In aanvulling op artikel 13 van de ASV wordt de subsidieverlening door het college geweigerd als een van de volgende situaties zich voordoet:

a. Naar het oordeel van het college twijfels bestaan over de levensvatbaarheid of de kredietwaardigheid van de aanvrager;

b. De aanvrager niet in het bezit is van vergunningen voor zover deze voor de uitvoering van de werkzaamheden en/of de bedrijfsactiviteiten zijn vereist;

c. De ondernemer niet rechtmatig is gevestigd conform het gebied van de Koers voor de binnenstad (bijlage 1), niet in het bezit is van een geldige huur- of koopovereenkomst of niet in het bezit is van de benodigde vergunningen die vereist zijn voor de bedrijfsactiviteiten.

d. De subsidieaanvrager een onderneming voert en geen de-minimisverklaring heeft overgelegd, dan wel als uit de overgelegde de-minimisverklaring blijkt dat de geldende de-minimisdrempel reeds is overschreden of met de gevraagde subsidie zal worden overschreden;