteen bekleed. De pastorie heeft een donkerrode bakstenen gevel en antracietkleurige dakpannen
Ensemble 16
Stedebouwkundig
verbijzonderde stedebouwkundige ruimtes:
Het deel van ensemble 16 dat tegenover ruimte R4 ligt, vormt stedebouwkundig gezien een belangrijke begrenzing/wand van deze ruimte. Daarnaast maakt het deel uit van de doorgaande straatwand met cluster 12 en 18. In de huidige situatie is deze wand echter ruimtelijk onderbroken.
Slecht s enkele fronten/gevels van bebouwing in dit ensemble begrenzen de straat en de ruimte R4.
rooilijn bebouwing:
De rooilijnen van de panden liggen niet in een lijn. De samen hang is zwak, omdat de panden ten opzichte van elkaar behoorlijk verspringen. Dat de bebouwing zo sterk verspringt heeft onder andere te maken met het feit dat er weinig ruimte is tussen de Steenhoffstraat en het Kerkpad. Hierdoor kunnen er op de traditionele wijze geen rug-aan-rug-kavels gerealiseerd worden (vrijstaand pand met relatief grote tuin). Mede vanwege de bestaande eigendomsgrenzen bevinden er zich hierdoor achterkantsituaties aan de straat zijde, waardoor op sommige plaatsen de beeldkwaliteit wordt aangetast. Het par keerterrein (van "t Luykje") is zo'n achterkantsituatie. Deze verharde ruimte tast het gat in de straatwand sterk aan, en doet tevens afbreuk aan de groene karakteristiek.
Bij dit ensemble is het gewenst om de lelijke gaten in de straatwand te herstellen. Achtertuinen die goed vanaf de straat zichtbaar zijn, kunnen echter ook een bijdrage leveren aan het groene en open karakter. Met name de tuin die zicht biedt op het grote hoogteverschil op deze plek langs de Eng is om deze reden bijzonder.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De korrelgrootte van de bebouwing is verschillend. Dit verschil wordt vrijwel niet ervaren, omdat er zich veel ruimte tussen de panden bevindt. Hierdoor is er echter ook geen samenhang in het ensemble.
Architektonisch
stijlen:
Dit ensemble wordt gekenmerkt door een grote diversiteit aan bouwstijlen die echter - op een uitzondering na – allen vallen in de categorie traditionele baksteenarchitektuur .
materiaal en kleurgebruik:
Bij de panden zijn verschillende kleuren en materialen en kleuren toegepast. De gevels zijn of van rood/bruine baksteen, of wit geschilderde/gekeimde/gestucte baksteen. Het moderne pand valt niet alleen qua bouwstijl, maar ook door het afwijkende materiaalgebruik op: houten gevelbeschieting en wit plaatmateriaal. Bij nieuwbouw in de toekomst wordt wat betreft het kleur- en materiaalgebruik geadviseerd aan te sluiten bij de rood/bruine baksteenarchitektuur.
invloed functie op architektuur :
De gevels van de als woonhuis gebouwde winkelpanden zijn over het algemeen in een vrij oorspronkelijke staat gehandhaafd.
Ensemble 17
Stedebouwkundig
verbijzonderde stedebouwkundige ruimtes:
De stedebouwkundige ruimte R3 is ruimtelijk verzwakt in de loop der tijd onder invloed van een aantal stedebouwkundige en verkeerstechnische ingrepen. De boerderij die op de hoek ligt met de Dalweg vormt een zwakke ruimtelijke begrenzing van zowel het Kerkplein als de Dalweg. Dit geldt ook voor de dorpsbebouwing (ensemble 14) aan de overzijde van de Dalweg. Als er gesloopt gaat worden, dan zou het stedebouwkundig gezien helder zijn de nieuwbouw op beide hoeken wat betreft bouwhoogte (drie a vier bouwlagen) en korrelgrootte goed op elkaar af te stemmen.
