Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.5

Nieuwe Tijd (1500 tot heden)

Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011

Als gevolg van houtkap, ontginningen en overbeweiding nam de hoeveelheid bos op de Utrechtse Heuvelrug in de loop van de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd verder af. Tegen het einde van de 18de eeuw was vrijwel de gehele Utrechtse Heuvelrug ontbost en bestond het landschap hier uit uitgestrekte heidevelden en zandduinen. De introductie van de kunstmest aan het einde van de 19de eeuw maakte de functie van heidevelden als weidegebied en plaggengrond overbodig. Veel heidegebieden konden nu worden ontgonnen tot landbouwgrond. Op de Utrechtse Heuvelrug, waar de bodem minder geschikt was voor akkerbouw, werden veel heidevelden omgezet in bos. In de gemeente Soest is het merendeel van de heidegebieden in de loop van de 20ste eeuw met bos beplant. In dezelfde periode ondergaat de landbouw een sterke modernisering en schaalvergroting. Veel kleinere boeren moesten hierdoor hun bedrijf beëindigen. Bovendien werd veel cultuurgrond opgegeven als gevolg van de sterke uitbreiding van de bebouwing. Het aantal boerenbedrijven in de gemeente is daardoor in de 20ste eeuw sterk afgenomen. In de periode 1977-2007 is de ruilverkaveling Eemland uitgevoerd, die ook het gebied met broekontginningen langs de Eem omvatte. Hierbij zijn percelen samengevoegd, boerderijen verplaatst en nieuwe wegen aangelegd. In hoofdzaak is het oorspronkelijke verkavelingspatroon gehandhaafd.

Rechtspraak bij dit artikel