Een deel van Haarlemmermeer, met name de woonkernen en het landelijk gebied rondom Badhoevedorp en Zwanenburg heeft een bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen. Dit gebied is geklassificeerd als zone 2. Zone 3A, de kleinere kernen Oude Meer, Schiphol-Rijk, Rijsenhout, Burgerveen, Weteringbrug, Buitenkaag, Lisserbroek, Beinsdorp en Zwaanshoek hebben een gemiddelde bodemkwaliteit die voldoet aan de kwaliteitsklasse Wonen, maar de ontgravingskwaliteit (80-percentielwaarde4Gekozen waarde in een dataset, zodanig dat 80% van de data kleiner of eraan gelijk is en 20% groter of eraan gelijk. Voor de ontgravingskwaliteit is voor de 80-percentielwaarde gekozen omdat deze waarde betrouwbaarder is dan het gemiddelde en er dus een grotere kans is dat grond van de vastgestelde kwaliteitsklasse wordt ontgraven.) voldoet aan de klasse Industrie. Deze gebieden maakten aanvankelijk deel uit van zone 2, maar omdat het grondverzet binnen zone 2 zou worden belemmerd als de grond niet in de eigen zone kon worden toegepast, is besloten deze gebieden af te splitsen er er een aparte zone van te maken.
De bodemkwaliteit van woonkernen rondom Vijfhuizen, Nieuwebrug, Haarlemmerliede, Penningsveer, Spaarndam, Halfweg en het landelijk gebied ten zuiden van de Spaarndammerdijk valt in de klasse Industrie. Deze zone is geclassificeerd als zone 3.
Gevoelige functies beschermen
Gezien de keuze voor gebiedsspecifiek beleid om met name de gevoelige bodemfuncties extra te beschermen volgt hieruit een normering die hier gevolg aan geeft. Wanneer sprake is van woningen met tuinen, waarbij veel bodemcontact kan plaatsvinden, wordt een strengere norm gehanteerd dan bij woningbouwprojecten waarbij sprake is van hoogbouw met appartementen (zonder tuin). Wel kan tussen deze woningen juist weer sprake zijn van plaatsen waar kinderen spelen of buurtmoestuinen (urban farming). Deze verschillende vormen van bodemgebruik vragen om een bijpassende bodemkwaliteit, met eveneens bijpassende beschermingsniveaus gebaseerd op risico’s van bodemcontact (blootstelling). Die factoren bepalen per locatie de vereiste kwaliteit van toe te passen grond. Hoe gevoeliger de functie voor blootstelling, hoe strenger de norm.
Lood
Met name het zware metaal lood is een probleemstof, die diffuus verspreid voorkomt. Op sommige plaatsen is het gehalte in de bodem zo hoog dat er risico’s zijn voor jonge kinderen die buiten spelen en grond via vieze vingers binnenkrijgen. De hersenontwikkeling van jonge kinderen is erg gevoelig voor lood [Lit. 26]. De gemeente Haarlemmermeer wil die risico’s voor kleine kinderen tegengaan en stelt daarom dat het loodgehalte van grond die wordt toegepast op gevoelige bodemfuncties maximaal 100 mg/kg mag bedragen (2x de Achtergrondwaarde). Die eis is van toepassing op locaties met de bodemfunctie ‘Wonen met tuin’ en ‘Plaatsen waar kinderen spelen’. De norm van 100 mg/kg sluit aan bij de waarde die de provincie Noord-Holland hanteert in het Handelingskader diffuus lood [Lit. 27] voor voldoende bodemkwaliteit op kinderspeelplaatsen.
Deze keuze heeft geleid tot de toepassingseisen per bodemfunctie en per bodemkwaliteitszone zoals weergegeven in Tabel 2.3.
Tabel 2.3 Toepassingseisen en kwaliteitseis aanvulgrond/leeflaag (bodemkwaliteitsklassen) voor grond en bagger(toplaag (0-0,5 m-mv), diepe laag (0,5-2,0 m-mv) en diepere ondergrond (> 2,0 m-mv)).
Zone
Bodemfunctie
Laag
Natuur
Landbouw
Moestuinen/
volkstuinen
Wonen met tuin
Plaatsen waar kinderen spelen
Groen met natuurwaarden
Ander groen,
bebouwing (oa wonen zonder tuin),
infrastructuur en industrie
1
alle lagen
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
2
top en diep
Achtergrondwaarde
Wonen (lood max 100 mg/kg)
Wonen
Wonen
2
diepere ondergrond
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
Achtergrondwaarde
3A
top en diep
Achtergrondwaarde
Wonen (lood max 100 mg/kg)
Wonen
Wonen
3
top en diep
Achtergrondwaarde
Wonen (lood max 100 mg/kg)
Wonen
Industrie
1A
alle lagen
Gebiedsspecifiek beleid, zie par. 2.7
1B
top en diep
Gebiedsspecifiek beleid, zie par. 2.7
Drie belangrijke hoofdzaken uit Tabel 2.3 zijn:
Op de bodemfuncties Natuur, Landbouw en Moestuinen/volkstuinen, alle lagen van zone 1 en de diepere ondergrond van zone 2 (> 2,0 m-mv) mag alleen grond worden toegepast van de klasse Achtergrondwaarde (AW);
Op de bodemfuncties Wonen met tuin en Plaatsen waar kinderen spelen mag het gehalte aan lood maximaal 100 mg/kg bedragen;
Op de bodemfunctie Groen met natuurwaarden in de toplaag (0-0,5 m-mv) en diepe laag (0,5-2,0 m-mv) in de zones 2, 3A en 3 mag grond worden toegepast van maximaal klasse Wonen;
Minder kwetsbare functies (in de laatste kolom van Tabel 2.3) mogen in zone 3 grond ontvangen van de kwaliteitsklasse Industrie. De gebiedsspecifieke toepassingseis in zone 1A geldt alleen voor gebiedseigen grond.
Er gelden ook andere, meer algemene gebiedsspecifieke eisen, zoals de eisen voor asbest en bodemvreemd materiaal, deze eisen gelden in de hele gemeente.
Zie voor de zonekaart Bijlage 3A.
Asbest
Behalve deze eisen geldt een aparte normering voor asbest (zie par 3.4). Asbest wordt normaliter in grond en bouwstoffen toegestaan tot 100 mg/kg droge stof. Waar echter veelvuldig contact met grond plaatsvindt - door kwetsbare groepen - zoals op kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuinen, mag asbest analytisch niet aantoonbaar in de grond voorkomen. Dit geldt binnen de gehele gemeente.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Het gebiedsspecifieke toetsingskader in de zones 2, 3A en 3
Onderdeel van Nota Bodembeheer Gemeente Haarlemmermeer 2022