Ten opzichte van de rooilijn van de bebouwing van ensemble 17 en 19 is het pand van Museum Oud Soest een stuk terug gelegen. De bijzondere stedebouwkundige ruimte die hierdoor is ontstaan (R4), past bij het monumentale karakter van het gebouw. Het pand vormt samen met ruimte eromheen een waardevolle stedebouwkundige verbijzondering.
rooilijn bebouwing:
Van de drie panden van het ensemble is er een sterk teruggelegen. Door bij nieuwbouw de rooilijn hiervan naar voren te halen, om zo aansluiting te zoeken bij de andere bebouwing van ensemble 17 en ensemble 19, ontstaat een rustiger en evenwichtiger beeld. De verbijzonderde stedebouwkundige ruimte rond het Museum Oud Soest, wordt op die manier ook beter begrensd.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
de panden hebben een vergelijkbare korrelgrootte.
Architektonisch
stijlen:
De twee panden naast de boerderij vallen onder de noemer "dorpsarchitektuur". Museum Oud Soest heeft stijlinvloeden van de Neogotiek.
materiaal en kleurgebruik:
Alle panden hebben rood/bruine bakstenen gevels en grijze dakpannen. De boerderij heeft nog een rieten dak.
Ensemble 18
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
Op het meest oostelijk gelegen pand na, liggen de panden in een rooilijn. Deze lijn wijkt echter, richting het oosten, van de weg af. Het pand, dat niet in deze rooilijn ligt, sluit qua hoofdvorm en korrelgrootte aan bij de andere panden van dit ensemble en niet bij die van ensemble 21. Om die reden was het beter geweest, wanneer deze in de rooilijn van ensemble 18 geplaatst zou zijn.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
Vrijwel het gehele ensemble bestaat uit vrijstaande woonbebouwing, met twee bouwlagen en een kap. Tezamen met de grote overeenkomsten qua bouwstijl, levert dit een samenhangend straatbeeld op. De variëteit in dakrichtingen zorgt voor de juiste afwisseling in dit beeld. Hoewel de gootlijn zo nu en dan op het niveau van de verdiepingsvloer ligt, vormen de gevels een sterke begrenzing van de ruimte.
De korrelgrootte verschilt enigszins, maar niet in die mate dat het de samenhang doorbreekt. Bij nieuwbouw/renovatie in dit ensemble wordt geadviseerd om in twee lagen met een kap te bouwen (met eventueel een verspringende gootlijn).
profielen:
Doordat het profiel zich richting het oosten iets verbreedt en er zich voor de woningen tuinen bevinden, heeft het straat beeld een dorpse en groene uitstraling. Het omgekeerde geldt voor het deel aan de westzijde. Hier bevinden zich enkele winkels, met een verhard erf aan de voorzijde. Het beeld is hier iets stedelijker.
Architektonisch
stijlen:
De bebouwing bestaat voornamelijk uit robuuste baksteenarchitektuur uit de jaren '20 en '30 in de stijl van de Zakelijkheid. Enkele andere panden wijken hiervan af en hebben een 'dorpsarchitektuur'. Het meest westelijk pand vormt met het pand aan de overzijde van de Kruisweg een architektonische eenheid, waardoor deze doorsteek naar het Kerkpad Z.Z. verbijzonderd wordt.
Onder de villa's uit de jaren '20 en '30 zijn verschillende beeldbepalende MIP-panden. Bij nieuw- en verbouw in dit ensemble wordt daarom een strikte toepassing van de beeld kwaliteitsrichtlijn en voorgeschreven.
materiaal en kleurgebruik:
Alle panden zijn opgebouwd uit baksteen. De helft van de panden is wit, en de andere helft is rood/bruin. Op een pand na dat blauwe dakpannen heeft, hebben alle panden een rood/bruin pannendak. De samenhang van dit ensemble, dat qua beeld zeer afwisselend is, kan versterkt worden door in de toekomst de kleurkeuze goed op elkaar af te blijven stemmen. In de toekomst moet voorkomen worden dat een pand met blauwe dakpannen wordt bedekt.
