Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 8.3

Artikel 8.3.1

Onderzoeksagenda

Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011

De gemeente is geen wetenschappelijk onderzoeksinstituut. Wetenschappelijke analyses van uitgevoerde onderzoeken zijn echter onontbeerlijk om tot kenniswinst over de geschiedenis van de gemeente te komen. Binnen de organisatie van de archeologische monumentenzorg maken wetenschappelijke basisrapportages deel uit van de uit te besteden werkzaamheden. Het integreren van deze verschillende stukjes van de legpuzzel tot een samenhangend beeld van de geschiedenis van een gemeente is echter een additionele taak die niet op gemeentelijk niveau kan plaatsvinden gelet op het gebrek aan capaciteit hiervoor. Van belang is wel dat deze integratie van de archeologische informatie plaatsvindt. Een oplossing kan gevonden worden in een gezamenlijke voorziening binnen de regio. Een goed inzicht in de stand van kennis over het lokale verleden vormt de basis voor de evaluatie, en verdere ontwikkeling, van het lokale archeologiebeleid. De eeuwenlange bewoning heeft in de bodem van de gemeente Soest talloze sporen nagelaten. Door haar ligging op de overgang van hoog (de Heuvelrug) naar laag (het Eemdal), van zand naar klei, is het bodemarchief uniek te noemen. In onderstaand kader staat een opsomming van de zaken waarvan de gemeente Soest vindt dat haar gemeentelijk erfgoed zich landelijk of regionaal onderscheidt. Deze onderwerpen zijn te beschouwen als een voorlopige gemeentelijke onderzoeksagenda. Voorstellen thema’s gemeentelijke onderzoeksagenda Vindplaatsen uit het Midden-Paleolithicum: Enkele losse vondsten zijn bekend uit Soest. Deze vindplaatsen bevinden zich op grote diepte in de ondergrond en zijn daardoor moeilijk toegankelijk. Dergelijke zaken kunnen wel aan het licht komen bij grootschalige, diepe afgravingen / ontgrondingen (zandwinning e.d.). Meekijken door archeologen zou hierbij daarom zeer gewenst zijn! Vindplaatsen uit het Mesolithicum: Vooral losse vondsten zijn bekend uit Soest, maar juist het onderzoek naar de context is belangrijk voor het begrijpen van veel van deze vondsten. Met name de Rijksmonumenten de Lange en Korte Duinen vormen een bron van informatie voor deze archeologische periode. Vindplaatsen uit het Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd: In Soest liggen meerdere grafheuvels uit deze perioden. Toekomstig onderzoek zal deze prehistorische overblijfselen moeten koppelen aan gelijktijdige nederzettingssporen.37De verwachting is dat ondanks het tot op heden geringe aantal vondsten, vooral op de flanken van de droogdalen en in het overgangsgebied tussen de stuwwal en het dekzandgebied nog onbekende archeologische resten uit het Laat Neolithicum, de Vroege en Midden Bronstijd voorkomen. Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat met name aan de zuidelijke randen van de Utrechtse Heuvelrug (sandrafzettingen) nederzettingen uit de Bronstijd aanwezig zijn. Op de sandrafzettingen in de gemeente Soest zijn dergelijke resten (nog) onbekend. Dit is zeer waarschijnlijk een onderzoekslacune. Daarnaast zijn grote delen van de sandrafzettingen in de gemeente Soest in gebruik (geweest) bij defensie (o.a. voormalig vliegveld Soesterberg, Kamp Zeist etc.) of zijn deze bebouwd, waardoor grootschalig onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden. Grafheuvelonderzoek: In Soest liggen vele bekende grafheuvels, en mogelijk nog die ontdekt moeten worden. Het CAR voert in 2011 een regionaal grafheuvelonderzoek (bron- en materiaalstudie) uit. De grafheuvels in Soest worden tijdens dit onderzoek ook bestudeerd. Soester stuwwal als grensgebied na de Romeinse Tijd: Onderzoek naar overblijfselen uit de periode volgend op de Romeinse Tijd, waarin de stuwwal van Soest waarschijnlijk een buffer vormde tussen het (voormalige) Romeinse Rijk en de volkeren ten noorden ervan. Hees: Lokaliseren van en onderzoek naar het verdwenen gehucht Hees. Soester Eng: Recent onderzoek stelt dat het grootste deel van de engen (plaggenophogingen) in (Midden-) Nederland voornamelijk gevormd moet zijn in de 16de tot 19de eeuw. Dit betekent uiteraard niet dat dit in Soest ook pas vanaf deze periode heeft plaatsgevonden. Een groot aantal plaatsen waar engen is ontstaan, werd al eeuwenlang beakkerd door middel van plaggenbemesting zonder dat er sprake was van ophoging. Hoe verhoud het Middeleeuwse beakkeren zich dan ten opzichte van het post-middeleeuwse systeem?

Rechtspraak bij dit artikel