Ongeveer een derde van de oppervlakte van de gemeente Soest (ca. 4.600 hectare) bestaat uit grasland.
Het grootste deel van de graslanden ligt op de veen- en kleigronden ten noorden en oosten van de bebouwde kom van het dorp Soest.
Op de zand- en veengronden in de Laagte van Pijnenburg, ten zuidwesten van de bebouwde kom, ligt ook een aanzienlijke oppervlakte grasland.
Op de hogere zandgronden in het grotendeels beboste zuidelijke deel van de gemeente is de oppervlakte grasland gering en grotendeels beperkt tot de bermen van wegen en de gazons en graslanden op landgoederen en rond woonhuizen.
Het grootste aaneengesloten graslandcomplex in dit gebiedsdeel met een oppervlakte grasland van ruim 150 hectare bevindt zich op de Vliegbasis Soesterberg.
Binnen de gemeente Soest kunnen drie typen grasland worden onderscheiden: voedselrijke vochtige graslanden, matig voedselarme tot matig voedselrijke vochtige (tot natte) graslanden en matig voedselarme tot matig voedselrijke droge graslanden. De eerste twee typen die voorkomen in de Eemvallei en in de Laagte van Pijnenburg hebben meest een intensief agrarisch gebruik.
1. Droge schraalgraslanden
De ecologische betekenis van de droge schraalgraslanden in het zuidelijke deel van de gemeente is uitzonderlijk groot. Dit geldt in het bijzonder voor de graslanden op de vliegbasis. Deze graslanden zijn niet alleen zeer soortenrijk, maar herbergen van een groot aantal soorten zeer grote populaties, die qua omvang tot de grootste van de provincie Utrecht of zelfs van Nederland behoren. Dit geldt onder andere voor veldleeuwerik, kommavlinder en verschillende soorten paddenstoelen van onbemeste graslanden.
2. Voedselrijke, vochtige graslanden
De voedselrijke graslanden in de Eemvallei zijn tegenwoordig vooral van landschappelijke betekenis (openheid). Door het intensieve agrarische gebruik zijn deze graslanden zowel wat betreft de flora als de fauna (zeer) soortenarm. Tot de jaren tachtig van de vorige eeuw broeden er in het gebied tussen de bebouwde kom van Soest en de Eem nog redelijke aantallen weidevogels, maar in recente jaren broeden er alleen nog enkele paren kieviten en scholeksters. Wel hebben deze graslanden een functie als jachtgebied voor onder andere steenuil en kerkuil.
Hoe de flora van de graslanden er in het verleden heeft uitgezien, kan alleen nog worden afgeleid aan de hand van de plantengroei in slootkanten, de bermen van wegen en op een enkele overhoek.
3. Matig voedselarme tot matig voedselrijke droge
graslanden
Van een afstandje bezien lijken de droge schraalgraslanden van de vliegbasis een uniforme grasvlakte te vormen. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat de graslanden bestaan uit een fijnmazig mozaïek van tien verschillende graslandtypen die vegetatiekundig behoren tot het buntgras-verbond, het dwerghaver-verbond, het verbond van gewoon struisgras, het glanshaver-verbond en het verbond der heischrale graslanden. Dit komt niet alleen tot uiting in de soortensamenstelling van de graslanden, maar ook in de structuur: open, ijle vegetaties met veel open zand wisselen af met delen met een dichte gesloten begroeiing; lage begroeiingen van nog geen tien centimeter hoog wisselen af met hogere grazige delen van vijftig centimeter of meer.
De belangrijkste graslanden aangeduid met een ster. Op de topografische kaart is grasland weergegeven met eenlichtgroene kleur
De vliegbasis is (op systeemniveau) van zeer grotebetekenis.
De vliegbasis is uitzonderlijk soortenrijk en misschien wel het rijkste natuurgebied van de provincie Utrecht. Zo zijn er in het gebied 582 vaatplanten, 611 soorten paddenstoelen en 121 soorten wilde bijen vastgesteld.
Van verschillende soorten herbergt de vliegbasis omvangrijke populaties die tot de grootste van de provincie Utrecht of zelfs Nederland behoren. Dit geldt onder andere voor de veldleeuwerik (230 broedparen) en de kommavlinder.
De wegbermen van de Amersfoortseweg en de Van Weerden Poelmanweg zijn ook rijk aan soorten, al ontbreken hier wel de meest kritische soorten onder andere als gevolg van het inspoelen van wegenzout en stikstofdepositie.
Aan de noordoostkant van De Vlasakkers liggen nog twee graslandpercelen met een relatief goed ontwikkelde heischrale graslandvegetatie.
Ecologische betekenis
De populaties van een groot aantal soorten op de vliegbasis hebben een dusdanige omvang dat ze de functie hebben van bron- of kernpopulatie. Het surplus aan individuen van de populaties van deze soorten verspreidt zich over de natuurgebieden in de omgeving, waardoor de aldaar aanwezige populaties worden versterkt of nieuwe gebieden worden gekoloniseerd. Door dit proces van dispersie en kolonisatie kan de netwerkpopulatie van verschillende soorten op de Utrechtse Heuvelrug in stand worden gehouden.
Toplocaties grasland
De Vliegbasis Soesterberg, inclusief de schrale bermen van de wegen rondom dit gebied
Graslanden in het noordoosten van De Vlasakkers
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.6
Artikel 2.6.3
KENSCHETS GRASLANDEN
Onderdeel van Landschap- en Natuurontwikkelingsplan