In Nederland worden de meeste beslissingen over de ruimtelijke inrichting genomen op gemeentelijk niveau. Begrijpelijk is dan ook dat in het nieuwe bestel (Wamz, Wro) de meeste taken en bevoegdheden zijn verschoven naar dat gemeentelijke niveau. Nieuw is dat gemeenten de rol krijgen van bevoegd gezag. De gemeentelijke zorg voor het bodemarchief is hiermee niet meer vrijblijvend, maar een (verplichte) verantwoordelijkheid. De gemeente zal dus bij ruimtelijke plannen ervoor moeten zorgen dat de archeologische belangen bekend zijn en dat deze zorgvuldig worden meegewogen in een afwegingsproces met andere (maatschappelijke, sociale, economische, ecologische) belangen.
In hoofdlijnen betekent dit het volgende voor iedere gemeente:
De omgang met de archeologie binnen de gemeentegrenzen wordt primair een verantwoordelijkheid van de gemeente;
De gemeente dient gebieden met (te verwachten) archeologische waarden op te nemen in bestemmingsplannen;
De gemeente stelt zelf voorwaarden of verleent ontheffingen bij het verlenen van omgevingsvergunningen;
De gemeente is verantwoordelijk voor (en aanspreekbaar op) haar beslissingen aangaande haar omgang met archeologische waarden.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.3
Nieuwe gemeentelijke taken
Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011