In hoeverre schade al dan niet ten laste moet blijven van de aanvrager is, zoals uit het bovengenoemde blijkt, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Gemeenten kunnen zelf beleid maken over de schadevergoedingen (MW, ex art. 42). Daarbij is het verstandig om rekening te houden met de vereisten omschreven in de Bamz.
Tegenover de verantwoordelijkheid van de ‘verstoorder’ om te betalen voor de ‘schade’ die hij toebrengt aan het archeologische erfgoed, staat de verantwoordelijkheid van het verplichtende bestuursorgaan de redelijkheid van de kosten te bewaken.42Uit de memorie van toelichting (Memorie van toelichting nr. 29 259, vergaderjaar 2003-2004, p. 48.) bij artikel 42. Met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer is het verplichtende bestuursorgaan in bijzondere situaties gehouden een vergoeding toe te kennen.
Archeologiefonds opzetten
In verband met de gerede kans op aanvullende kosten voor de gemeente als gevolg van een situatie met excessieve kosten en kosten samenhangend met toevalsvondsten is het van belang gelden hiertoe te genereren. Een fondsconstructie kan hierin uitkomst bieden. Het vullen van een fonds kan op verschillende manieren gebeuren. Zo kan een vast percentage uit de gemeentelijke begroting voor bodemroerende projecten (rioleringskosten, sloopkosten, bodemsaneringen etc.) in het fonds worden gestort. Ook zou een deel van de leges (op de omgevingsvergunningen) in de fondsconstructie kunnen worden ondergebracht. Het verdient aanbeveling om de tegemoetkoming in de kosten op basis van het legesfonds in een subsidievorm te presenteren. Dit heeft twee voordelen:
De gemeente kan vooraf duidelijk voorwaarden stellen voor het in aanmerking komen voor subsidiëring van een archeologieproject. Op die manier kan de gemeente de kleinere particulier tegemoet komen, maar kunnen bijvoorbeeld de gemeente zelf en eventueel grote ontwikkelprojecten uitgesloten worden;
Het maximale subsidiebedrag kan op jaarbasis worden vastgesteld (het op is op-principe).
Hoofdstuk › Paragraaf 8.6
Artikel 8.6.5
Gemeentelijke (archeologie)fonds
Onderdeel van Beleidsnota archeologie 2011