Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.5

Beeldkwaliteit bebouwing

Onderdeel van Beeldkwaliteitsplan Richelleweg

Rooilijn en bouwgrenzen De beeldkwaliteit van de bebouwing is van groot belang voor de belevingskwaliteit van het middengebied. De bebouwing rondom het middenterrein moet minimaal met 70% in de voorgevelrooilijn worden gebouwd. Hierbij mag ook met schijngevels worden gewerkt. Deze minimale eis van 70% zorgt ervoor dat de bebouwing in het ruimtelijk beeld de ruimte vormt en als bebouwingswand beleefbaar is. Bovendien ontstaat er ruimte voor de individuele expressie van bedrijven. De representatieve bebouwing aan de Richelleweg en het Zeisterspoor moeten achter de bouwgrens worden gebouwd. Aan deze zijde moet een kleinschalig en afwisselend beeld ontstaan. Accenten en representativiteit De bebouwing rondom het middenterrein vormt representatieve wanden, die de openbare ruimte begrenzen en vormgeven. Aan deze representatieve zijde vormen de openbare delen van de bebouwing een herkenbaar hoofdvolume. De bebouwing oriënteert zich op de openbare ruimte met de hoofdentrees en raampartijen. Aan de lange zijden van het middenterrein ligt de bebouwing in de rooilijn en wordt een heldere bebouwingswand gevormd. Op de koppen van het middenterrein en de zij-armen moet de bebouwing accenten vormen naar de openbare ruimte, zodat de ruimte duidelijk beëindigd wordt. De accenten moeten een verbijzondering zijn van de representatieve zijde rond het middenterrein en zich onderscheiden door hun bijzondere architectonische expressie. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van verbijzonderingen in de gevelindeling, de situatie ten opzichte van de overige bebouwing op de kavel of het materiaalgebruik. Aan de zijde van de Richelleweg en Het Zeisterspoor vormt de bebouwing een representatieve zijde naar de openbare weg. De bebouwing ligt op of achter de bouwgrens en oriënteert zich op de Richelleweg en Het Zeisterspoor met herkenbare raampartijen. De hoofdentree van de bebouwing hoeft niet aan deze openbare zijde van de kavel te liggen. Wanneer de kavel zowel aan de Richelleweg of Het Zeisterspoor als aan het middenterrein of de zij-arm grenst vormt de bebouwing naar beide zijden een openbare zijde. De hoofdentree ligt hierbij aan het middenterrein of de zij-arm. Door de tweezijdige oriëntatie van de bebouwing moet 1 herkenbaar hoofdvolume worden gecreëerd of moet aan twee zijden een herkenbaar volume worden gecreëerd met een gelijkwaardige architectonische expressie. De loodsen, opslag en het parkeren moet hierbij worden opgelost binnen het hoofdvolume of tussen beide gelijkwaardige volumes. Kleur- en materiaalgebruik Voor de kavels rond het middenterrein geldt dat het representatieve (openbare) deel van de bebouwing is gericht op de voorzijde van de kavel. Dit representatieve deel van de bebouwing wordt uitgevoerd in grijze en bruintinten, zoals weergegeven in het kleuren- en materiaalschema hiernaast. Hierbij geldt dat per bouwvolume maximaal 3 verschillende materialen of kleurtinten mogen worden toegepast. De loodsen achter de representatieve bebouwing zijn in het ruimtelijk beeld duidelijk ondergeschikt aan het openbare hoofdvolume en worden uitgevoerd in grijstinten, waarbij maximaal 2 verschillende materialen of kleurtinten mogen worden toegepast. De materialen die mogen worden toegepast zijn beton, baksteen, hout, plaatmateriaal, gegroefd plaatmateriaal (beide onzichtbaar bevestigd) en glas. Hierbij geldt dat de uitstraling en schaalgrootte van de toegepaste materialen moet aansluiten bij de schaal van het bouwvolume. Voor de kavels aan de zijde van de Richelleweg en Het Zeisterspoor geldt dat de representatieve delen van de bebouwing zich op de openbare weg oriënteren. Aan de zijde van de Richelleweg en Het Zeisterspoor vormt de bebouwing bijzondere accenten. Aan deze zijde van de bebouwing mogen in het gevelbeeld verbijzonderingen ten aanzien van kleur- en materiaalgebruik worden aangebracht. De verbijzondering moet hierbij deel uitmaken van de algehele architectonische expressie van het gebouw. Reclame De reclame op de gevel kan op twee manieren worden toegepast. Enerzijds kan de reclame-uiting deel uitmaken van het architectonische beeld van de bebouwing. De reclame-uiting moet in materialisatie, grootte en uitstraling een eenheid vormen met het gebouw de architectonische expressie van het gebouw als geheel ondersteunen of versterken. Anderzijds kan de reclame-uiting op de gevel worden geplaatst. Hierbij geldt dat de reclame moet bestaan uit uitgesneden letters en logo’s. De reclame moet passen in het architectuurbeeld en worden opgenomen (ondergeschikt zijn aan) in de gevelindeling van het gebouw. Voor de reclame op het gebouw geldt maximaal 1 reclame-uiting per zijde van het gebouw, met een maximum van 3 per gebouw. Wanneer de reclame op de gevel wordt geplaatst geldt een maximale afmeting van 2,5 meter breed en 1,5 meter hoog. Groene daken Groene daken is een verzamelnaam voor platte- en hellende daken met begroeiing. De begroeiing kan bestaan uit vetplanten (sedum), kruiden, mos en/of gras. Zelf struiken en bomen kunnen worden toegepast. Groene daken zorgen voor een beter leefmilieu. De groene daken nemen een deel van het regenwater op wat waardoor overbelasting van het riool wordt voorkomen. Daken met begroeiing zijn in de zomer koeler en in de winter warmer en dragen zodoende bij aan een beter binnenklimaat. Het effect van deze delen is sterk afhankelijk van het soort groen dak. De effecten zijn het grootst bij een ‘zwaar’ dak, zoals een grasdak met een dikke substraatlaag of een daktuin. Er worden 4 soorten groene daken onderscheiden: Het sedumdak; Sedum is een klein soort vetplant die kan worden gecombineerd met mos. Sedumdaken kunnen in principe licht uitgevoerd worden: een substraatlaag van 3 cm kan voldoende zijn. Het kruidendak; Hierbij zijn verschillende combinaties mogelijk van mos-, sedum- en kruidenvegetaties. Afhankelijk van de samenstelling kunnen deze daken ook in lichte constructies worden uitgevoerd; Grasdaken; Een grasdak vereist een dikkere substraatlaag van minimaal 8 cm bij een plat dak en minimaal 15 cm bij een hellend dak; Dit gewicht vereist een zwaardere dakconstructie; Tuindaken; Zeer gevarieerde begroeiingsmogelijkheden met zelfs struiken, bomen en vijvers. Op het bedrijventerrein Richelleweg wordt het toepassen van groene daken gestimuleerd om het verlies aan heideterrein op de daken te compenseren. Op het bedrijventerrein kan worden volstaan met groene daken waarvoor geen verzwaring van de constructie nodig is. De gemeente geeft echter de voorkeur aan de groene daken met zwaardere constructies en de mogelijkheden voor subsidie ten behoeve van de realisatie worden onderzocht. De groene daken kunnen worden gecombineerd met andere vormen van alternatieve omgang met energie.

Rechtspraak bij dit artikel