• - Voor debiteuren sociale zekerheid wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd volgens de volgende berekeningswijze:
  • - Bij het bepalen van de hoogte van de voorziening wordt aangesloten op de landelijke CBS-codes die worden gehanteerd in het Registratiesysteem voor de klantendossiers;
  • - Vorderingen boven de € 10.000,00 worden individueel beoordeeld, waarbij op basis van leeftijd en aflossingsbedragen de inbaarheid wordt bepaald.
  • - Voor de overige debiteuren (inclusief belastingdebiteuren en begraafplaats) wordt afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten volgens de volgende percentages een voorziening wegens mogelijke oninbaarheid gevormd:
  • - Ouderdom vordering groter dan drie jaar wordt voor 100% oninbaar geschat;
  • - Ouderdom vordering groter dan twee jaar en t/m drie jaar wordt voor 50% oninbaar geschat;
  • - Ouderdom vordering groter dan 1 jaar en t/m twee jaar wordt voor 25% oninbaar geschat;
  • - Ouderdom t/m 1 jaar wordt voor 0% oninbaar geschat;
  • - Naast de ouderdomsbeoordeling wordt elke factuur groter dan € 25.000,00 euro individueel beoordeeld op mogelijke oninbaarheid en de hiermee samenhangende dotatie aan de voorziening.