Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.2

Diepte-ondergrenzen

Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011

Naast de oppervlakte-ondergrenzen zijn er ook diepte-ondergrenzen geformuleerd. Voor de AWG1-gebieden geldt een ondergrens van 0cm onder maaiveld. De prehistorische grafheuvels in deze gebieden liggen direct aan het oppervlak / maaiveld en daardoor uiterst kwetsbaar voor elke vorm van bodemverstoring! Veel grafheuvels zijn zelfs al door hun iets hogere ligging in het landschap herkenbaar. Voor alle overige waardevolle (verwachtings)gebieden geldt een diepte-ondergrens van 30cm onder maaiveld. Er is voor gekozen in deze gebieden een dergelijke ondergrens te hanteren, omdat de bouwvoor in deze regio normaliter ca. 30cm dik is.18Indien middels archeologisch bureauonderzoek en bodemkundige / verkennende boringen is vastgesteld dat de bouwvoor in een plangebied aanzienlijk dikker is dan 30cm, dan kan afgeweken worden van de ‘dieper dan 30cm-regel’. Indien dit geen nadelige gevolgen heeft voor het aanwezige of verwachte bodemarchief kan de ondergrens dan gelegd worden op de minimaal aangetoonde dikte van de aanwezige bouwvoor, inclusief een kleine marge. Onder deze bouwvoor bevindt zich de overgang naar de archeologisch interessante ondergrond, zoals oud akkerland, podzolbodems, dekzand e.d. Verstoringen dieper dan 30cm onder maaiveld zouden dus al een verstoring van het bodemarchief kunnen betekenen.

Rechtspraak bij dit artikel