Ensemble 19
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De panden liggen in een lijn. De rooilijn ligt dichter bij de weg dan die van ensemble 20.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
Hoewel het beeld zeer divers is, is er een samenhang te onderscheiden, omdat de panden een vergelijkbare hoofdmassa hebben. De panden best aan globaal genomen uit een laag met een kap, maar zijn verschillend georiënteerd ten opzichte van de straat. Dit levert verschillende korrelgrootte' s op.
Bij ensemble 19a staan de panden parallel aan de weg, waardoor ze een grotere (bredere) korrel hebben in vergelijking tot die van ensemble 19b. Deze staan namelijk, op een uitzondering na, haaks op de weg en hebben een kleinere (smalle) korrel.
Omdat het beeld zeer divers is, wordt geadviseerd om bij nieuwbouw/renovatie de richtlijnen met betrekking tot de korrelgrootte (hoofdmassa), strikt toe te passen en tevens aan te sluiten op de oriëntatie van de bestaande bebouwing. Op deze manier zal de eenheid in de diversiteit bewaard blijven.
profielen:
Omdat de bebouwing, op een enkele uitzondering na, uit een laag en een kap bestaat, en er zich relatief veel ruimte en groen bevindt tussen de panden, is de sfeer open en dorps.
Architektonisch
stijlen:
De meeste panden zijn uit het begin van deze eeuw en hebben qua bouwstijl een dorpse, agrarische uit straling . De panden hebben veelal 1 laag met een mansarde kap, en
bijvoorbeeld wolfseinden.
materiaal en kleurgebruik:
Alle panden zijn opgebouwd uit baksteen. De helft van de panden is wit, en de andere helft is rood/bruin. Op een pand na dat blauwe dakpannen heeft, hebben alle panden een rood/bruin pannendak. De samenhang van dit ensemble, dat qua beeld zeer afwisselend is, kan versterkt worden door in de toekomst de kleurkeuze goed op elkaar af te blijven stemmen. Zo zou er in de toekomst voorkomen moeten worden dat het dak van een pand met blauwe dakpannen wordt bedekt.
invloed functie op architektuur :
De uitbreiding aan de voorzijde van het pand, waarin zich een kapsalon bevindt (Marie Claire), is veel te groot in verhouding tot het oorspronkelijke pand. Hierdoor wordt de hoofdvorm en de karakteristiek aangetast.
Door in plaats van de oorspronkelijke smalle verticale ramen, deze grote brede glasvlakken te plaatsen is het karakter van het pand sterk aangetast.
Ensemble 20
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De panden liggen in een rooilijn.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De panden zijn twee-onder-een-kap-woningen, bestaande uit twee bouwlagen met een kap, en een gelijke korrelgrootte. Hierdoor is er een grote samenhang in dit ensemble. Het is gewenst om bij nieuwbouw/renovatie hierop aan te sluiten.
profielen:
De sfeer is in dit deel van de straat meer open dan ter plekke van de T-splitsing Steenhoffstraat-Kruisweg (bij ensemble 18 en 19) het geval is. Dit komt enerzijds doordat de rooilijn iets verder terug ligt ten opzichte van die van ensemble 19, en anderzijds omdat de rooilijn van ensemble 18 wijkt ten opzichte van de weg.
Architektonisch
stijlen:
De vooroorlogse panden zijn gebouwd in de stijl van de Zakelijkheid. De panden van na de oorlog sluiten hierop aan door hun traditionele baksteenarchitektuur.
materiaal en kleurgebruik:
Er zijn verschillende kleuren toegepast. Het pand op de hoek Steenhoffstraat - Molenstraat beïnvloedt het beeld op een negatieve wijze. Door de gevel van het pand slechts gedeelte lijk wit te verven, tast het de karakteristiek van het pand aan, en springt het des te meer in het oog. Er zou meer eenheid en rust in het straatbeeld zijn geweest, wanneer dit niet was gebeurd.
