In artikel 1.7 van de APV is bepaald dat vergunningen, verleend op grond van de APV, gelden voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. Omdat sprake is van schaarse vergunningen verzet de aard van de vergunningen zich tegen verlening voor onbepaalde tijd.
Vaste standplaatsen worden verleend voor een periode van 10 jaar.
Voor deze termijn is gekozen om te voorzien in een goede terugverdientijd voor ondernemers. Uit het rapport “schaarse vergunningen op de markt” van belangenvereniging Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) blijkt dat de terugverdientijd van de investeringen voor een ambulant handelaar, zich hoofdzakelijk bevindt in de range van vijf tot vijftien jaar. Met een gemiddelde bezetting van twee dagen in de week, is de terugverdientijd zo’n 10 jaar voor de meeste ondernemers.
De termijn van 10 jaar geeft nog steeds voldoende ruimte en gelegenheid voor nieuwe ondernemers om mee te dingen om een standplaats te bemachtigen.
Om die reden wordt de tijdsduur voor de vergunningen bepaald op 10 jaar.
Voor seizoensstandplaatsen geldt dat ze een vergunning voor bepaalde tijd kunnen krijgen voor de aangevraagde periode in een jaar. Deze vergunningen moeten jaarlijks opnieuw worden aangevraagd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3