Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Ontzeggen van de toegang tot het vervoer Bij wangedrag van een leerling als bedoeld in artikel 7, vierde lid, aanhef en onderdeel d van de verordening, kan een leerling (tijdelijk) de toegang tot het aangepast vervoer ontzegd worden.Voordat overgegaan wordt tot een ontzegging, worden de volgende stappen ondernomen:indien er sprake is van meerdere klachten dan wel aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij het college. Het college start vervolgens een onderzoek;

Onderdeel van Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Eemsdelta 2022

in het kader van dit onderzoek zal het college in gesprek gaan met de ouder(s)/verzorger(s) van de leerling en, als hier aanleiding voor bestaat, de vervoerder, de chauffeur en/of de school; indien uit onderzoek blijkt dat een leerling de (verkeers)veiligheid in gevaar brengt, en/of andere inzittenden pest of intimideert, waaronder eveneens seksuele intimidatie wordt verstaan, en/of vernielingen in het voertuig aanricht, volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouder(s)/verzorger(s) en wordt er in overleg gekeken naar mogelijke oplossingen om herhaling te voorkomen; indien het gedrag als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c opnieuw voorkomt, volgt er een tweede waarschuwingsbrief; indien het gedrag als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c na de tweede waarschuwingsbrief opnieuw voorkomt, wordt de leerling de toegang tot het aangepast vervoer ontzegd voor ten minste twee volle schoolweken; indien na hervatting van het aangepast vervoer het gedrag als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel c opnieuw voorkomt, kan de leerling worden uitgesloten van het vervoer tot het einde van het schooljaar met een minimum van één maand (exclusief vakanties).

Rechtspraak bij dit artikel