Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.2

Wettelijke onderzoeksplicht

Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011

De wettelijke ondergrens voor het in een bestemmingsplan, beheersverordening of omgevingsvergunning verplicht stellen van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen bedraagt 100 m2.11MW art. 41a. Door het hanteren van de IKAW is het vaak niet duidelijk of het zinvol, dan wel noodzakelijk is, om in bepaalde gebieden archeologisch onderzoek verplicht te stellen. Nadeel van deze werkwijze is, dat, gelet op het globale karakter van de IKAW, archeologische belangen bij bouwplannen zwaarder worden meegewogen, dan wanneer deze belangen worden meegewogen op basis van een kaart op gemeentelijke schaal. Er zou vaker onderzoek moeten plaatsvinden. Hierop heeft de gemeente Soest in 2008 opdracht gegeven tot het laten ontwikkelen van een Gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart met voorschriften ten behoeve van de archeologische monumentenzorg. Deze kaart en het bijbehorende rapport zijn in het voorjaar van 2010 opgeleverd.12De Boer e.a. (2010) Deze kaart, die de gemeente indeelt in zones met archeologische waarden en verwachtingen, stelt de gemeente in staat gefundeerd af te wijken van de wettelijke ondergrens van 100m2.13MW art. 41a stelt ook dat de gemeenteraad een afwijkende oppervlakte-ondergrens voor het verplicht stellen van archeologisch onderzoek kan vaststellen. Kleinschalige ingrepen kunnen zo in bepaalde zones worden vrijgesteld van de verplichtingen van ‘Malta’. Wat verantwoord kan worden vrijgesteld is afhankelijk van de archeologische waarde of verwachting, en verschilt dus per gebied. Op basis van de kennis over de spreiding en intensiteit van vondsten wordt in Soest voor sommige gebieden een strengere norm voorgesteld dan de wet als richtlijn (100m2) stelt. In andere gebieden wordt een minder strenge norm voorgesteld. Zie hiervoor paragraaf 4.2.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel