Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Stedenbouwkundige beeldkwaliteitseisen

Onderdeel van Beeldkwaliteitsplan Richelleweg

Op het schaalniveau van het stedenbouwkundig plan worden beeldkwaliteitseisen gesteld ten aanzien van de bebouwingshoogte, rooilijnen en bouwgrenzen, erfgrenzen, representativiteit van de bebouwing en accenten. Hiermee wordt de beoogde ruimtelijke kwaliteit van de randen van het terrein, de uitstraling naar de omgeving, de ruimtelijk kwaliteit van het middenterrein en de zijtakken en de beleving van de openbare ruimte gewaarborgd. Bebouwingshoogten De hoogte van de bebouwing sluit aan bij het nagestreefde landschappelijke beeld. De locatie is niet zichtbaar vanaf de snelweg A28. De bebouwing is aan deze zijde daarom beperkt tot een nok- en goothoogte van 12 meter. Aan de zijde van de Richelleweg en Het Zeisterspoor is het bedrijventerrein enigszins zichtbaar door kleine doorzichten en bijzondere architectonische accenten, die door het bos zichtbaar zijn. Aan deze zijden kan de goot-en nokhoogte oplopen tot 15 meter. De accenten aan de Richelleweg en Het Zeisterspoor liggen verspreid in de bosrand en moeten een kleinschalig en gevarieerd beeld vormen. Voor alle bebouwing geldt een minimum goot- en nokhoogte van 7 meter. Rooilijnen en bouwgrenzen Op het bedrijventerrein Richelleweg wordt onderscheid gemaakt tussen rooilijnen en bouwgrenzen. Roolijnen vormen een bebouwingsgrens waarin de bebouwing moet worden gebouwd. Door het creëren van een aaneengesloten rooilijn vormt de bebouwing een samenhangende bebouwingswand, waarmee de openbare ruimte op een herkenbare manier wordt begrensd. De bouwgrenzen vormen een denkbeeldige grens waar de bebouwing op of achter moet worden gebouwd. Hierbij ontstaat een meer gevarieerd ruimtelijk beeld. Op bijzondere plekken wordt een bouwgrens toegepast zodat ondernemers worden gestimuleerd om accenten te creëren, die afwijken van de bebouwing er omheen. De meest openbare delen van de bedrijven aan het middenterrein en de zijtakken van het middenterrein moeten in de rooilijn rondom het middenterrein liggen. De rooilijn ligt op 4 meter achter de voorste erfgrens. De rooilijnen verwijden het profiel van het middenterrein. Het middenterrein behoudt hiermee zijn ruimtelijke kwaliteit als openbare ruimte en verwijzing naar de voormalige tanktestbaan. Op de hoeken van het middenterrein en de zijtakken volgt de bebouwing de rooilijn. Op deze hoeken vormt de bebouwing opvallende afgeronde hoeken. Hiermee worden de zijtakken aan het middenterrein herkenbaar gemaakt. Op de koppen van het middenterrein en de zijtakken staat de bebouwing achter de bouwgrens. De bebouwing moet hier een opvallende beëindiging van de openbare ruimte vormen. Aan de zijde van de Zuiderweg, Het Zeisterspoor en de Richelleweg ligt de bebouwing binnen een bouwgrens. Aan de zijde van de Zuiderweg ligt de bouwgrens 3 meter uit de achterste erfgrens. Hiermee wordt afstand gecreëerd tussen de bosrand en de bebouwing en kan de minimale maat van de bosrand (minimaal 15 meter) worden behouden. Aan de zijde van Het Zeisterspoor en de Richelleweg is de bebouwing zichtbaar door de bosrand. De bebouwing moet op minimaal 3 meter van de bosrand liggen. Erfgrenzen en afsluitbaarheid Het bedrijventerrein Richelleweg wordt beheerd door een parkmanagementorganisatie. Het parkmanagement is ook verantwoordelijk voor de beveiliging van het terrein. Het terrein moet daarom als geheel afgesloten kunnen worden. De begrenzing van het terrein vindt plaats door een hekwerk dat wordt opgenomen in de bosrand en op de erfgrenzen wordt geplaatst. Het bedrijventerrein is toegankelijk via drie toegangen, die in functionaliteit en uitstraling sterk van elkaar verschillen; de hoofdtoegang, de