Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.5.

Cluster E

Onderdeel van Beeldkwaliteitsplan centrale lint

Ensemble 27 Stedebouwkundig rooilijn bebouwing: De panden liggen niet in een rooilijn. Een van de drie panden ligt direct aan de weg, de andere twee liggen erachter, aan de doorgang over het spoor. Deze doorgang is een van de weinig overgebleven dwarsverbanden tussen de hoge Eng en de lage Eempolder . De zichtlijn vanaf de Middelwijkstraat op de hoge Eng is vrij zeldzaam, en waardevol genoeg om open te houden. Door de positie van de gebouwen is een gat ontstaan in het profiel van de straat en wordt de bocht ruimtelijk niet goed begeleid. Wanneer er in de toekomst nieuw gebouwd gaat worden, is het wenselijk dat de bebouwing qua rooilijn aan­ sluit op ensemble 25 en 28. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: Het pand aan de weg heeft een te grote korrelgrootte ten opzichte van de panden in ensemble 28 en 25. Het pand is drie hoog en heeft geen kap, waardoor het hoofdvolume vanaf de tweede verdieping niet ranker wordt. Bij eventuele nieuwbouw in de toekomst is het beter dat de korrelgrootte aansluit op de meer dorpse korrelgrootte van ensemble 28 en 25. profielen: De straat wordt aan beide zijden ruimtelijk niet helder begrensd, waardoor de sfeer zeer open is. Het gat in het profiel van de straat heeft bij dit ensemble een negatieve belevingswaarde, en zorgt ervoor dat de bocht in de straat ruimtelijk onvoldoende begeleid/begrenst wordt. Architektonisch stijlen: De sobere, anonieme uitstraling van deze moderne gebouwen, met een grove gevelindeling, staat in sterk contrast met het karakter van het centrale lint. De bebouwing staat met de zijgevel gericht op de Middelwijkstraat . materiaal en kleurgebruik: De bebouwing heeft een lichtrode kleur baksteen. Ensemble 28 Stedebouwkundig verbijzonderde stedebouwkundige ruimte: Het plantsoen tussen de Torenstraat en de Stationsweg (R5) is ontstaan naar aanleiding van de aanleg van het spoor en het station. Doordat de Stationsweg op twee kruispunten aantakt op de Torenstraat, is er een "rondrit" ontstaan, die goed aansluit op de rest van de omgeving. De driehoekige ruimte, die een groen karakter heeft, versterkt niet alleen de relatie tussen de doorgaande route en het station, maar tevens die met de entree van de kerk. rooilijn bebouwing: De panden liggen ongeveer op dezelfde afstand ten opzichte van de Stationsweg, en zorgen voor een goede ruimtelijke begeleiding van deze weg. Qua rooilijn sluit het meest westelijke pand goed aan op het pand aan de weg in ensemble 27, waardoor tevens de overgang van de Torenstraat naar de Stationsweg ruimtelijk goed wordt begeleid. dichtheid en korrelgrootte straatwanden: De bebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen en twee-onder-een-kap-woningen. De panden hebben een hoogte van een of twee lagen en een kap. De straatwand oogt door de wisselende korrelgrootte en door de relatief grote afstand tussen de panden niet gesloten. De korrelgrootte verschilt niet alleen vanwege de positionering van de panden ten opzichte van de weg, maar tevens vanwege het verschil in bouwhoogte/massa. De "drie-onder-een-kap-woning" heeft ten opzichte van overige panden een grotere korrel en een meer stedelijke uitstraling . profielen: Door het terugwijken van de bebouwing aan beide zijden van de Torenstraat is er sprake van een zeer breed profiel, dat door de lage en vrijstaande bebouwing rond deze ruimte een zeer open karakter heeft. inrichting buitenruimte: De voorerven van de bebouwing zijn ingericht als groene voortuinen. De driehoekige openbare ruimte heeft een groenbestemming en is als plantsoen ingericht. De ruimte is verbijzonderd door het gemeentelijke monument . De buitenruimte van de autoshowroom detoneert sterk in deze omgeving; het voorerf is geheel verhard en gevuld met gestalde auto's. Architektonisch stijlen: De bebouwing bestaat grotendeels uit traditionele baksteenarchitektuur uit de eerste helft van deze eeuw. De stijl hier­ van is afwisselend van eenvoudige dorpsarchitektuur van rond de eeuwwisseling tot een meer robuuste 'tuindorpachtige' bebouwing uit de jaren '20 en ' 30 . Aan het voormalige woonhuis, dat nu dienst doet als kantoor van een autodealer, is een autoshowroom aangebouwd, die qua bouwstijl geen enkele relatie heeft met het voormalige woonhuis. materiaal en kleurgebruik: De bebouwing heeft afwisselend lichtbruine bakstenen gevels en wit gekeimde of gepleisterde gevels. Er zijn zowel rode als grijze dakpannen toegepast. invloed functie op architektuur en terreininrichting: Het showroom van de autodealer tast de karakteristiek van het voormalige woonhuis sterk aan, dit wordt vooral veroorzaakt door de reclame op de te brede dakrand. Omdat de showroom qua maatvoering en architektuur echter ondergeschikt is aan de voormalige woning, is dit bijgebouw (zonder de reclame) op zich niet bijzonder storend in het straatbeeld. Het zou storender geweest zijn, wanneer de showroom een stuk verder teruggelegd was ten opzichte van de voorgevel van het voormalige woonhuis. Dit is echter niet gebeurd, vanwege de behoefte aan veel ruimte op begane grondniveau. Het uitstallen van de koopwaar heeft de meest verstorende werking op de beeldkwaliteit van de omgeving. De sfeer van de terreininrichting, die geheel verhard is en gevuld met gestalde auto's, staat namelijk in schril contrast met de aanpalende groene percelen en het plantsoen aan de overkant van de weg. Conclusie cluster E De verschillende panden van ensemble E voegen op zich geen bijzondere waarde toe aan de beleving langs het centrale lint. Wei is de bebouwing van ensemble 28 van belang als "dorpse" begeleiding van de route naar het station, waarvan de stedebouwkundige betekenis hierboven beschreven is. De garage/showroom is een duidelijk voorbeeld hoe bedrijvigheid een storende invloed kan zijn op de beeldkwaliteit van een woongebied.

Rechtspraak bij dit artikel