De verantwoordelijkheid voor het vervoer (al dan niet onder begeleiding) naar en van de school is primair de verantwoordelijkheid van de ouders.
Voor het bieden van begeleiding zijn ouders in beginsel zelf verantwoordelijk. Ouders kunnen zelf kiezen wie ze inzetten om hun kind te begeleiden.
Als de jongere in een instelling woont, blijven ouders/verzorger(s) of de instelling verantwoordelijk voor de schoolgang. En zij blijven dus ook verantwoordelijk voor de daarmee samenhangende begeleiding van de jongere naar en van school.
In de verordening is opgenomen dat er recht bestaat op aangepast vervoer indien er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders kan worden gevergd. Er is in elk geval sprake van een ernstige benadeling van het gezin, als er sprake is van één van de volgende situaties:
Er is sprake van een eenoudergezin, en
andere kinderen jonger dan negen jaar zijn thuis. Deze kinderen hebben thuis aantoonbaar begeleiding nodig. Dit is aantoonbaar niet verenigbaar met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de jongere die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening; en/of
een ander kind door een medische aandoening extra zorg van de ouder nodig heeft. Het college kan aan de ouder vragen hiervoor een medische verklaring van de behandelend arts te leveren; en/of
de ouder heeft een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking, waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is; en/of
de ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen organiseren gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet; of
Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen organiseren gedurende het vervoersmoment, omdat bij hen beiden sprake is van:
een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking; en/of
een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet; of
Ouders beschikken aantoonbaar niet over inzetbaar eigen vervoer én het reizen per openbaar vervoer kost de begeleider meer dan de acceptabel te achten begeleidingstijd van
méér dan zes uur reistijd per dag voor leerlingen van het basisonderwijs vallend onder de WPO niet zijnde speciaal basisonderwijs en/of
of méér dan drie uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Artikel 5.
In redelijkheid te verwachten inzet van ouder(s)
Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Sluis 2022