Ensemble 21
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De bebouwing ligt in een rooilijn.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De bebouwing bestaat uit vrijstaande woningen en een twee onder-een-kap-woning. Het belangrijkste verbindende element is de hoofdmassa. De panden bestaan uit een laag en een kap en staan haaks op de weg. Hierdoor komt de korrelgrootte vrijwel overeen. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd hier goed op aan te sluiten.
profielen:
De rooilijn ligt dichter bij de weg dan die van de wijkende rooilijn van ensemble 18, en ligt in een lijn met ensemble 22. Het vrijstaande karakter van de panden en de erven aan de voorzijde zorgen, tezamen met de kleine korrelgrootte voor een open en dorpse sfeer.
Architektonisch
stijlen:
De bebouwing aan weerszijden van het Witte Paardstraatje met de dorpse uitstraling, vormt een architektonische eenheid, waardoor de straat verbijzonderd wordt. De twee andere panden zijn in een meer landelijke, boerderijstijl gebouwd.
materiaal en kleurgebruik:
De panden bestaan uit rood/bruine baksteen. Een pand onderbreekt deze samenhang, vanwege de witte gevels. De landelijke uitstraling van de panden in boerderijstijl wordt versterkt door het gebruik van hout en een rieten dak.
Ensemble 22
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De panden liggen in een rooilijn, gelijk aan die van ensemble
Tussen ensemble 22 en 24 ligt een open groene ruimte die - als een van de weinige plekken in het lint - nog een doorzicht biedt op de lager gelegen bebouwing aan het Kerkpad ZZ. De zeldzaamheid van dit doorkijkje maakt, samen met de visuele beleving en relatie met het achterland, de open ruimte dermate waardevol dat geadviseerd wordt deze te behouden.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De bebouwing bestaat uit twee-onder-een-kap-woningen en is twee bouwlagen hoog met een kap. 0mdat ze vrijwel identiek aan elkaar zijn en parallel aan de weg staan, is de korrelgrootte gelijk. Er bestaat een duidelijke overeenkomst met het bebouwingsritme van het even verderop gelegen ensemble 24b. Wanneer de korrelgrootte en het bebouwingsritme van het tussengelegen ensemble 24a hierop zou aansluiten, ontstaat een samenhangend beeld vanaf ensemble 22 tot en met ensemble 24b.
profielen:
De afstand van de bebouwing tot de weg is gelijk aan die van ensemble 21. De panden zijn echter aan de straatzijde over de gehele hoogte breder dan de panden van ensemble 20 , waardoor ze een sterkere straatwand vormen. De sfeer is hierdoor minder dorps en open.
Architektonisch
stijlen:
Deze nieuwbouw uit de jaren '90 heeft een traditionele baksteenarchitektuur. De sobere, bijna saaie uitstraling van de architektuur van de drie vrijwel identieke objecten vormt een contrast met de afwisseling en verscheidenheid in architektuur die zo kenmerkend is voor het straatbeeld langs het centrale lint.
materiaal en kleurgebruik:
De gevels en daken van de panden zijn vrijwel identiek en bestaan uit respectievelijk beige baksteen en bruine pannen.
