In de periode volgend op de Steentijd, de Bronstijd (2000-800 v. Chr.), trokken veel bewoners weg uit deze regio. Door het kappen van bossen en intensieve veeteelt waren de eerste heidevelden en kleinschalige zandverstuivingen ontstaan, waardoor hun akkerarealen uitgeput waren geraakt. In de lager gelegen delen van de gemeente was daarnaast mogelijk al sprake van veenvorming.
In de Late Bronstijd veranderde het begravingsritueel. Waar tot voor toen de doden werden begraven (inhumatie), kwam nu de gewoonte in zwang om de doden voorafgaand aan de begrafenis te cremeren. In veel gevallen werden uit de overblijfselen van de brandstapel verzamelde menselijke botresten in een urn aan de aarde toevertrouwd, waarna het geheel door een heuveltje werd afgedekt. Ook werden de bestaande (oudere) grafheuvels voor meerdere bijzettingen gebruikt. Deze gewoonte zette zich voort tot in de IJzertijd (800-15 v. Chr.) en Romeinse tijd (15 v. Chr.-450 n. Chr.). De bekende grafheuvels in de gemeente Soest hebben een datering uiteenlopend van Late Steentijd tot en met Vroege IJzertijd.
Vooralsnog zijn bewoningsresten uit de Brons- en IJzertijd niet bekend in de gemeente Soest. Aangezien er in Soest veel grafheuvels liggen, moet er vanzelfsprekend ook bewoning zijn geweest! Bewoningsresten uit deze perioden worden verwacht op de huidige (grotendeels) bebouwde eng van Soest en mogelijk ook op de flanken van de stuwwal in het zuiden van de gemeente.
Gedurende de Romeinse Tijd maakte Soest geen deel uit van het Romeinse Rijk, maar lag het net benoorden het grensgebied. Van bewoning in deze periode zijn in Soest tot op heden geen aanwijzingen aangetroffen. In de 4de en 5de eeuw n. Chr. was het stuwwallengebied mogelijk een belangrijke schakel tussen de Germaanse stammen in het noorden en het wegkwijnende Romeinse Rijk in het zuiden. Aanwijzingen voor bewoning in deze periode zijn schaars in deze regio en tot op heden niet aangetoond in Soest. Het weinige archeologisch onderzoek dat gedaan is op de stuwwallen, is hier zeker debet aan.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Late Prehistorie (Bronstijd, IJzertijd en Romeinse Tijd: 2000 v. Chr. - 450 n. Chr.)
Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011