1. De commissie bestaat uit tenminste zeven raadsleden.
2. Elke fractie kan één lid en één plaatsvervangend lid van de commissie voordragen.
3. De leden en de plaatsvervangend leden worden door de raad benoemd.
4. De benoeming geschiedt voor de zittingsperiode, gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen.
5. Het lidmaatschap van de commissie vervalt door het verlies van de hoedanigheid van raadslid, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad.
6. Als door een vacature het aantal leden onder het in het eerste lid benoemde minimum is gekomen, voorziet de raad onverwijld in de ontstane vacature.
7. Een lid van de commissie kan bij afwezigheid worden vervangen door een plaatsvervangend lid van de betreffende fractie.
8. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.
9. De griffier, of een door de griffier aangewezen op de griffie werkzame ambtenaar, is adviseur van de commissie.
10. De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die door de griffier wordt aangewezen.
11. De commissie kan de accountant, concerncontroller, de portefeuillehouder financiën en overige functionarissen werkzaam op het gebied van de coördinatie van de beleidscyclus en de interne controle, raadplegen. Zij kunnen door de commissie worden uitgenodigd voor een (onderdeel van de) vergadering.