Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 2.

Het Bbz vanaf 2020

Onderdeel van Uitvoeringsnotitie Bbz 2020

In 2017 en in 2019 is in opdracht van het ministerie van SZW onderzoek uitgebracht over het Bbz. 4Normbatenregeling Bbz, 2017 Bureau Bartels en zelfstandigen uit de bijstand, 2019 SEO. Het ministerie van SZW heeft de adviezen overgenomen; per 1 januari 2020 wijzigt het Bbz als volgt: 5De wijzigingen gaan in per 1 januari 2020. Bestaande rechten worden niet aangetast. Vereenvoudiging van de financieringssystematiek Uniformering van het Bbz met de Participatiewet6Voortaan wordt algemene bijstand voor levensonderhoud niet meer in de vorm van een rentedragende lening verstrekt maar in een bedrag om niet. Deze laatste wijziging houdt verband met vereenvoudiging van de financieringssystematiek, waarover hieronder meer. Bbz aan zelfstandigen in de binnenvaart niet meer bij een centrumgemeente7Deze ondernemers kunnen voortaan een aanvraag indienen bij hun woongemeente of gemeente van de feitelijke ligplaats ten tijde van de aanvraag. Instroom van oudere zelfstandigen, die zijn geboren voor 1 januari 1960 beperken. De financieringssystematiek en uniformering met de Participatiewet: Veel belangenorganisaties hebben kritiek op de wijzigingen. In plaats van een meer effectieve aanpak van de regeling voor zelfstandigen wordt vooral ingezet op verschuiving van de financiële verantwoordelijkheid van het Rijk naar de gemeente. Het Rijk doet dit als volgt: De middelen voor het levensonderhoud voor gevestigde, oudere en beëindigende zelfstandigen worden toegevoegd aan de gebundelde uitkering. Dit betekent voortaan volledige budgettering en een overgang van een financiering op basis van historische uitgaven naar een financiering volledig op basis van objectieve factoren. Het bedrijfskapitaal wordt in een periode van 5 jaar tot 75% van gemeenten teruggevorderd door het Rijk.8 Dit ziet er schematisch als volgt uit: De gemeente draagt zelf het financiële risico als de zelfstandige niet in een periode van 5 jaar 75% van de lening terugbetaalt aan de gemeente. Daar staat tegenover dat de gemeente het meerdere mag houden. De middelen ten behoeve van onderzoekskosten worden toegevoegd aan het gemeentefonds en aan het btw-compensatiefonds.

Rechtspraak bij dit artikel