1.. Het vrij te laten inkomen zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid van de Participatiewet, wordt niet meegenomen bij de berekening van de draagkracht.

2.. Netto-inkomen dat lager is dan de bijstandsnorm plus €100,- (voor een alleenstaande) dan wel lager is dan de bijstandsnorm plus 300,- (voor een echtpaar) wordt niet meegenomen bij de berekening van de draagkracht.

3.. Netto-inkomen dat hoger is dan de in lid 2 genoemde bijstandsnorm plus € 100,- respectievelijk bijstandsnorm plus €300,- wordt voor 25% meegenomen bij de berekening van de draagkracht.

4a.. In afwijking van lid 3 wordt het netto-inkomen dat meer is dan de in lid 2 genoemde bijstandsnorm plus € 100,- respectievelijk bijstandsnorm plus 300,-, voor 60% meegenomen bij de berekening van de draagkracht wanneer de bijzondere bijstandsaanvraag betrekking heeft op de woonkostentoeslag voor een huurwoning (zie verder artikel 9.2 lid 2 van deze beleidsregels).

4b.. In afwijking van lid 3 wordt het netto-inkomen dat meer is dan de in lid 2 genoemde bijstandsnorm plus € 100,- respectievelijk bijstandsnorm plus 300,-, geheel (100%) meegenomen bij de berekening van de draagkracht wanneer de bijzondere bijstandsaanvraag betrekking heeft op:

  • - de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen (zie verder artikel 7.1 van deze beleidsregels)
  • - de kosten van bewindvoering, curatele en mentorschap (zie verder artikel 7.7. van deze beleidsregels), of
  • - de jongerentoeslag en de woonkostentoeslag voor een eigen woning (zie verder artikel 8 en 9 van deze beleidsregels).

5.. Wanneer hier reden voor is, kunnen de bedragen genoemd in lid 2, 3 en 4 door de directeur Inkomen worden geïndexeerd.