Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7

Gebiedsspecifiek beleid in de zones 1A en 1B

Onderdeel van Nota Bodembeheer Gemeente Haarlemmermeer 2022

Schiphol Trade Park (STP), zone 1A Het gebied waar het Schiphol Trade Park is gepland is een poldergebied waar de komende jaren een bedrijvenpark gesitueerd gaat worden. Het gebied ligt ten oosten van Hoofddorp, ingesloten tussen de spoorlijn, de Bennebroekerweg, de A4 en het Voorkanaal (langs de Geniedijk). Het gebied wordt doorsneden door de Rijnlanderweg. Binnen het plangebied STP is veel bodemonderzoek verricht. Omdat het gebied historisch belast is met organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB’s) is deze stof in de onderzoeken meegenomen. Het overgrote deel van het gebied is licht tot matig verontreinigd met OCB’s. Op enkele plekken in het gebied blijkt het gehalte aan OCB’s zodanig te zijn dat de bovengrond als klasse niet toepasbaar wordt beoordeeld; een groot deel is klasse Industrie. De stoffen uit het standaard stoffenpakket zijn hooguit licht verhoogd; op basis hiervan voldoet de grond aan de Achtergrondwaarde. Om het grondverzet binnen dit gebied optimaal te faciliteren is gebiedsspecifiek beleid geformuleerd. Figuur 2.1Plangebied Schiphol Trade Park (bron: www.kcap.eu) Voor het gebied Schiphol Trade Park (zone 1A), waar de bodem historisch is belast met organochloor-bestrijdingsmiddelen, gelden de volgende gebiedsspecifieke regels: Hergebruik van grond binnen het gebied (zone 1A) is zonder onderzoek op basis van de bodemkwaliteits-kaart toegestaan (binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit); Aangevoerde grond van buiten het beheergebied moet voldoen aan de Achtergrondwaarden (schone grond); Aangevoerde grond van binnen het beheergebied, maar van buiten zone 1A moet voor de reguliere parameters voldoen aan de Achtergrondwaarden (schone grond). Wanneer de verdenking bestaat, ofwel uit het historisch onderzoek, ofwel uit oude bodemonderzoeken, dat de bodem verhoogde gehalten aan OCB’s bevat, moet hierop onderzocht worden. De in zone 1A toe te passen grond mag OCB’s bevatten tot maximaal klasse Industrie (conform de in zone 1A gemeten OCB-gehalten). PARK21, zone 1B Het gebied aangeduid als ‘PARK21’ is een poldergebied van ruim 1000 hectare, ingeklemd tussen Hoofddorp en Nieuw-Vennep, dat de komende jaren ingericht gaat worden als recreatief parklandschap. De basis is het agrarische polderland met de kenmerkende polderlinten en boerenerven. Daartussen komen een recreatieplas, wandel- en fietspaden, parkwegen, sportvoorzieningen en tal van recreatieve functies. Voor de realisatie van de parklaag en de leisurelaag in dit plan is circa 2,8 miljoen kubieke meter grond nodig, ter ophoging van het (deels ingeklonken) gebied en voor het realiseren van hoogteverschillen in het landschap (verhoogde parklaag). Figuur 2.2 Plangebied PARK21 (bron www.park21.info) In het Masterplan PARK21 uit 2011 [Lit. 28] is gekozen voor de hoogteverschillen in het landschap omdat deze een hogere ruimtelijke kwaliteit geven dan een vlak landschap. De gemiddelde hoogte, zoals aangenomen in het masterplan, is gedurende de onderzoeken voor het milieu-effectrapport [Lit. 29] gereduceerd tot een gemiddelde verhoging van 0,75 meter. Het is uit financieel, milieu- en hinderoogpunt niet haalbaar om de grote hoeveelheden grond conform het masterplan, destijds uitgaand van een gemiddelde ophoging van 2 meter, te verantwoorden. De bodemkwaliteit in PARK21 voldoet aan de Achtergrondwaarde. Standaard mag dan volgens de regels van het Besluit bodemkwaliteit alleen grond worden toegepast met de kwaliteit Achtergrondwaarde. Om de geplande verhogingen in het landschap te kunnen realiseren is echter niet genoeg grond van deze kwaliteit beschikbaar in het beheergebied. Aangezien de bodemfunctie van een deel van PARK21 ‘groen met natuurwaarden’ is, zou het logisch zijn om hier tevens grond met bodemkwaliteit ‘Wonen’ toe te staan. Deze bodemkwaliteit is passend bij de functie. Toepassen van grond met een slechtere kwaliteit dan de onderliggende bodem echter is alleen mogelijk binnen het gebiedsspecifieke kader en met gebiedseigen grond. Op deze manier wordt het ‘standstill-principe’ binnen een gebied gewaarborgd. Om zoveel mogelijk vrijkomende grond van de kwaliteitsklasse Wonen (o.a. vanuit woningbouwprojecten uit de omgeving) te kunnen hergebruiken in PARK21 zijn gebiedsspecifieke regels opgesteld. Voor het gebied PARK21 (zone 1B) gelden de volgende gebiedsspecifieke regels: Hergebruik van grond in de parklaag binnen het gebied van PARK21 (zone 1B) afkomstig uit de zones 1 en 2 van het beheergebied is zonder onderzoek op basis van de bodemkwaliteitskaart toegestaan (binnen de kaders van het Besluit bodemkwaliteit) en uit de andere zones na aanvullend onderzoek. Dit aanvullende onderzoek vindt plaats middels een partijkeuring, indien deze uitwijst dat de partij voldoet aan kwaliteit Wonen kan deze worden toegepast. Aanvullend geldt voor kinderspeelplekken de eis dat het gehalte aan lood in de toe te passen grond tot 0,5 meter-mv maximaal 100 mg/kg d.s. bedraagt; Zolang er op een locatie binnen zone 1B nog geen toepassingen zijn gedaan met grond van een mindere kwaliteit dan de Achtergrondwaarde (en de zone dus nog de kwaliteit AW heeft), mag deze grond vanuit deze locatie zonder onderzoek op basis van de bodemkwaliteitskaart overal vrij worden hergebruikt; Aangevoerde grond van buiten het beheergebied moet voldoen aan de Achtergrondwaarde (schone grond); Bovenstaande gebiedsspecifieke regels treden in werking gelijktijdig met het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan PARK21. Tot die tijd geldt het generieke kader (dubbele toets). Conform het generieke beleid is het toepassen van grond met de kwaliteit Industrie in PARK21 mogelijk in een Grootschalige BodemToepassing zoals wegen of geluidswal. Zie voor de zonekaart Bijlage 3A.

Rechtspraak bij dit artikel