Ensemble 23
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De bebouwing ligt niet in een rooilijn. De panden met een agrarische uitstraling van rond 1900 zijn dichter op de weg geplaatst dan de panden die later gebouwd zijn. Mede doordat de panden ten opzichte van elkaar verspringen, wordt de straat niet helder begrensd en is er een onsamenhangend beeld ontstaan. Omdat het meest oostelijke pand ver terug ligt ten opzichte van de belendende panden, wordt dit als een gat in de straatwand ervaren. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd de panden in een lijn te plaatsen. Welk deel op welke rooilijn dient aan te sluiten wordt beschreven onder punt lc.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De bebouwing bestaat uit vrijstaande woningen en twee onder-een-kap-woningen. Het ensemble is onder te verdelen in twee sub-ensembles aan de hand van de hoofdvorm en het aantal bouwlagen met kap. Ensemble 23a bestaat uit woningen met een laag en een kap (de panden van rond 1900).
Ensemble 23b bestaat uit woningen met twee lagen en een kap (later gebouwd). De samenhang binnen ensemble 23a wordt daarnaast onderbroken, vanwege de verschillende oriëntatie (korrelgrootte) van de panden ten opzichte van de weg. Omdat er zich tussen de woningen onderling relatief veel ruimte en groen bevindt, oogt de straatwand niet gesloten.
Het pand op de hoek Middelwijkstraat - Molenstraat is architektonisch sterk aangetast en beïnvloedt de beeldkwaliteit op een negatieve wijze. Het pand ernaast heeft daarentegen een hoge beeldkwaliteit en is karakteristiek voor de oorspronkelijke dorpsbebouwing (MIP-pand). Eventuele nieuwbouw dient in dezelfde rooilijn geplaatst te worden als ensemble 20 en het MIP-pand. Qua bouwhoogte dient de nieuwbouw een overgang te vormen tussen de (lage) bouwhoogte van het MIP-pand en de (hogere) hoekbebouwing van ensemble 20.
Om in de toekomst een meer samenhangend beeld te creëren binnen dit ensemble, kan er bij de overige bebouwing beter aansluiting gezocht worden bij ensemble 25. Ensemble 23b sluit hier reeds goed bij aan. Omdat het ensemble 23a geen monumentale of beeldbepalende panden bevat, zouden deze panden in de toekomst het best vervangen kunnen worden door panden met eenzelfde karakteristiek als die van ensemble 23b en 25. Hierbij worden ze in dezelfde terugliggende rooilijn geplaatst als die van ensemble 23b en 25.
profielen:
Omdat de ruimte niet helder begrensd wordt is het profiel niet eenduidig. Doordat het grootste deel van de bebouwing verder terug ligt ten opzichte van de weg, en er veel ruimte aanwezig is tussen de panden, is er een open en dorpse sfeer.
Architektonisch
stijlen:
De bouwstijl varieert van kleinschalige dorpsarchitektuur uit het begin van deze eeuw tot villa's in zakelijke en traditionalistische baksteenarchitektuur uit de jaren '30 tot en met de jaren '70.
materiaal en kleurgebruik:
De gevels van de panden bestaan, op twee uitzonderingen na, uit roodlbruine baksteen. De twee uitzonderingen hebben wit geverfde bakstenen gevels.
Ensemble 24a en 24b
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De panden liggen in een rooilijn.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit twee-onder-een-kap woningen en enkele vrijstaande woningen. In het westelijk deel van het ensemble (ensemble 24a) is een grote verscheidenheid in korrelgrootte en woningtype te vinden. In het oostelijke deel van het ensemble (24b) is de eenheid juist zeer sterk. Omdat het type bebouwing van ensemble 24b (twee onder-een-kap en twee lagen met kap), ook de helft van de bebouwing van ensemble 24a vormt, ligt het voor de hand om in de toekomst de korrelgrootte op deze karakteristiek af te stemmen. De samenhang van ensemble 24a en 24b kan vergroot warden, door 24a aan te laten sluiten op het bebouwingsritme van 24b. Door de panden parallel aan de weg te plaatsen, en de rij woningen incidenteel te onderbreken door eenzelfde woning die dwars op de weg staat, ontstaat er een speels effect, zonder dat de samenhang onderbroken wordt.
profielen:
Omdat de panden aan beide zijden van de weg (ensemble 24 en 25) iets verder terugliggen ten opzichte van die van ensemble 22 en 23, en omdat vrijwel alle panden een voortuin hebben, is het straatbeeld open en groen.
