Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3

Bedrijfsbusjes

Onderdeel van Uitwerking Parkeerbeleid Loon op Zand

Bedrijfsbusjes (van bewoners) komen steeds meer voor in het straatbeeld bij de woningen (avond en nacht). Het parkeren van deze busjes komt voor in verschillende gradaties: een ‘klusbedrijf’ die bij huis parkeert, werknemers die hun bedrijfsbusjes bij huis parkeren, bedrijven die meerdere busjes in de openbare ruimte in de buurt van hun bedrijf parkeren. Bedrijfsbusjes worden als een probleem ervaren als ze het uitzicht belemmeren of als er een grote parkeerdruk is en er ‘onevenredig’ veel busjes worden geparkeerd. Het probleem verschilt per type gemeente en wijk of buurt. De wens of noodzaak om het parkeren van busjes op bepaalde locaties en/of gedurende bepaalde tijden te reguleren hangt dan ook mede af van de omvang van het probleem. In de APV van de gemeente Loon op Zand is het volgende opgenomen: Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: Drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; De weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. De APV geeft in principe voldoende houvast om probleemsituaties aan te pakken. Het is wel noodzakelijk om de begrippen uitzichtbelemmering en overlast toetsbaar te maken. Er is sprake van een ongewenste situatie in straten waar op minder dan 3,0 m vanuit de gevel wordt geparkeerd, de bezetting (in de avond of nacht) meer dan 80% bedraagt, het aandeel busjes meer dan 15% is met een absoluut aantal van minimaal 2. Als deze situatie optreedt, is er aanleiding om het probleem nader te analyseren: Schriftelijk peiling bij de bewoners met onderscheid naar bewoners die geen busje parkeren in de straat en bewoners die één of meerdere busjes in de straat parkeren. De peiling is gericht op de probleemervaring. Afhankelijk van de respons oplossingen zoeken in overleg met de betrokken bewoners: op basis van afspraken of verkeersmaatregelen, al dan niet in combinatie met het aanbieden van (veilige) alternatieven. Indien nodig wordt gehandhaafd op basis van de APV. Een eventueel parkeerverbod voor busjes kan worden geregeld met het toepassen van bord E8 (toepassing op wegvakken) van het RVV (uitsluitend parkeren toegestaan voor voertuigen categorie M voor vervoer van personen inclusief personenbusjes, categorie N zijn voertuigen bedoeld voor het vervoer van goederen) en/of door bepalingen in de APV en/of regulering (vergunningen). Daarbij wordt erop gelet dat het probleem niet verschuift naar de omliggende straten. In dat geval zijn parkeerbeperkingen voor busjes in meerdere straten noodzakelijk. Overigens is een onderbord ‘geen busjes’ geen overbodige luxe zodat de bedoeling van het bord voor iedereen duidelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel