Het aantal huishoudens met een laag inkomen is gestegen maar is niet hoger dan het landelijk gemiddelde. Dat geldt ook voor het aantal kinderen in een gezin met een laag inkomen. Het percentage is lager dan het landelijk gemiddelde. Er zijn ook veel minima die langdurig een laag inkomen hebben, landelijk ligt dit percentage iets lager. Het aantal minimakinderen met een indicatie voor jeugdzorg is hoger dan het landelijk gemiddelde. We zien dat dit bij veel gemeenten een punt van zorg is.
Als we kijken naar het bereik van de minimavoorzieningen scoren we goed met de regeling Meedoen voor minima. In andere gemeenten is het bereik van een vergelijkbare regeling vaak lager. De inzet op de communicatie en de inzet van de partners is hier debet aan. Ook het bereik van de Zorgpolis voor minima is goed en zelfs gestegen ten opzichte van vorig jaar.
De zwemregeling ABC-diploma is in oktober 2017 van start gegaan. Het aantal kinderen dat via deze regeling zwemles krijgt is 87, een mooi resultaat. Opvallend is wel dat 95% van de kinderen die zwemmen via deze regeling van allochtone afkomst zijn.
Het aantal kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen is nagenoeg gelijk gebleven, het bereik van de doelgroep is hoog.
We zien dat in Barendrecht het aantal AOW-gerechtigden met een laag inkomen aan het stijgen is. De grootste groep minima vinden we in de leeftijd van 45 tot de AOW-leeftijd (44%). Een groep die niet zo makkelijk werk vindt. Bij de verschillende huishoudtypen zien we de meeste minima bij de ‘alleenstaanden’ (47%).