Architektonisch
stijlen:
De bouwstijl varieert van twee panden in een romantische, landelijke stijl, via een robuust pand in zakelijke stijl, naar naoorlogse woningen in traditionalistische stijl. Het pand met tentdak uit het begin van deze eeuw is een beeldbepalend MIP-pand. Vanuit de stedebouwkundige context is het pand niet waardevol.
materiaal en kleurgebruik:
Vanwege de sterke eenheid en de karakteristiek van de woningen in ensemble 24b (rode steen, witte kozijnen), moet warden voorkomen dat de gevels wit warden gemaakt. Voor eventuele nieuwbouw in ensemble 24a wordt geadviseerd eenzelfde rode gevelsteen toe te passen.
Ensemble 25
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De panden liggen ongeveer in een rooilijn. De voormalige melkfabriek vormt hierop, vanwege de specifieke functie (in verband met laden/lossen), een verbijzondering.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De bebouwing bestaat hoofdzakelijk uit vrijstaande woningen, en een enkele twee-onder-een-kap-woning. De panden hebben een hoogte van een laag en een kap, of twee lagen en een kap. Omdat vrijwel alle panden haaks op de weg staan, wordt de straat door forse fronten begrensd. De korrelgrootte komt hierdoor vrijwel overal overeen. Uitzonderingen hierop zijn enkele panden van twee lagen met een kap, die parallel aan de weg staan. Hierdoor hebben ze een iets grotere korrel. Deze panden verstoren het straatbeeld niet, vanwege hun hoofdvorm en de grote afstand tot de belendende panden.
Dit geldt echter niet voor de garage naast de melkfabriek. Dit brede pand van een laag zonder kap, tast de samenhang sterk aan. Omdat dit ensemble, ondanks de onderbreking door de garage, een grote samenhang en een hoge beeldkwaliteit heeft, is het van belang dat deze gewaarborgd blijft.
Nieuwbouw dient bij de bestaande karakteristiek aan te sluiten, door haaks op de straat te bouwen in een of twee lagen met een kap. Hierbij dient de ruimte tussen de panden ongeveer gelijk te blijven.
profielen:
Omdat de panden aan beide zijden van de weg (ensemble 24 en 25) iets verder terugliggen ten opzichte van die van ensemble 22 en 23, en omdat vrijwel alle panden een voortuin hebben, is het straatbeeld open en groen.
Architektonisch
stijlen:
De bebouwing bestaat grotendeels uit villa's met een landelijke uitstraling. De bouwstijl is gevarieerd; met stijlinvloeden van de Zakelijkheid, het Expressionisme en het Traditionalisme. Het moderne pand, waarin zich een makelaar met bovenwoning bevindt, is een goed voorbeeld van een poging om met een eigentijdse stijl aan te sluiten op de bestaande karakteristiek. Dit komt door de zorgvuldige afstemming qua positie (rooilijn haaks op de weg), bouwmassa/korrelgrootte (pand is ingegraven en oogt twee lagen hoog door zijn hoofdvorm), en architektonische uitwerking (bovenverdieping donker om bouwvolume optisch te drukken).
De garage/autoshowroom is een storend element in het ensemble. Dit soort functies zouden in de toekomst geweerd moeten warden indien deze niet kunnen voldoen aan de eisen die worden gesteld aan de hoofdvorm van het gebouw. Dit betekent dus dat het programma ook op verdiepingsniveau wordt opgelost en het gebouw wordt voorzien van een kap. Gezien de hoge beeldkwaliteit van het ensemble, en de aanwezigheid van enkele beeldbepalende MIP-panden en een monument (de melkfabriek) wordt geadviseerd qua stijl aan te sluiten bij de karakteristiek van het ensemble.
