De resultaten van het archeologisch (voor)onderzoek kunnen tenslotte ook zodanig zijn dat geen vervolgstappen hoeven te worden voorgesteld. De geplande bodemingrepen kunnen in dat geval zonder beperkingen ten aanzien van archeologische waarden worden uitgevoerd. Hiertoe kan besloten worden als er geen archeologische waarden aanwezig zijn of van zo’n marginale betekenis zijn dat verder onderzoek of bescherming een te zwaar middel is. Ook zwaar verstoorde vindplaatsen, waarvan op grond van waarderend onderzoek duidelijk is geworden dat de wetenschappelijke informatiewaarde te sterk is aangetast, kunnen genomineerd worden om zonder verder onderzoek te worden vergraven. Dergelijke situaties zijn nogal eens punt van discussie, met name vanwege de kans op bijzondere vondsten (bijvoorbeeld een diep ingegraven waterput). Die situaties zullen zich altijd blijven voordoen, wat geen belemmering moet zijn een beargumenteerd, selectief beleid te voeren ten aanzien van een adequate archeologische monumentenzorg.