langszaamverkeertoegang en de calamiteitentoegang. Het bedrijventerrein wordt via de hoofdtoegang ontsloten op Het Zeisterspoor. De hoofdtoegang heeft een representatief karakter en vormt een herkenbare entree binnen het bosrijke karakter van Het Zeisterspoor. De langzaamverkeerstoegang aan de Richelleweg is opgenomen in de bosrand. Het ruimtelijk beeld van de toegang sluit aan bij het karakter van de bosrand en vormt een kleine entree, die duidelijk ondergeschikt is aan de hoofdentree. De entree is bedoeld voor voetgangers en fietsers en moet voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van de sociale veiligheid. De entree is afgesloten en alleen toegankelijk door middel van een pasjessysteem. Deze toegang functioneert ook als calamiteitendoorgang. De calamiteitentoegang ligt aan de Zuiderweg. Deze toegang is permanent afgesloten en wordt alleen gebruikt in geval van calamiteiten. Het ruimtelijke beeld van de toegang wordt bepaald door eenvoud en functionaliteit. Representativiteit De bebouwing vormt een herkenbare openbare zijde naar de openbare ruimten van het middenterrein, de Richelleweg en Het Zeisterspoor. Aan deze zijde van de kavel moet de bebouwing voldoen aan de bepaalde minimale basiskwaliteit. De representatieve zijde moet zich door middel van de plaatsing van de hoofdentree en herkenbare raampartijen oriënteren op de openbare ruimte. De representatieve zijde van de bebouwing moet voldoen aan de voorgestelde basiskwaliteit. Deze kwaliteit wordt nader omschreven in paragraaf 5.5, waarin de beeldkwaliteit van de bebouwing uiteen wordt gezet. De beeldkwaliteit van de bebouwing moet aansluiten bij de hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. Aan de zijde van de Richelleweg en Het Zeisterspoor heeft de bebouwing een bijzondere representatieve waarde vanwege de doorzichten door de bosrand. De bebouwing maakt visueel deel uit van de bosrand en vormt een herkenbare openbare zijde naar de Richelleweg en Het Zeisterspoor. Accenten De accenten vormen verbijzonderingen in de architectuur aan de representatieve zijde van de bebouwing. Op stedenbouwkundig niveau wordt het bedrijventerrein gekenmerkt door accenten op de koppen en hoeken van het middenterrein en bijzondere accenten in de bosrand aan de buitenzijde. De accenten aan het middenterrein versterken de openbare ruimte en markeren bijzondere momenten en ruimten. Op de koppen van het middenterrein en rondom de entree van het bedrijventerrein vormt de bebouwing opvallende accenten naar het middenterrein. De accenten liggen op of achter de bouwgrens en oriënteren zich sterk op het middenterrein. Op de hoeken tussen het middenterrein en de zij-armen markeert de bebouwing de overgang van het middenterrein naar de zijruimten. De bebouwing volgt de rooilijn en vormt een opvallende afgeronde hoek. De situering op de hoek van het middenterrein en de zij-armen moet worden versterkt door de gevelindeling en de plek van gevelopeningen. De accenten aan de Richelleweg en Het Zeisterspoor zijn de ‘blikvangers’ binnen de doorzichten door de bosrand en moeten bijzonder en herkenbaar zijn. Binnen deze bijzondere ‘zichtlocatie’ ontlenen de bedrijven hun identiteit aan de bosrand. Dit moet in de architectonische expressie en het materiaal- en kleurgebruik tot uitdrukking komen. Flexibiliteit De beeldkwaliteitseisen verschillen per kavel, waardoor een variatie aan beeldkwaliteitsregimes ontstaat. Dit biedt veel flexibiliteit ten aanzien van de vestiging van verschillende typen bedrijven. Op markante plekken aan de binnenzijde van het bedrijventerrein en langs de Richelleweg en Het Zeisterspoor geldt een vrij streng beeldkwaliteitsregime, terwijl de kavels langs het middenterrein moeten voldoen aan een zekere basiskwaliteit.

Rechtspraak bij dit artikel