materiaal en kleurgebruik:
De meerderheid van de gevels van de panden bestaat uit rood/bruine baksteen. Er is echter een kleine concentratie van panden met een lichte kleur ter plekke van het moderne pand van de makelaar.
invloed functie op architektuur :
De garage naast de oude melkfabriek heeft een vormgeving die niet aansluit bij de woonbebouwing. Het was beter geweest, wanneer er op verdiepingsniveau woningen (of eventueel kantoren) aan toegevoegd zouden zijn met een korrelgrootte die aansluit op het bestaande. Vanwege de showroom-functie oogt het gebouw tevens te open, en sluit het niet aan bij de baksteenarchitektuur. Daarnaast verstoren de gestalde auto's het groene straatbeeld.
Ensemble 26
Stedebouwkundig
rooilijn bebouwing:
De vier panden liggen niet in een rooilijn. Er bestaat een relatie tussen het meest oostelijke pand van het ensemble (wit, twee lagen en een kap) en het meest westelijke pand (twee lagen en een kap), vanwege de rooilijn, de bouwperiode, en de bebouwingshoogte (twee lagen en een kap). Door hun positie dichter bij de weg, vormen zij oorspronkelijk een overgang naar de ruimt e rondom de kerk, zoals dat ook het geval is aan de oostzijde van deze ruimte. Omdat de later gebouwde woning in het midden echter teruggelegd is, is deze relatie verbroken. Wanneer in de toekomst het meest westelijke pand mocht worden vervangen door nieuwbouw, kan er beter aangesloten worden op de rooilijn van ensemble 24. Hierdoor komt de nieuwbouw tevens ongeveer in dezelfde lijn te liggen als het later gebouwde pand van dit ensemble.
Tussen bovengenoemde panden ligt een open groene ruimte, die als enige plek in het centrale lint nog een doorzicht biedt op de lager gelegen bebouwing aan het Kerkpad ZZ en het verderop gelegen landelijke gebied van het Eemdal. De zeldzaamheid van dit doorkijkje dat zorgt voor een visuele beleving en relatie met het landelijke buitengebied, maakt de groene open ruimte dermate waardevol dat geadviseerd wordt deze te behouden. De zichtrelatie met het Eemdal vanaf deze plek langs het lint, krijgt bovendien een extra dimensie, doordat aan de overzijde van de weg er een zeldzame zichtrelatie bestaat het landelijk gebied op de Eng.
dichtheid en korrelgrootte straatwanden:
De twee panden van begin deze eeuw bestaan uit twee lagen en een kap. Het later gebouwde pand bestaat uit een laag en een kap. Vanwege de afwijkende bouwmassa is de korrelgrootte van de laatstgenoemde kleiner. Wanneer in de toekomst in dezelfde rooilijn wordt gebouwd als die van ensemble 24, kan de nieuwbouw het beste aansluiten bij de grotere korrelgrootte, door te bouwen in twee lagen met een kap.
profielen:
Omdat er zich zowel aan de overzijde, als tussen de woningen van dit ensemble een open ruimte aan de straat bevindt, wordt de straat ruimtelijk niet helder begrensd, en is de sfeer zeer open. De ruimte aan de noordzijde draagt op een positieve wijze bij aan de beleving, vanwege de relatie met het landschap.
Architektonisch
stijlen:
Twee gebouwen van voor de oorlog zijn gebouwd in de robuuste stijl van de Zakelijkheid. Het oostelijke pand heeft Jugendstil-invloeden. Met name het westelijk gelegen t wee onder-een-kap pand uit de jaren '30, met stijlinvloeden van de Zakelijkheid, is een gaaf bewaard gebleven voorbeeld uit deze periode .
materiaal en kleurgebruik:
Het materiaal- en kleurgebruik is afwisselend: rode en licht bruine baksteen, wit geverfd of gepleisterd, met rode en grijze dakpannen.