Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 1.

De regeling in vogelvlucht

Onderdeel van Uitvoeringsnotitie Bbz 2020

Het Bbz 2004 regelt het recht op een bedrijfskrediet of inkomensaanvulling. De regeling geldt voor zowel gevestigde zelfstandigen als voor personen die vanuit een werkloosheidssituatie een eigen bedrijf willen beginnen. De belangrijkste voorwaarden om in aanmerking te komen zijn: de onderneming is levensvatbaar1Op termijn voorziet de ondernemer zelfstandig in zijn onderhoud en kan de onderneming voortbestaan. de zelfstandige is aangewezen op een inkomen uit eigen bedrijf en een Bbz-uitkering is de enige oplossing De doelgroep: Voorbereidende zelfstandige: Dit is de zelfstandige met een uitkering, die in maximaal 12 maanden begeleid wordt naar de start van een onderneming. Eventueel wordt een voorbereidingskrediet verstrekt. Startende zelfstandige: Dit is de zelfstandige, die in maximaal 3 jaar een levensvatbaar bedrijf heeft. Ter ondersteuning krijgt hij een uitkering voor levensonderhoud en kapitaal. Gevestigde zelfstandige: Dit is de zelfstandige, die 3 jaar of langer een onderneming heeft, maar door omstandigheden tijdelijk financiële ondersteuning nodig heeft. Oudere zelfstandige: Dit is de zelfstandige, die 55 jaar of ouder is en al minstens 10 jaar als zelfstandige werkt. Beëindigende zelfstandigen: Deze zelfstandige ontvangt alleen een uitkering voor levensonderhoud. De uitkering: Hieronder is schematisch in kaart gebracht op welke financiële ondersteuning de zelfstandige maximaal kan rekenen. Naast de financiële ondersteuning kan de zelfstandige ook gecoacht worden, ook na de start nog. Maximaal2Peildatum 1 januari 2019bedrijfskapitaal Maximale duur uitkering levensonderhoud Voorbereidende zelfstandige € 2.708 12 maanden Startende zelfstandige € 36.762 36 maanden Gevestigde zelfstandige € 199.680 36 maanden Oudere zelfstandige € 9.984 tot 65 jaar Beëindigende zelfstandige n.v.t. 12 maanden Er geldt een maximale looptijd van tien jaar en een vaste rente van 8% per jaar.3Onder looptijd wordt de periode verstaan die is gelegen tussen de datum van verstrekking en de laatste aflossingstermijn. Per situatie wordt de werkelijke looptijd bepaald. Tijdens deze looptijd kan uitstel van rente en aflossing worden aangevraagd. Een uitkering voor levensonderhoud is gelijk aan de bijstandsnorm die op de persoonlijke situatie van toepassing is, eventueel verhoogd met woonkostentoeslag. Ook deze uitkering wordt in de vorm van een lening verstrekt en achteraf definitief bepaald, aan de hand van de winst uit onderneming.

Rechtspraak bij dit artikel