Als de aanvrager voldoet aan de voorwaarden bepaalt het college welke vervoersvoorziening het meest passend is.
Het college onderscheidt de volgende vervoersvoorzieningen op volgorde van afweging:
vergoeding voor de fiets, eventueel met begeleiding;
een vergoeding voor openbaar vervoer, eventueel met begeleiding;
kilometervergoeding als de ouders of iemand uit het sociale netwerk de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren;
aangepast vervoer (taxivervoer) als voorgaande mogelijkheden niet tot de opties behoren;
aangepast vervoer met begeleiding;
individueel taxivervoer.
Het college betrekt bij de beoordeling van het meest passende vervoer onder meer:
of de leerling een handicap heeft;
de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling;
de afstand;
de route;
de reistijd;
de redelijkerwijs te verwachten inzet van ouders.
Er kan sprake zijn van een combinatie van vervoersvoorzieningen.
Wanneer een leerling die in België op school zit in aanmerking komt voor een bekostiging van het vervoer tot de grens, dan verstrekt het college in afwijking van het eerste lid altijd een bekostiging op basis van eigen vervoer (auto). Dit lid gaat enkel op voor de gemeente Sluis.
Naast de in artikel 4, lid 2, genoemde vergoedingen kan het college op grond van artikel 21 van de verordening in overleg met ouders een maatwerkoplossing aanbieden.
Hierbij kan gedacht worden aan vervoersmiddelen, die bijdragen aan zelfstandig- en/of zelfredzaamheid, zoals een bakfiets, tandem, fiets of digitale hulpmiddelen.
De bekostiging van het openbaar vervoer vindt plaats op declaratiebasis, op basis van werkelijke kosten.
Het college gaat daarbij uit van de goedkoopste mogelijkheid.
Het college stelt ouders in staat om vervoer zelf te organiseren, wanneer dit voor de gemeente tot lagere kosten leidt.
Artikel 4.
Vaststellen vervoersvoorziening, vaststellen vergoeding
Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Sluis 2022